Deuteronomy 23:7
“Den Edomiet130 zult gij voor geen gruwel houden,8581 8762 want hij is uw broeder;251 den Egyptenaar4713 zult gij voor geen gruwel houden8581 8762 want gij zijt een vreemdeling1616 geweest in zijn land.776”
Deuteronomy 23:7 — Statenvertaling (1637)
Verse 7 of 25 in Deuteronomy chapter 23 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Deuteronomy 23 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Die door plettering1795 verwond6481 8803 of uitgesneden3772 8803 is aan de mannelijkheid,8212 zal in de vergadering6951 des HEEREN3068 niet komen.935 8799 Geen bastaard4464 zal in de vergadering6951 des HEEREN3068 komen;935 8799 zelfs zijn tiende6224 geslacht1755 zal in de vergadering6951 des HEEREN3068 niet komen.935 8799 Geen ,5984 noch Moabiet4125 zal in de vergadering6951 des HEEREN3068 komen;935 8799 zelfs hun tiende6224 geslacht1755 zal in de vergadering6951 des HEEREN3068 niet komen935 8799 tot5704 in eeuwigheid.5769 Ter oorzake1697 dat zij ulieden op den weg1870 niet tegengekomen zijn6923 8765 met brood3899 en met water,4325 als gij uit Egypte4714 uittoogt;3318 8800 en omdat hij tegen u gehuurd heeft7936 8804 ,1109 den zoon1121 van ,1160 van Pethor6604 uit ,763 om u te vloeken.7043 8763 Doch de HEERE,3068 uw God,430 heeft naar Bileam1109 niet willen14 8804 horen;8085 8800 maar de HEERE,3068 uw God,430 heeft u den vloek7045 in een zegen1293 veranderd,2015 8799 omdat de HEERE,3068 uw God,430 u liefhad.157 8804 Gij zult hun vrede7965 en hun best2896 niet zoeken,1875 8799 al uw dagen3117 in eeuwigheid.5769 Den Edomiet130 zult gij voor geen gruwel houden,8581 8762 want hij is uw broeder;251 den Egyptenaar4713 zult gij voor geen gruwel houden8581 8762 want gij zijt een vreemdeling1616 geweest in zijn land.776 [] de kinderen,1121 die hun zullen geboren worden3205 8735 in het derde7992 geslacht,1755 elk van die zal in de vergadering6951 des HEEREN3068 komen.935 8799 Wanneer het leger4264 uittrekt3318 8799 tegen uw vijanden,341 8802 zo zult gij u wachten8104 8738 voor alle kwade7451 zaak.1697 Wanneer iemand376 onder u is, die niet rein2889 is, door enig toeval7137 des nachts,3915 die zal tot buiten2351 het leger4264 uitgaan;3318 8804 hij zal tot binnen8432 het leger4264 niet komen.935 8799 Maar het zal geschieden, dat hij zich tegen het naken6437 8800 van den avond6153 met water4325 zal baden;7364 8799 en als de zon8121 ondergegaan is,935 8800 zal hij tot binnen8432 het leger4264 komen.935 8799 Gij zult ook een plaats3027 hebben buiten2351 het leger,4264 en daarhenen zult gij uitgaan3318 8804 naar buiten.2351 En gij zult een schopje3489 hebben, benevens uw gereedschap,240 en het zal geschieden, als gij buiten2351 gezeten hebt,3427 8800 zult gij daarmede graven,2658 8804 en u omkeren,7725 8804 en bedekken3680 8765 wat van u uitgegaan is.6627 Want de HEERE,3068 uw God,430 wandelt1980 8693 in het midden7130 van uw leger,4264 om u te verlossen,5337 8687 en om uw vijanden341 8802 voor uw aangezicht6440 te geven;5414 8800 daarom zal uw leger4264 heilig6918 zijn, opdat niets1697 schandelijks6172 onder u zie,7200 8799 en achterwaarts310 van u afkere.7725 8804 Gij zult een knecht5650 aan zijn heer113 niet overleveren,5462 8686 die van zijn heer113 tot u ontkomen zal zijn.5337 8735 Hij zal bij u blijven3427 8799 in het midden7130 van u, in de plaats,4725 die hij zal verkiezen,977 8799 in een259 van uw poorten,8179 waar het goed2896 voor hem is; gij zult hem niet verdrukken.3238 8686 Er zal geen hoer6948 zijn onder de dochteren1323 van ;3478 en er zal geen schandjongen6945 zijn onder de zonen1121 van .3478 Gij zult geen hoerenloon868 2181 8802 noch hondenprijs4242 3611 in het huis1004 des HEEREN,3068 uws ,430 brengen,935 8686 tot enige gelofte;5088 want ook die beiden8147 zijn den HEERE,3068 uw God,430 een gruwel.8441 Gij zult aan uw broeder251 niet woekeren,5391 8686 met woeker5392 van geld,3701 met woeker5392 van spijze,400 met woeker5392 van enig ding,1697 waarmede men woekert.5391 8799 Aan den vreemde5237 zult gij woekeren;5391 8686 maar aan uw broeder251 zult gij niet woekeren;5391 8686 opdat u de HEERE,3068 uw God,430 zegene,1288 8762 in alles, waaraan gij uw hand3027 slaat,4916 in het land,776 waar gij naar toe gaat,935 8802 om dat te erven.3423 8800 Wanneer gij den HEERE,3068 uw God,430 een gelofte5088 zult beloofd hebben,5087 8799 gij zult niet vertrekken309 8762 die te betalen;7999 8763 want de HEERE,3068 uw God,430 zal ze zekerlijk1875 8800 van u eisen,1875 8799 en zonde2399 zou in u zijn. Maar als gij nalaat2308 8799 te beloven,5087 8800 zo zal het geen zonde2399 in u zijn. Wat uit uw lippen8193 gaat,4161 zult gij houden8104 8799 en doen;6213 8804 gelijk als gij den HEERE,3068 uw God,430 een vrijwillig offer5071 beloofd hebt,5087 8804 dat gij met uw mond6310 gesproken hebt.1696 8765 Wanneer gij gaan zult935 8799 in uws naasten7453 wijngaard,3754 zo zult gij druiven6025 eten398 8804 naar uw lust,5315 tot uw verzadiging;7648 maar in uw vat3627 zult gij niets doen.5414 8799 Wanneer gij zult gaan935 8799 in uws naasten7453 staande koren,7054 zo zult gij de aren4425 met uw hand3027 afplukken;6998 8804 maar de sikkel2770 zult gij aan uws naasten7453 staande koren7054 niet bewegen.5130 8686