Deuteronomy 29:8

“En wij hebben hun land776 ingenomen,3947 8799 en dat ten erve5159 gegeven5414 8799 aan de Rubenieten7206 en Gadieten,1425 mitsgaders aan den halven2677 stam7626 der Manassieten.4520”

Deuteronomy 29:8 — Statenvertaling (1637)

Verse 8 of 29 in Deuteronomy chapter 29 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Deuteronomy 29 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Dit zijn de woorden1697 des verbonds,1285 dat de HEERE3068 Mozes4872 geboden heeft6680 8765 te maken3772 8800 met de kinderen1121 ,3478 in het land776 van ,4124 boven het verbond,1285 dat met hen gemaakt had3772 8804 aan .2722 En Mozes4872 riep7121 8799 gans ,3478 en zeide559 8799 tot hen: Gij hebt gezien7200 8804 al wat de HEERE3068 in Egypteland776 4714 voor uw ogen5869 gedaan heeft,6213 8804 aan ,6547 en aan al zijn knechten,5650 en aan zijn land;776 De grote1419 verzoekingen,4531 die uw ogen5869 gezien hebben,7200 8804 diezelve tekenen226 en grote1419 wonderen.4159 Maar de HEERE3068 heeft ulieden niet gegeven5414 8804 een hart3820 om te verstaan,3045 8800 noch ogen5869 om te zien,7200 8800 noch oren241 om te horen,8085 8800 tot op dezen dag.3117 En Ik heb ulieden veertig705 jaren8141 doen wandelen3212 8686 in de woestijn;4057 uw klederen8008 zijn aan u niet verouderd,1086 8804 en uw schoen5275 is niet verouderd1086 8804 aan uw voet.7272 Brood3899 hebt gij niet gegeten,398 8804 en wijn3196 en sterken drank7941 hebt gij niet gedronken;8354 8804 opdat gij wistet,3045 8799 dat Ik de HEERE,3068 uw God,430 ben. Toen gij nu kwaamt935 8799 aan deze plaats,4725 toog3318 ,5511 de koning4428 van ,2809 uit,3318 8799 en Og,5747 de koning4428 van ,1316 ons tegemoet,7125 8800 ten strijde;4421 en wij sloegen5221 8686 hen. En wij hebben hun land776 ingenomen,3947 8799 en dat ten erve5159 gegeven5414 8799 aan de Rubenieten7206 en ,1425 mitsgaders aan den halven2677 stam7626 der .4520 Houdt8104 8804 de woorden1697 dezes verbonds,1285 en doet6213 8804 ze; opdat gij verstandelijk handelt7919 8686 in alles, wat gij doen zult.6213 8799 Gij staat5324 8737 heden3117 allen voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws :430 uw hoofden7218 uwer stammen,7626 uw oudsten,2205 en uw ambtlieden,7860 8802 alle man376 van ;3478 Uw kinderkens,2945 uw vrouwen,802 en uw vreemdeling,1616 die in het midden7130 van uw leger4264 is, van uw houthouwer2404 8802 6086 tot uw waterputter7579 8802 4325 toe; Om over te gaan5674 8800 in het verbond1285 des HEEREN,3068 uws ,430 en in vloek,423 hetwelk de HEERE,3068 uw God,430 heden3117 met u maakt;3772 8802 Opdat u heden3117 tot een volk5971 bevestige,6965 8687 en u tot een God430 zij, gelijk als tot u gesproken heeft,1696 8765 en gelijk als uw vaderen,1 ,85 Izak3327 en ,3290 gezworen heeft.7650 8738 En niet met ulieden alleen maak ik3772 8802 dit verbond1285 en dezen vloek;423 Maar met dengene, die heden3117 hier bij ons voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 onzes ,430 staat;5975 8802 en met dengene, die hier heden3117 bij ons niet is.3426 Want gij weet,3045 8804 hoe wij in Egypteland776 4714 gewoond hebben,3427 8804 en hoe wij doorgetogen zijn5674 8804 door het midden7130 der volken,1471 die gij