Deuteronomy 21:4
“En de oudsten2205 derzelver stad5892 zullen de jonge koe5697 afbrengen3381 8689 in een ruw386 dal,5158 dat niet bearbeid5647 8735 noch bezaaid zal zijn;2232 8735 en zij zullen deze jonge koe5697 aldaar in het dal5158 den nek doorhouwen.6202 8804”
Deuteronomy 21:4 — Statenvertaling (1637)
Verse 4 of 23 in Deuteronomy chapter 21 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Deuteronomy 21 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Wanneer in het land,127 hetwelk de HEERE,3068 uw God,430 u geven zal,5414 8802 om dat te erven,3423 8800 een verslagene2491 zal gevonden worden,4672 8735 liggende5307 8802 in het veld,7704 niet bekend zijnde,3045 8738 wie hem geslagen heeft;5221 8689 Zo zullen uw oudsten2205 en uw rechters8199 8802 uitgaan,3318 8804 en zij zullen meten4058 8804 naar de steden,5892 die rondom5439 den verslagene2491 zijn. De stad5892 nu, die de naaste7138 zal zijn aan den verslagene,2491 daar zullen de oudsten2205 derzelver stad5892 een jonge koe5697 van de runderen1241 nemen,3947 8804 met dewelke niet gearbeid is,5647 8795 die aan het juk5923 niet getrokken heeft.4900 8804 En de oudsten2205 derzelver stad5892 zullen de jonge koe5697 afbrengen3381 8689 in een ruw386 dal,5158 dat niet bearbeid5647 8735 noch bezaaid zal zijn;2232 8735 en zij zullen deze jonge koe5697 aldaar in het dal5158 den nek doorhouwen.6202 8804 zullen de priesters,3548 de kinderen1121 van ,3878 toetreden;5066 8738 want de HEERE,3068 uw God,430 heeft hen verkoren,977 8804 om te dienen,8334 8763 en om in des HEEREN3068 Naam8034 te zegenen,1288 8763 en naar hun mond6310 zal alle twist7379 en alle plaag5061 afgedaan worden. En alle oudsten2205 derzelver stad,5892 die naast7138 aan den verslagene2491 zijn, zullen hun handen3027 wassen7364 8799 over deze jonge koe,5697 die in dat dal5158 de nek doorgehouwen is;6202 8803 En zij zullen betuigen6030 8804 en zeggen:559 8804 handen3027 hebben dit bloed1818 niet vergoten,8210 8804 en onze ogen5869 hebben het niet gezien;7200 8804 Wees genadig3722 8761 aan Uw volk5971 ,3478 dat , o HEERE!3068 verlost hebt,6299 8804 en leg5414 8799 geen onschuldig5355 bloed1818 in het midden7130 van Uw volk5971 !3478 En dat bloed1818 zal voor hen verzoend zijn.3722 8694 Alzo zult gij het onschuldig5355 bloed1818 uit het midden7130 van u wegdoen;1197 8762 want gij zult doen,6213 8799 wat recht3477 is in de ogen5869 des HEEREN.3068 Wanneer gij zult uitgetogen zijn3318 8799 tot den strijd4421 tegen uw vijanden;341 8802 en de HEERE,3068 uw God,430 hen zal gegeven hebben5414 8804 in uw hand,3027 dat gij hun gevangenen7628 gevankelijk wegvoert;7617 8804 En gij onder de gevangenen7633 zult zien7200 8804 een vrouw,802 schoon3303 van gedaante,8389 en gij lust tot haar gekregen zult hebben,2836 8804 dat gij ze u ter vrouwe802 neemt;3947 8804 Zo zult gij haar binnen8432 in uw huis1004 brengen;935 8689 en zij zal haar hoofd7218 scheren,1548 8765 en haar nagelen6856 besnijden.6213 8804 En zij zal het kleed8071 harer gevangenis7628 van zich afleggen,5493 8689 en in uw huis1004 zitten,3427 8804 en haar vader1 en haar moeder517 een maand3117 lang3391 bewenen;1058 8804 en daarna310 zult gij tot haar ingaan,935 8799 en haar man zijn,1166 8804 en zij zal u ter vrouwe802 zijn. En het zal geschieden, indien gij geen behagen2654 8804 in haar hebt, dat gij haar zult laten gaan7971 8765 naar haar begeerte;5315 doch gij zult haar geenszins4376 8800 voor geld3701 verkopen,4376 8799 gij zult met haar geen gewin drijven,6014 8691 daarom dat834 gij haar vernederd hebt.6031 8765 Wanneer een man376 twee8147 vrouwen802 heeft, een259 beminde,157 8803 en een259 gehate;8130 8803 en de beminde157 8803 en de gehate8130 8803 hem zonen1121 zullen gebaard hebben,3205 8804 en de eerstgeboren1060 zoon1121 van de gehate8146 zal zijn; Zo zal het geschieden, ten dage3117 als hij zijn zonen1121 zal doen erven5157 8687 wat hij heeft, dat hij niet zal vermogen3201 8799 de eerstgeboorte1069 8763 te geven aan den zoon1121 der beminde,157 8803 voor het aangezicht6440 van den zoon1121 der gehate,8130 8803 die de eerstgeborene1060 is. Maar den eerstgeborene,1060 den zoon1121 der gehate,8130 8803 zal hij kennen,5234 8686 gevende5414 8800 hem het dubbele8147 deel6310 van alles, wat bij hem zal worden gevonden;4672 8735 want hij is het beginsel7225 zijner kracht,202 het recht4941 der eerstgeboorte1062 is het zijne. Wanneer iemand376 een moedwilligen5637 8802 en wederspannigen4784 8802 zoon1121 heeft, die de stem6963 zijns vaders1 en de stem6963 zijner moeder517 niet gehoorzaam is;8085 8802 en zij hem gekastijd zullen hebben,3256 8765 en hij naar hen niet horen zal,8085 8799 Zo zullen zijn vader1 en zijn moeder517 hem grijpen,8610 8804 en zij zullen hem uitbrengen3318 8689 tot de oudsten2205 zijner stad,5892 en tot de poorte8179 zijner plaats.4725 En zij zullen zeggen559 8804 tot de oudsten2205 zijner stad:5892 onze zoon1121 is afwijkende5637 8802 en wederspannig,4784 8802 hij is onze stem6963 niet gehoorzaam;8085 8802 hij is een brasser2151 8802 en zuiper.5433 8802 zullen alle lieden582 zijner stad5892 hem met stenen68 overwerpen,7275 8804 dat hij sterve;4191 8804 en gij zult het boze7451 uit het midden7130 van u wegdoen;1197 8765 dat het gans 3478 hore,8085 8799 en vreze.3372 8799 Voorts, wanneer in iemand376 een zonde2399 zal zijn, die het oordeel4941 des doods4194 [waardig] [is], dat hij gedood zal worden,4191 8717 en gij hem aan het hout6086 zult opgehangen hebben;8518 8804 Zo zal zijn dood lichaam5038 aan het hout6086 niet overnachten;3885 8799 maar gij zult het zekerlijk6912 8800 ten zelven dage3117 begraven;6912 8799 want een opgehangene8518 8803 is Gode430 een vloek.7045 zult gij uw land127 niet verontreinigen,2930 8762 dat u de HEERE,3068 uw God,430 ten erve5159 geeft.5414 8802