Deuteronomy 2:29

“Gelijk de kinderen1121 van Ezau,6215 die in Seir8165 wonen,3427 8802 en de Moabieten,4125 die in Ar6144 wonen,3427 8802 mij gedaan hebben;6213 8804 totdat ik over de Jordaan3383 kome5674 8799 in het land,776 dat de HEERE,3068 onze God,430 ons geven zal.5414 8802”

Deuteronomy 2:29 — Statenvertaling (1637)

Verse 29 of 37 in Deuteronomy chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Deuteronomy 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Daarna keerden wij6437 8799 ons, en reisden5265 8799 naar de woestijn,4057 den weg1870 van de ,5488 3220 gelijk de HEERE3068 tot mij gesproken had,1696 8765 en wij togen om5437 8799 het gebergte2022 ,8165 vele7227 dagen.3117 Toen sprak559 8799 de HEERE3068 tot mij, zeggende:559 8800 Gijlieden hebt dit gebergte2022 genoeg7227 omgetogen;5437 8800 keert u6437 8798 naar het noorden;6828 En gebied6680 8761 het volk,5971 zeggende:559 8800 zult doortrekken5674 8802 aan de landpale1366 uwer broederen,251 de kinderen1121 van ,6215 die in Seir8165 wonen;3427 8802 zij zullen wel voor u vrezen;3372 8799 maar gij zult u zeer3966 wachten.8104 8738 Mengt u1624 8691 niet met hen; want Ik zal u van hun land776 niet geven,5414 8799 ook niet tot de betreding4096 van een voetzool;7272 3709 want Ik heb Ezau6215 het gebergte2022 Seir8165 ter erfenis3425 gegeven.5414 8804 Spijze400 zult gij voor geld3701 van hen kopen,7666 8799 dat gij etet;398 8804 en ook zult gij water4325 voor geld3701 van hen kopen,3739 8799 dat gij drinket.8354 8804 Want de HEERE,3068 uw God,430 heeft u gezegend1288 8765 in al het werk4639 uwer hand;3027 kent3045 8804 uw wandelen3212 8800 door deze zo grote1419 woestijn;4057 deze veertig705 jaren8141 is de HEERE,3068 uw God,430 met u geweest; geen ding1697 sheeft u ontbroken.2637 8804 Als wij nu doorgetrokken waren5674 8799 van onze broederen,251 de kinderen1121 van ,6215 die in Seir8165 woonden,3427 8802 van den weg1870 des vlakken velds,6160 van ,359 en van -geber,6100 zo keerden wij ons,6437 8799 en doortogen5674 8799 den weg1870 der woestijn4057 van .4124 Toen sprak559 8799 de HEERE3068 tot mij: Beangstig6696 8799 4124 niet, en meng u1624 8691 niet met hen in den strijd;4421 want Ik zal u geen erfenis3425 van hun land776 geven,5414 8799 dewijl Ik aan Lots3876 kinderen1121 Ar6144 ter erfenis3425 gegeven heb.5414 8804 De Emieten368 woonden3427 8804 te voren6440 daarin, een groot,1419 en menigvuldig,7227 en lang7311 8802 volk,5971 gelijk de .6062 Dezen1992 werden ook voor reuzen7497 gehouden,2803 8735 als de ;6062 en de Moabieten4125 noemden7121 8799 hen .368 Ook woonden3427 8804 de Horieten2752 te voren6440 in ;8165 maar de kinderen1121 van Ezau6215 verdreven hen uit de bezitting3423 8799 en verdelgden8045 8686 hen van hun aangezicht,6440 en hebben in hunlieder plaats gewoond;3427 8799 gelijk als 3478 gedaan heeft6213 8804 aan het land776 zijner erfenis,3425 hetwelk de HEERE3068 hun gegeven heeft.5414 8804 Nu, maakt u op,6965 8798 en trekt over5674 8798 de beek5158 .2218 trokken wij over5674 8799 de beek5158 .2218 De dagen3117 nu, die wij gewandeld hebben1980 8804 van -barnea,6947 totdat wij over de beek5158 Zered2218 getogen zijn,5674 8804 waren acht8083 en dertig7970 jaren;8141 totdat het ganse geslacht1755 der krijgslieden582 4421 uit het midden7130 der heirlegers4264 verteerd was,8552 8800 gelijk de HEERE3068 hun gezworen had.7650 8738 Zo was ook de hand3027 des HEEREN3068 tegen hen, om hen uit het midden7130 des heirlegers4264 te verslaan,2000 8800 totdat zij verteerd waren.8552 8800 En het geschiedde, als al de krijgslieden582 4421 verteerd waren,8552 8804 uit het midden7130 des heirlegers5971 wegstervende,4191 8800 Dat de HEERE3068 tot mij sprak,1696 8762 zeggende:559 8800 Gij zult heden3117 doortrekken5674 8802 aan Ar,6144 de landpale1366 van ;4124 En gij zult naderen7126 8804 tegenover4136 de kinderen1121 ;5983 beangstig6696 8799 die niet, en meng u1624 8691 met hen niet; want Ik zal u van het land776 