Deuteronomy 20:14

“Behalve de vrouwen,802 en de kinderkens,2945 en de beesten,929 en al wat in de stad5892 zijn zal, al haar buit7998 zult gij voor u roven;962 8799 en gij zult eten398 8804 den buit7998 uwer vijanden,341 8802 dien u de HEERE,3068 uw God,430 gegeven heeft.5414 8804”

Deuteronomy 20:14 — Statenvertaling (1637)

Verse 14 of 20 in Deuteronomy chapter 20 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Deuteronomy 20 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Wanneer gij zult uittrekken3318 8799 tot den strijd4421 tegen uw vijanden,341 8802 en zult zien7200 8804 paarden5483 en wagenen,7393 een volk,5971 meerder7227 gij, zo zult gij voor hen niet vrezen;3372 8799 want de HEERE,3068 uw God,430 is met u, Die u uit Egypteland776 4714 heeft opgevoerd.5927 8688 En het zal geschieden, als gijlieden tot den strijd4421 nadert,7126 8800 zo zal de priester3548 toetreden,5066 8738 en tot het volk5971 spreken.1696 8765 En tot hen zeggen:559 8804 ,8085 8798 !3478 gijlieden zijt heden3117 na7131 aan den strijd4421 tegen uw vijanden;341 8802 uw hart3824 worde niet week,7401 8735 vreest3372 8799 niet, en beeft2648 8799 niet, en verschrikt6206 8799 niet voor hun aangezicht.6440 Want het is de HEERE,3068 uw God,430 met u gaat,1980 8802 om voor u te strijden3898 8736 tegen uw vijanden,341 8802 om u te verlossen.3467 8687 zullen de ambtlieden7860 8802 tot het volk5971 spreken,1696 8765 zeggende:559 8800 is de man,376 die een nieuw2319 huis1004 heeft gebouwd,1129 8804 en het niet heeft ingewijd?2596 8804 ga henen3212 8799 en kere weder7725 8799 naar zijn huis;1004 opdat hij niet misschien sterve4191 8799 in den strijd,4421 en iemand376 anders312 dat inwijde.2596 8799 En wie is de man,376 die een wijngaard3754 geplant heeft,5193 8804 en deszelfs vrucht niet heeft genoten?2490 8765 ga henen3212 8799 en kere weder7725 8799 naar zijn huis,1004 opdat hij niet misschien in den strijd4421 sterve4191 8799 en iemand376 anders312 die geniete.2490 8762 En wie is de man,376 die een vrouw802 ondertrouwd heeft,781 8765 en haar niet [tot] [zich] heeft genomen?3947 8804 ga henen3212 8799 en kere weder7725 8799 naar zijn huis;1004 opdat hij niet misschien in dien strijd4421 sterve,4191 8799 en een ander312 man376 haar neme.3947 8799 Daarna zullen de ambtlieden7860 8802 voortvaren3254 8804 te spreken1696 8763 tot het volk,5971 en zeggen:559 8804 is de man,376 die vreesachtig3373 en week7390 van hart3824 is? Die ga henen3212 8799 en kere weder7725 8799 naar zijn huis;1004 opdat het hart3824 zijner broederen251 niet smelte,4549 8735 gelijk zijn hart.3824 En het zal geschieden, als die ambtlieden7860 8802 geeindigd zullen hebben3615 8763 te spreken1696 8763 tot het volk,5971 zo zullen zij oversten8269 der heiren6635 aan de spits7218 des volks5971 bestellen.6485 8804 Wanneer gij nadert7126 8799 tot een stad5892 om tegen haar te strijden,3898 8736 zo zult gij haar den vrede7965 toeroepen.7121 8804 En het zal geschieden, indien zij u vrede7965 zal antwoorden,6030 8799 en u opendoen,6605 8804 zo zal al het volk,5971 dat daarin gevonden wordt,4672 8737 u cijnsbaar4522 zijn, en u dienen.5647 8804 Doch zo zij geen vrede met u zal maken,7999 8686 maar krijg4421 tegen u voeren,6213 8804 zo zult gij haar belegeren.6696 8804 En de HEERE,3068 uw God,430 zal haar in uw hand3027 geven;5414 8804 en gij zult alles, wat mannelijk2138 daarin is, slaan5221 8689 met de scherpte6310 des zwaards;2719 Behalve de vrouwen,802 en de kinderkens,2945 en de beesten,929 en al wat in de stad5892 zijn zal, al haar buit7998 zult gij voor u roven;962 8799 en gij zult eten398 8804 den buit7998 uwer vijanden,341 8802 dien u de HEERE,3068 uw God,430 gegeven heeft.5414 8804 Alzo zult gij aan alle steden5892 doen,6213 8799 die zeer3966 verre7350 van u zijn, die2007 niet zijn van de steden5892 dezer428 volken.1471 Maar van de steden5892 dezer volken,5971 die u de HEERE,3068 uw God,430 ten erve5159 geeft,5414 8802 zult gij niets laten leven,2421 8762 dat adem heeft.5397 Maar gij zult ze ganselijk2763 8687 verbannen:2763 8686 de ,2850 en de ,567 en de ,3669 en de ,6522 de ,2340 en de ,2983 gelijk als u de HEERE,3068 uw God,430 geboden heeft;6680 8765 Opdat zij ulieden niet leren3925 8762 te doen6213 8800 naar al hun gruwelen,8441 die zij hun goden430 gedaan hebben,6213 8804 en gij zondigt2398 8804 tegen den HEERE,3068 uw God.430 Wanneer gij een stad5892 vele7227 dagen3117 zult belegeren,6696 8799 strijdende3898 8736 tegen haar, om die in te nemen,8610 8800 zo zult gij haar geboomte6086 niet verderven,7843 8686 de bijl1631 daaraan drijvende;5080 8800 want gij zult daarvan eten;398 8799 daarom zult gij dat niet afhouwen3772 8799 (want het geboomte6086 van het veld7704 is des mensen120 [spijze]), opdat het voor uw aangezicht6440 kome935 8800 tot een bolwerk.4692 Maar het geboomte,6086 hetwelk gij kennen zult,3045 8799 dat het geen geboomte6086 ter spijze3978 is, dat zult gij verderven7843 8686 en afhouwen;3772 8804 en gij zult een bolwerk4692 bouwen1129 8804 tegen deze stad,5892 dewelke tegen u krijg4421 voert,6213 8802 totdat zij ten onderga.3381 8800

Every verse in Deuteronomy 20

Chapter navigation

0:000:00