Deuteronomy 15:9
“Wacht u,8104 8734 dat in uw hart3824 geen Belialswoord1697 1100 zij, om te zeggen:559 8800 Het zevende7651 jaar,8141 het jaar8141 der vrijlating,8059 naakt;7126 8804 dat uw oog5869 boos zij7489 8804 tegen uw broeder,251 die arm34 is, en dat gij hem niet gevet;5414 8799 en hij over u roepe7121 8804 tot den HEERE,3068 en zonde2399 in u zij.”
Deuteronomy 15:9 — Statenvertaling (1637)
Verse 9 of 23 in Deuteronomy chapter 15 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Deuteronomy 15 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Ten einde7093 van zeven7651 jaren8141 zult gij een vrijlating8059 maken.6213 8799 Dit nu is de zaak1697 der vrijlating,8059 dat ieder schuldheer,1167 4874 3027 die zijn naaste7453 zal geleend hebben,5383 8686 vrijlate;8058 8800 hij zal zijn naaste7453 of zijn broeder251 niet manen,5065 8799 dewijl men den HEERE3068 een vrijlating8059 heeft uitgeroepen.7121 8804 Den vreemde5237 zult gij manen;5065 8799 maar wat gij bij uw broeder251 hebt, zal uw hand3027 vrijlaten;8058 8686 Alleenlijk,657 omdat er geen bedelaar34 onder u zal zijn; want de HEERE3068 zal u overvloediglijk1288 8763 zegenen1288 8762 in het land,776 dat u de HEERE,3068 uw God,430 ten erve5159 zal geven,5414 8802 om hetzelve erfelijk te bezitten;3423 8800 Indien gij slechts de stem6963 des HEEREN,3068 uws ,430 vlijtiglijk8085 8800 zult gehoorzamen,8085 8799 dat gij waarneemt8104 8800 te doen6213 8800 al deze geboden,4687 die ik u heden3117 gebiede.6680 8764 Want de HEERE,3068 uw God,430 zal u zegenen,1288 8765 gelijk als tot u heeft gesproken,1696 8765 zo zult gij aan vele7227 volken1471 lenen;5670 8689 maar gij zult niet ontlenen;5670 8799 en gij zult over vele7227 volken1471 heersen;4910 8804 maar over u zullen zij niet heersen.4910 8799 Wanneer er onder u een arme34 zal zijn, een259 uit uw broederen,251 in een259 uwer poorten,8179 in uw land,776 dat de HEERE,3068 uw God,430 u geven zal,5414 8802 zo zult gij uw hart3824 niet verstijven,553 8762 noch uw hand3027 toesluiten7092 8799 voor uw broeder,251 die arm34 is; Maar gij zult hem uw hand3027 mildelijk6605 8800 opendoen,6605 8799 en zult hem rijkelijk5670 8687 lenen,5670 8686 genoeg1767 voor zijn gebrek,4270 dat hem ontbreekt.2637 8799 Wacht u,8104 8734 dat in uw hart3824 geen Belialswoord1697 1100 zij, om te zeggen:559 8800 zevende7651 jaar,8141 het jaar8141 der vrijlating,8059 naakt;7126 8804 dat uw oog5869 boos zij7489 8804 tegen uw broeder,251 die arm34 is, en dat gij hem niet gevet;5414 8799 en hij over u roepe7121 8804 tot den HEERE,3068 en zonde2399 in u zij. Gij zult hem mildelijk5414 8800 geven,5414 8799 en uw hart3824 zal niet boos zijn,3415 8799 als gij hem geeft;5414 8800 want om1558 dezer zake1697 wil1558 zal u de HEERE,3068 uw God,430 zegenen1288 8762 in al uw werk,4639 en in alles, waaraan gij uw hand3027 slaat.4916 Want de arme34 zal niet ophouden2308 8799 uit het midden7130 des lands;776 daarom gebiede ik6680 8764 u, zeggende:559 8800 zult uw hand3027 mildelijk6605 8800 opendoen6605 8799 aan uw broeder,251 aan uw bedrukten6041 en aan uw armen34 in uw land.776 Wanneer uw broeder,251 een Hebreer5680 of een ,5680 aan u verkocht zal zijn,4376 8735 zo zal hij u zes8337 jaren8141 dienen;5647 8804 maar in het zevende7637 jaar8141 zult gij hem vrij2670 van u laten gaan.7971 8762 En als gij hem vrij2670 van u gaan laat,7971 8762 zo zult gij hem niet ledig7387 laten gaan:7971 8762 Gij zult hem rijkelijk6059 8687 opleggen6059 8686 van uw kudde,6629 en van uw dorsvloer,1637 en van uw wijnpers;3342 waarin u de HEERE,3068 uw God,430 gezegend heeft,1288 8765 daarvan zult gij hem geven.5414 8799 En gij zult gedenken,2142 8804 dat gij een dienstknecht5650 in Egypteland776 4714 geweest zijt, en dat u de HEERE,3068 uw God,430 verlost heeft;6299 8799 daarom gebiede ik6680 8764 u heden3117 deze zake.1697 Maar het zal geschieden, als hij tot u zeggen zal:559 8799 Ik zal niet van u uitgaan,3318 8799 omdat hij u en uw huis1004 liefheeft,157 8804 dewijl het hem wel bij u is;2895 8804 Zo zult gij een priem4836 nemen,3947 8804 en steken5414 8804 in zijn oor241 en in de deur,1817 en hij zal eeuwiglijk5769 uw dienstknecht5650 zijn; en aan uw dienstmaagd519 zult gij ook alzo doen.6213 8799 Het zal niet hard zijn7185 8799 in uw ogen,5869 als gij hem vrij2670 van u gaan laat;7971 8763 want [als] een dubbel-loons-dagloner4932 7939 7916 heeft hij u zes8337 jaren8141 gediend;5647 8804 zo zal u de HEERE,3068 uw God,430 zegenen1288 8765 in alles, wat gij doen zult.6213 8799 Al het eerstgeborene,1060 dat onder uw runderen1241 en onder uw schapen6629 zal geboren worden,3205 8735 zijnde een manneken,2145 zult gij den HEERE,3068 uw God,430 heiligen;6942 8686 gij zult niet arbeiden5647 8799 met den eerstgeborene1060 van uw os,7794 noch de eerstgeborene1060 uwer schapen6629 scheren.1494 8799 Voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 zult gij ze jaar8141 op jaar8141 eten398 8799 in de plaats,4725 die de HEERE3068 zal verkiezen,977 8799 gij en uw huis.1004 Doch als enig gebrek3971 daaraan zal zijn, hetzij mank6455 of blind,5787 [of] enig kwaad7451 gebrek,3971 zo zult gij het den HEERE,3068 uw God,430 niet offeren;2076 8799 In uw poorten8179 zult gij het eten;398 8799 de onreine2931 en de reine2889 te zamen,3162 als een ree,6643 en als een hert,354 Zijn bloed1818 alleen zult gij niet eten;398 8799 gij zult het op de aarde776 uitgieten8210 8799 als water.4325