Deuteronomy 31:27
“Want ik ken3045 8804 uw wederspannigheid,4805 en uw harden7186 nek.6203 Ziet, terwijl ik nog heden3117 met ulieden leve,2416 zijt gij wederspannig geweest4784 8688 tegen den HEERE;3068 hoe veel te meer na310 mijn dood!4194”
Deuteronomy 31:27 — Statenvertaling (1637)
Verse 27 of 30 in Deuteronomy chapter 31 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Deuteronomy 31 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Daarna ging3212 8799 Mozes4872 heen, en sprak1696 8762 deze woorden1697 tot gans ,3478 En zeide559 8799 tot hen: Ik ben heden3117 honderd3967 en twintig6242 jaren8141 oud;1121 ik zal niet meer kunnen3201 8799 uitgaan3318 8800 en ingaan;935 8800 daartoe heeft de HEERE3068 tot mij gezegd:559 8804 zult over deze Jordaan3383 niet gaan.5674 8799 De HEERE,3068 uw God,430 zal voor uw aangezicht6440 overgaan;5674 8802 zal deze volken1471 van voor uw aangezicht6440 verdelgen,8045 8686 dat gij hen erfelijk bezit.3423 8804 Jozua3091 zal voor uw aangezicht6440 overgaan,5674 8802 gelijk als de HEERE3068 gesproken heeft.1696 8765 En de HEERE3068 zal hun doen,6213 8804 gelijk als aan Sihon5511 en Og,5747 koningen4428 der ,567 en aan hun land,776 gedaan heeft,6213 8804 die verdelgd heeft.8045 8689 Wanneer hen nu de HEERE3068 voor uw aangezicht6440 zal gegeven hebben,5414 8804 zult gij hun doen6213 8804 naar alle gebod,4687 dat ik ulieden geboden heb.6680 8765 Weest sterk2388 8798 en hebt goeden moed,553 8798 en vreest3372 8799 niet, en verschrikt6206 8799 niet voor hun aangezicht;6440 want het is de HEERE,3068 uw God,430 met u gaat;1980 8802 zal u niet begeven,7503 8686 noch u verlaten.5800 8799 En Mozes4872 riep7121 8799 ,3091 en zeide559 8799 tot hem voor de ogen5869 van gans :3478 sterk2388 8798 en heb goeden moed,553 8798 want gij zult met dit volk5971 ingaan935 8799 in het land776 dat de HEERE3068 hun vaderen1 gezworen heeft,7650 8738 hun te zullen geven;5414 8800 en gij zult het hun doen erven.5157 8686 De HEERE3068 nu is , Die voor uw aangezicht6440 gaat;1980 8802 zal met u zijn; Hij zal u niet begeven,7503 8686 noch u verlaten;5800 8799 vrees3372 8799 niet, en ontzet u2865 8735 niet. En Mozes4872 schreef3789 8799 deze wet,8451 en gaf5414 8799 ze aan de priesteren,3548 de zonen1121 van ,3878 die de 727 des verbonds1285 des HEEREN3068 droegen,5375 8802 en aan alle oudsten2205 van .3478 En Mozes4872 gebood6680 8762 hun, zeggende:559 8800 einde7093 van zeven7651 jaren,8141 op den gezetten tijd4150 van het jaar8141 der vrijlating,8059 op het feest2282 der loofhutten,5521 Als gans 3478 zal komen,935 8800 om te verschijnen7200 8736 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 in de plaats,4725 die zal verkoren hebben,977 8799 zult gij deze wet8451 voor gans 3478 uitroepen,7121 8799 voor hun oren;241 Vergadert6950 8685 het volk,5971 de mannen,582 en de vrouwen,802 en de kinderen,2945 en uw vreemdelingen,1616 die in uw poorten8179 zijn; opdat zij horen,8085 8799 en opdat zij leren,3925 8799 en vrezen3372 8804 den HEERE,3068 uw God,430 en waarnemen8104 8804 te doen6213 8800 alle woorden1697 dezer wet.8451 En dat hun kinderen,1121 die het niet geweten hebben,3045 8804 horen8085 8799 en leren,3925 8804 om te vrezen3372 8800 den HEERE,3068 uw God,430 al de dagen,3117 die gij leeft2416 op het land,127 naar hetwelk gij over de Jordaan3383 zijt heengaande,5674 8802 om dat te erven.3423 8800 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot :4872 , uw dagen3117 zijn genaderd,7126 8804 om te sterven;4191 8800 roep7121 8798 ,3091 en stelt ulieden3320 8690 in de tent168 der samenkomst,4150 dat Ik hem bevel geve.6680 8762 Zo ging3212 8799 ,4872 en ,3091 en zij stelden zich3320 8691 in de tent168 der samenkomst.4150 Toen verscheen7200 8735 de HEERE3068 in de tent,168 in de wolkkolom;5982 6051 en de wolkkolom5982 