Deuteronomy 26:15
“Zie nederwaarts8259 8685 van Uw heilige6944 woning,4583 van den hemel,8064 en zegen1288 8761 Uw volk5971 Israel,3478 en het land,127 dat Gij ons gegeven hebt,5414 8804 gelijk als Gij onzen vaderen1 gezworen hebt,7650 8738 een land776 van melk2461 en honig1706 vloeiende.2100 8802”
Deuteronomy 26:15 — Statenvertaling (1637)
Verse 15 of 19 in Deuteronomy chapter 26 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Deuteronomy 26 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Voorts zal het geschieden, wanneer gij zult gekomen zijn935 8799 in het land,776 dat u de HEERE,3068 uw God,430 ten erve5159 geven zal,5414 8802 en gij dat erfelijk zult bezitten,3423 8804 en daarin wonen;3427 8804 Zo zult gij nemen3947 8804 van de eerstelingen7225 van alle vrucht6529 des lands,127 die gij opbrengen zult935 8686 van uw land,776 dat u de HEERE,3068 uw God,430 geeft,5414 8802 en zult ze in een korf2935 leggen;7760 8804 en gij zult heengaan1980 8804 tot de plaats,4725 die de HEERE,3068 uw God,430 verkoren zal hebben,977 8799 om Naam8034 aldaar te doen wonen;7931 8763 En gij zult komen935 8804 tot den priester,3548 dewelke in die dagen3117 zijn zal, en tot hem zeggen:559 8804 Ik verklaar5046 8689 heden3117 voor den HEERE,3068 uw God,430 dat ik gekomen ben935 8804 in het land,776 hetwelk de HEERE3068 onzen vaderen1 gezworen heeft7650 8738 ons te zullen geven.5414 8800 En de priester3548 zal den korf2935 van uw hand3027 nemen,3947 8804 en hij zal dien voor6440 het altaar4196 des HEEREN,3068 uws ,430 nederzetten.3240 8689 zult gij voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 betuigen6030 8804 en zeggen:559 8804 vader1 was een bedorven6 8802 ,761 en hij toog af3381 8799 naar ,4714 en verkeerde aldaar als vreemdeling1481 8799 met weinig4592 volks;4962 maar hij werd aldaar tot een groot,1419 machtig6099 en menigvuldig7227 volk.1471 Doch de Egyptenaars4713 deden ons kwaad,7489 8686 en verdrukten6031 8762 ons, en legden5414 8799 ons een harden7186 dienst5656 op. Toen riepen wij6817 8799 tot den HEERE,3068 den God430 onzer vaderen;1 en de HEERE3068 verhoorde8085 8799 onze stem6963 en zag7200 8799 onze ellende6040 aan, en onzen arbeid,5999 en onze onderdrukking.3906 En de HEERE3068 voerde ons uit3318 8686 ,4714 door een sterke2389 hand,3027 en door een uitgestrekten5186 8803 arm,2220 en door groten1419 schrik,4172 en door tekenen,226 en door wonderen.4159 En heeft ons gebracht935 8686 tot deze plaats;4725 en heeft ons dit land776 gegeven,5414 8799 een land776 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig.1706 En nu, zie, ik heb gebracht935 8689 de eerstelingen7225 van de vrucht6529 dezes lands,127 dat , HEERE,3068 mij gegeven hebt!5414 8804 zult gij ze nederzetten3240 8689 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 en zult u buigen7812 8694 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ;430 En gij zult vrolijk zijn8055 8804 over al het goede,2896 dat de HEERE,3068 uw God,430 aan u en uw huis1004 gegeven heeft;5414 8804 gij, en de ,3881 en de vreemdeling,1616 die in het midden7130 van u is. Wanneer gij zult geeindigd hebben3615 8762 alle tienden4643 van uw inkomen8393 te vertienen,6237 8687 in het derde7992 jaar,8141 zijnde een jaar8141 der tienden;4643 zult gij aan den ,3881 aan den vreemdeling,1616 aan den wees3490 en aan de weduwe490 geven,5414 8804 dat zij in uw poorten8179 eten398 8804 en verzadigd worden.7646 8804 En gij zult voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 zeggen:559 8804 Ik heb het heilige6944 uit het huis1004 weggenomen,1197 8765 en heb het ook aan den Leviet3881 en aan den vreemdeling,1616 aan den wees3490 en aan de weduwe490 gegeven,5414 8804 naar al Uw geboden,4687 die mij geboden hebt;6680 8765 ik heb niets van Uw geboden4687 overtreden,5674 8804 en niets vergeten.7911 8804 Ik heb daarvan niets gegeten398 8804 in mijn leed,205 en heb daarvan niets weggenomen1197 8765 tot iets onreins,2931 noch daarvan gegeven5414 8804 tot een dode;4191 8801 ik ben der stem6963 des HEEREN,3068 mijns ,430 gehoorzaam geweest,8085 8804 ik heb gedaan6213 8804 naar alles, wat mij geboden hebt.6680 8765 Zie nederwaarts8259 8685 van Uw heilige6944 woning,4583 van den hemel,8064 en zegen1288 8761 Uw volk5971 ,3478 en het land,127 dat ons gegeven hebt,5414 8804 gelijk als onzen vaderen1 gezworen hebt,7650 8738 een land776 van melk2461 en honig1706 vloeiende.2100 8802 Te dezen dage3117 gebiedt6680 8764 u de HEERE,430 uw God,3068 deze inzettingen2706 en rechten4941 te doen;6213 8800 houdt8104 8804 en doet6213 8804 dezelve, met uw ganse hart3824 en met uw ganse ziel.5315 Heden3117 hebt gij den HEERE3068 doen zeggen,559 8689 dat u tot een God430 zal zijn, en dat gij zult wandelen3212 8800 in wegen,1870 en houden8104 8800 inzettingen,2706 en geboden,4687 en rechten,4941 en dat gij stem6963 zult gehoorzaam zijn.8085 8800 En de HEERE3068 heeft u heden3117 doen zeggen,559 8689 dat gij tot een volk5971 des eigendoms5459 zult zijn, gelijk als u gesproken heeft,1696 8765 en dat gij al geboden4687 zult houden;8104 8800 Opdat u alzo boven al de volken,1471 die gemaakt heeft,6213 8804 hoog5945 zette,5414 8800 tot lof,8416 en tot een naam,8034 en tot heerlijkheid;8597 en opdat gij een heilig6918 volk5971 zijt den HEERE,3068 uw God,430 gelijk als gesproken heeft.1696 8765