doorgetogen zijt.5674 8804 En gij hebt gezien7200 8799 hun verfoeiselen,8251 en hun drekgoden,1544 hout6086 en steen,68 zilver3701 en goud,2091 die bij hen waren. Dat onder ulieden niet zij3426 een man,376 of vrouw,802 of huisgezin,4940 of stam,7626 die zijn hart3824 heden3117 wende6437 8802 van den HEERE,3068 onzen God,430 om te gaan3212 8800 dienen5647 8800 de goden430 dezer volken;1471 dat onder ulieden niet zij3426 een wortel,8328 die gal7219 en alsem3939 drage;6509 8802 En het geschiede, als hij de woorden1697 dezes vloeks423 hoort,8085 8800 dat hij zichzelven zegene1288 8694 in zijn hart,3824 zeggende:559 8800 Ik zal vrede7965 hebben, wanneer3588 ik schoon naar mijns harten3820 goeddunken8307 zal wandelen,3212 8799 om den dronkene7302 te doen5595 8800 tot den dorstige.6771 De HEERE3068 zal hem niet willen14 8799 vergeven;5545 8800 maar alsdan zal des HEEREN3068 toorn639 en ijver7068 roken6225 8799 over denzelven man,376 en al de vloek,423 die in dit boek5612 geschreven is,3789 8803 zal op hem liggen;7257 8804 en de HEERE3068 zal zijn naam8034 van onder den hemel8064 uitdelgen.4229 8804 En de HEERE3068 zal hem ten kwade7451 afscheiden914 8689 van al de stammen7626 ,3478 naar alle vloeken423 des verbonds,1285 dat in het boek5612 dezer wet8451 geschreven is.3789 8803 zal zeggen559 8804 het navolgend314 geslacht,1755 uw kinderen,1121 die na310 ulieden opstaan zullen,6965 8799 en de vreemde,5237 die uit verren7350 lande776 komen zal,935 8799 als zij zullen zien7200 8804 de plagen4347 dezes lands776 en deszelfs krankheden,8463 waarmede de HEERE3068 het gekrenkt heeft;2470 8765 Dat zijn ganse aarde776 zij zwavel1614 en zout4417 der verbranding;8316 die niet bezaaid zal zijn,2232 8735 en geen spruit zal voortgebracht hebben,6779 8686 noch enig kruid6212 daarin zal opgekomen zijn;5927 8799 gelijk de omkering4114 van 5467 en ,6017 Adama126 en ,6636 die de HEERE3068 heeft omgekeerd2015 8804 in toorn639 en in grimmigheid;2534 En alle volken1471 zullen zeggen:559 8804 heeft de HEERE3068 aan dit land776 alzo gedaan?6213 8804 is de ontsteking2750 van dezen groten1419 toorn?639 zal men zeggen:559 8804 zij het verbond1285 des HEEREN,3068 des Gods430 hunner vaderen,1 hebben verlaten,5800 8804 dat met hen gemaakt had,3772 8804 als hen uit Egypteland776 4714 uitvoerde;3318 8687 En zij heengegaan zijn,3212 8799 en andere312 goden430 gediend5647 8799 en zich voor die gebogen hebben;7812 8691 goden,430 die hen niet gekend hadden,3045 8804 en geen van welke hun iets medegedeeld had;2505 8804 Daarom is de toorn639 des HEEREN3068 ontstoken2734 8799 tegen dit land,776 om daarover te brengen935 8687 al dezen vloek,7045 die in dit boek5612 geschreven is.3789 8803 En de HEERE3068 heeft hen uit hun land127 uitgetrokken,5428 8799 in toorn,639 en in grimmigheid,2534 en in grote1419 verbolgenheid;7110 en heeft hen verworpen7993 8686 in een ander312 land,776 gelijk het is te dezen dage.3117 De verborgene5641 8737 dingen zijn voor den HEERE,3068 onzen God;430 maar de geopenbaarde1540 8737 zijn voor ons en voor onze kinderen,1121 tot5704 in eeuwigheid,5769 om te doen6213 8800 al de woorden1697 dezer wet.8451

Every verse in Deuteronomy 29

Chapter navigation

0:000:00