6051 stond5975 8799 boven de deur6607 der tent.168 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot :4872 , gij zult slapen7901 8802 met uw vaderen;1 en dit volk5971 zal opstaan,6965 8804 en nahoereren310 2181 8804 de goden430 der vreemden5236 van dat land,776 waar het naar toe gaat,935 8802 in het midden7130 van hetzelve; en het zal verlaten5800 8804 en vernietigen6565 8689 verbond,1285 dat Ik met hetzelve gemaakt heb.3772 8804 Zo zal toorn639 te dien dage3117 tegen hetzelve ontsteken,2734 8804 en Ik zal hen verlaten,5800 8804 en aangezicht6440 van hen verbergen,5641 8689 dat zij ter spijze zijn,398 8800 en vele7227 kwaden7451 en benauwdheden6869 zullen het treffen;4672 8804 dat het te dien dage3117 zal zeggen:559 8804 mij deze kwaden7451 niet getroffen,4672 8804 omdat mijn God430 in het midden7130 van mij niet is? Ik zal aangezicht6440 te dien dage3117 ganselijk5641 8687 verbergen,5641 8686 om al het kwaad,7451 dat het gedaan heeft;6213 8804 want3588 het heeft zich gewend6437 8804 tot andere312 goden.430 En nu, schrijft3789 8798 ulieden dit lied,7892 en leert3925 8761 het den kinderen1121 ;3478 legt7760 8798 het in hun mond;6310 opdat dit lied7892 ten getuige5707 zij tegen de kinderen1121 .3478 Want Ik zal dit [volk] inbrengen935 8686 in het land,127 dat Ik zijn vaderen1 gezworen heb,7650 8738 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig,1706 en het zal eten,398 8804 en verzadigd,7646 8804 en vet worden;1878 8804 zal het zich wenden6437 8804 tot andere312 goden,430 en hen dienen,5647 8804 en zij zullen tergen,5006 8765 en verbond1285 vernietigen.6565 8689 En het zal geschieden, wanneer vele7227 kwaden7451 en benauwdheden6869 hetzelve zullen treffen,4672 8799 zal dit lied7892 voor zijn aangezicht6440 antwoorden6030 8804 tot getuige;5707 want het zal uit den mond6310 zijns zaads2233 niet vergeten worden;7911 8735 dewijl Ik weet3045 8804 zijn gedichtsel3336 dat het heden3117 maakt,6213 8802 aleer Ik het inbreng935 8686 in het land,776 dat Ik gezworen heb.7650 8738 Zo schreef3789 8799 Mozes4872 dit lied7892 te dien dage,3117 en hij leerde3925 8762 het den kinderen1121 .3478 En gebood6680 8762 ,3091 den zoon1121 van ,5126 en zeide:559 8799 sterk2388 8798 en heb goeden moed,553 8798 want gij zult de kinderen1121 Israels3478 inbrengen935 8686 in het land,776 dat Ik hun gezworen heb;7650 8738 en Ik zal met u zijn. En het geschiedde, als Mozes4872 voleind had3615 8763 de woorden1697 dezer wet8451 te schrijven3789 8800 in een boek,5612 totdat zij voltrokken waren;8552 8800 Zo gebood6680 8762 Mozes4872 den ,3881 die de 727 des verbonds1285 des HEEREN3068 droegen,5375 8802 zeggende:559 8800 Neemt3947 8800 dit wetboek,5612 8451 en legt7760 8804 het aan de zijde6654 van de 727 des verbonds1285 des HEEREN,3068 uws ,430 dat het aldaar zij ten getuige5707 tegen u. Want ik ken3045 8804 uw wederspannigheid,4805 en uw harden7186 nek.6203 , terwijl ik nog heden3117 met ulieden leve,2416 zijt gij wederspannig geweest4784 8688 tegen den HEERE;3068 hoe veel te meer na310 mijn dood!4194 Vergadert6950 8685 tot mij al de oudsten2205 uwer stammen,7626 en uw ambtlieden;7860 8802 dat ik voor hun oren241 deze woorden1697 spreke,1696 8762 en tegen hen den hemel8064 en de aarde776 tot getuigen neme.5749 8686 Want ik weet,3045 8804 dat gij het na310 mijn dood4194 zekerlijk7843 8687 zult verderven,7843 8686 en afwijken5493 8804 van den weg,1870 dien ik u geboden heb;6680 8765 zal u dit kwaad7451 in het laatste319 der dagen3117 ontmoeten,7122 8804 wanneer gij zult gedaan hebben,6213 8799 dat kwaad7451 is in de ogen5869 des HEEREN,3068 om door het werk4639 uwer handen3027 tot toorn te verwekken.3707 8687 Toen sprak1696 8762 ,4872 voor de oren241 der ganse gemeente6951 van ,3478 de woorden1697 dezes lieds,7892 totdat zij voltrokken waren.8552 8800