der kinderen1121 Ammons5983 geen erfenis3425 geven,5414 8799 dewijl Ik het aan Lots3876 kinderen1121 ter erfenis3425 gegeven heb.5414 8804 Dit werd ook voor een land776 der reuzen7497 gehouden;2803 8735 de reuzen7497 woonden3427 8804 te voren6440 daarin, en de Ammonieten5984 noemden7121 8799 hen ;2157 Een groot,1419 en menigvuldig,7227 en lang7311 8802 volk,5971 als de ;6062 en de HEERE3068 verdelgde8045 8686 hen voor hun aangezicht,6440 zodat zij hen uit de bezitting verdreven,3423 8799 en aan hunlieder plaats woonden;3427 8799 Gelijk als aan de kinderen1121 van ,6215 die in Seir8165 wonen,3427 8802 gedaan heeft,6213 8804 voor welker aangezicht6440 de Horieten2752 verdelgde;8045 8689 en zij verdreven hen uit de bezitting,3423 8799 en hebben aan hun plaats gewoond3427 8799 tot op dezen dag.3117 Ook hebben de ,3732 die uit Kafthor3731 uittogen,3318 8802 de ,5761 die in Hazerim2699 tot 5804 toe woonden,3427 8802 verdelgd,8045 8689 en aan hun plaats gewoond.3427 8799 Maakt u op,6965 8798 reist heen,5265 8798 en gaat over5674 8798 de beek5158 ;769 ziet,7200 8798 Ik heb ,5511 den koning4428 van ,2809 den ,567 en zijn land,776 in uw hand3027 gegeven;5414 8804 begint2490 8685 te erven,3423 8798 en mengt u1624 8690 met hen in den strijd.4421 Te dezen dage3117 zal Ik beginnen2490 8686 uw schrik6343 en uw vreze3374 te geven5414 8800 over het aangezicht6440 der volken,5971 onder den gansen hemel;8064 die uw gerucht8088 zullen horen,8085 8799 die zullen sidderen,7264 8804 en bang zijn2342 8804 van uw aangezicht.6440 Toen zond ik7971 8799 boden4397 uit de woestijn4057 Kedemot6932 tot ,5511 den koning4428 van ,2809 met woorden1697 van vrede,7965 zeggende:559 8800 Laat mij door uw land776 doortrekken;5674 8799 ik zal alleenlijk1870 langs den weg1870 voorttrekken;3212 8799 ik zal noch ter rechter3225 [hand] noch ter linkerhand8040 uitwijken.5493 8799 Verkoop7666 8686 mij spijze400 voor geld,3701 dat ik ete,398 8804 en geef5414 8799 mij water4325 voor geld,3701 dat ik drinke;8354 8804 alleenlijk laat mij op mijn voeten7272 doortrekken;5674 8799 Gelijk de kinderen1121 van ,6215 die in Seir8165 wonen,3427 8802 en de ,4125 die in Ar6144 wonen,3427 8802 mij gedaan hebben;6213 8804 totdat ik over de Jordaan3383 kome5674 8799 in het land,776 dat de HEERE,3068 onze God,430 ons geven zal.5414 8802 Maar ,5511 de koning4428 van ,2809 wilde14 8804 ons door hetzelve niet laten doortrekken;5674 8687 want de HEERE,3068 uw God,430 verhardde7185 8689 zijn geest,7307 en verstokte553 8765 zijn hart,3824 opdat hem in uw hand3027 gave,5414 8800 gelijk het is te dezen dage.3117 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot mij: Zie,7200 8798 Ik heb begonnen2490 8689 Sihon5511 en zijn land776 voor uw aangezicht6440 te geven;5414 8800 begin2490 8685 te erven,3423 8798 om zijn land776 erfelijk te bezitten.3423 8800 En Sihon5511 toog uit3318 8799 ons tegemoet,7125 8800 hij en al zijn volk,5971 ten strijde,4421 naar .3096 En de HEERE,3068 onze God,430 gaf5414 8799 hem voor ons aangezicht;6440 en wij sloegen5221 8686 hem, en zijn zonen,1121 en al zijn volk.5971 En wij namen3920 8799 te dier tijd6256 al zijn steden5892 in, en wij verbanden2763 8686 alle steden,5892 mannen,4962 en vrouwen,802 en kinderkens;2945 wij lieten7604 8689 niemand overblijven.8300 Het vee929 alleen roofden wij962 8804 voor ons, en den roof7998 der steden,5892 die wij innamen.3920 8804 Van Aroer6177 af, dat aan den oever8193 der beek5158 769 is, en de stad,5892 die aan de beek5158 is, ook tot 1568 toe, was er geen stad,7151 die voor ons te hoog was;7682 8804 de HEERE,3068 onze God,430 gaf5414 8804 dat alles voor ons aangezicht.6440 Behalve tot het land776 van de kinderen1121 Ammons5983 naderdet gij7126 8804 niet, noch tot de ganse streek3027 der beek5158 ,2999 noch tot de steden5892 van het gebergte,2022 noch tot iets, dat de HEERE,3068 onze God,430 ons verboden had.6680 8765

Every verse in Deuteronomy 2

Chapter navigation

0:000:00