Deuteronomy 19:11

“Maar wanneer er iemand376 zijn zal, die zijn naaste7453 haat,8130 8802 en hem lagen legt,693 8804 en staat tegen hem op,6965 8804 en slaat5221 8689 hem aan het leven,5315 dat hij sterve;4191 8804 en vliedt5127 8804 tot een259 van die411 steden;5892”

Deuteronomy 19:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 21 in Deuteronomy chapter 19 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Deuteronomy 19 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Wanneer de HEERE,3068 uw God,430 de volken1471 zal hebben uitgeroeid,3772 8686 welker land776 de HEERE,3068 uw God,430 u geven zal,5414 8802 en gij die erfelijk zult bezitten,3423 8804 en in hun steden5892 en in hun huizen1004 wonen;3427 8804 Zo zult gij u drie7969 steden5892 uitscheiden,914 8686 in het midden8432 van uw land,776 hetwelk de HEERE,3068 uw God,430 u geven zal,5414 8802 om dat erfelijk te bezitten.3423 8800 Gij zult u den weg1870 bereiden,3559 8686 en de pale1366 uws lands,776 dat u de HEERE,3068 uw God,430 zal doen erven,5157 8686 in drieen delen;8027 8765 dit nu zal zijn, opdat ieder doodslager7523 8802 daarhenen vliede.5127 8800 En dit zij de zaak1697 des doodslagers,7523 8802 die daarhenen vlieden zal,5127 8799 dat hij leve;2425 8804 die zijn naaste7453 zal geslagen hebben5221 8686 door onwetendheid,1097 1847 dien hij toch van gisteren8543 [en] eergisteren8032 niet haatte;8130 8802 Als, dewelke met zijn naaste7453 in het bos3293 zal zijn gegaan,935 8799 om hout6086 te houwen,2404 8800 en zijn hand3027 met de bijl1631 wordt aangedreven,5080 8738 om hout6086 af te houwen,3772 8800 en het ijzer1270 schiet af5394 8804 van den steel,6086 en treft4672 8804 zijn naaste,7453 dat hij sterve;4191 8804 die zal in een259 dezer steden5892 vluchten5127 8799 en leven;2425 8804 Opdat de bloedwreker1350 8802 1818 8676 den doodslager310 7523 8802 niet najage,7291 8799 als3588 zijn hart3824 verhit is,3179 8799 en hem achterhale,5381 8689 omdat de weg1870 te verre zou zijn,7235 8799 en hem sla5221 8689 aan het leven;5315 zo toch geen oordeel4941 des doods4194 aan hem is; want3588 hij haatte8130 8802 hem niet van gisteren8543 [en] eergisteren.8032 Daarom gebiede ik6680 8764 u, zeggende:559 8800 zult u drie7969 steden5892 uitscheiden.914 8686 En indien de HEERE,3068 uw God,430 uw landpale1366 zal verwijden,7337 8686 gelijk als uw vaderen1 gezworen heeft,7650 8738 en u al dat land776 geven zal,5414 8804 hetwelk uw vaderen1 te geven5414 8800 gesproken heeft;1696 8765 (Wanneer gij al ditzelve gebod4687 zult waarnemen,8104 8799 om dat te doen,6213 8800 hetgeen ik u heden3117 gebiede,6680 8764 den HEERE,3068 uw God,430 liefhebbende,157 8800 en alle dagen3117 in wegen1870 wandelende3212 8800) zo zult gij u nog drie7969 steden5892 toedoen3254 8804 tot deze drie;7969 Opdat het bloed1818 des onschuldigen5355 niet vergoten worde8210 8735 in het midden7130 van uw land,776 dat u de HEERE,3068 uw God,430 ten erve5159 geeft,5414 8802 en bloedschulden1818 op u zouden zijn. Maar wanneer er iemand376 zijn zal, die zijn naaste7453 haat,8130 8802 en hem lagen legt,693 8804 en staat tegen hem op,6965 8804 en slaat5221 8689 hem aan het leven,5315 dat hij sterve;4191 8804 en vliedt5127 8804 tot een259 van die411 steden;5892 Zo zullen de oudsten2205 zijner stad5892 zenden,7971 8804 en nemen3947 8804 hem van daar, en zij zullen hem in de hand3027 des bloedwrekers1350 8802 1818 geven,5414 8804 dat hij sterve.4191 8804 Uw oog5869 zal hem niet verschonen;2347 8799 maar gij zult het bloed1818 des onschuldigen5355 uit 3478 wegdoen,1197 8765 dat het u welga.2895 8804 Gij zult uws naasten7453 landpale,1366 die de voorvaderen7223 gepaald hebben,1379 8804 niet verrukken5253 8686 in uw erfdeel,5159 dat gij erven zult,5157 8799 in het land,776 hetwelk u de HEERE,3068 uw God,430 geeft,5414 8802 om dat erfelijk te bezitten.3423 8800 Een enig259 getuige5707 zal tegen niemand376 opstaan6965 8799 over enige ongerechtigheid5771 of over enige zonde,2403 van alle zonde,2399 die hij zou mogen zondigen;2398 8799 op den mond6310 van twee8147 getuigen,5707 of op den mond6310 van drie7969 getuigen5707 zal de zaak1697 bestaan.6965 8799 Wanneer een wrevelige2555 getuige5707 tegen iemand376 zal opstaan,6965 8799 om een afwijking5627 tegen hem te betuigen;6030 8800 Zo zullen die twee8147 mannen,582 welke den twist7379 hebben, staan5975 8804 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 voor het aangezicht6440 der priesters,3548 en der rechters,8199 8802 die in diezelve dagen3117 zullen zijn. En de rechters8199 8802 zullen wel1875 8804 onderzoeken;3190 8687 en ziet, de getuige5707 is een vals8267 getuige,5707 hij heeft valsheid8267 betuigd6030 8804 tegen zijn broeder;251 Zo zult gijlieden hem doen,6213 8804 gelijk als hij zijn broeder251 dacht2161 8804 te doen;6213 8800 alzo zult gij het boze7451 uit het midden7130 van u wegdoen;1197 8765 Dat de overgeblevenen7604 8737 het horen8085 8799 en vrezen,3372 8799 en niet voortvaren3254 8686 meer te doen6213 8800 naar dit boze7451 stuk,1697 in het midden7130 van u. En uw oog5869 zal niet verschonen;2347 8799 ziel5315 om ziel,5315 oog5869 om oog,5869 tand8127 om tand,8127 hand3027 om hand,3027 voet7272 om voet.7272

Every verse in Deuteronomy 19

Chapter navigation

0:000:00