Ecclesiastes 10:15
“De arbeid5999 der zotten3684 maakt een iegelijk van hen moede;3021 8762 dewijl zij niet weten3045 8804 naar de stad5892 te gaan.3212 8800”
Ecclesiastes 10:15 — Statenvertaling (1637)
Verse 15 of 20 in Ecclesiastes chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Ecclesiastes 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Een dode4194 vlieg2070 doet de zalf8081 des apothekers7543 8802 stinken887 8686 [en] opwellen;5042 8686 [alzo] een weinig4592 dwaasheid5531 een [man], die kostelijk3368 is van wijsheid2451 [en] van eer.3519 Het hart3820 des wijzen2450 is tot zijn rechter3225 [hand], maar het hart3820 eens zots3684 is tot zijn linkerhand.8040 En ook wanneer de dwaas5530 op den weg1870 wandelt,1980 8802 zijn hart3820 ontbreekt2638 [hem], en hij zegt559 8804 tot een iegelijk, dat hij dwaas5530 is. Als de geest7307 des heersers4910 8802 tegen u oprijst,5927 8799 verlaat3240 8686 uw plaats4725 niet; want het is medicijn,4832 het stilt3240 8686 grote1419 zonden.2399 Er is3426 [nog] een kwaad,7451 [dat] ik gezien heb7200 8804 onder de zon,8121 als een dwaling,7684 die van het aangezicht6440 des oversten7989 voortkomt.3318 8802 Een dwaas5529 wordt gezet5414 8738 in grote7227 hoogheden,4791 maar de rijken6223 zitten3427 8799 in de laagte.8216 Ik heb knechten5650 te paard5483 gezien,7200 8804 en vorsten,8269 gaande1980 8802 als knechten5650 op de aarde.776 Wie een kuil1475 graaft,2658 8802 zal daarin vallen;5307 8799 en wie een muur1447 doorbreekt,6555 8802 een slang5175 zal hem bijten.5391 8799 Wie stenen68 wegdraagt,5265 8688 zal smart daardoor lijden;6087 8735 wie hout6086 klieft,1234 8802 zal daardoor in gevaar zijn.5533 8735 Indien hij het ijzer1270 heeft stomp gemaakt,6949 8765 en hij slijpt7043 8773 de snede6440 niet, moet hij meerder kracht2428 te werk stellen;1396 8762 maar de wijsheid2451 is een uitnemende3504 zaak, om [iets] recht te maken.3787 8687 Indien de slang5175 gebeten heeft,5391 8799 eer der bezwering3908 geschied is, is er geen nuttigheid3504 voor den allerwelsprekendsten3956 1167 [bezweerder]. De woorden1697 van een wijzen2450 mond6310 zijn aangenaam;2580 maar de lippen8193 van een zot3684 verslinden1104 8762 hemzelven. Het begin8462 der woorden1697 zijns monds6310 is dwaasheid,5531 en het einde319 zijns monds6310 is boze7451 dolligheid.1948 De dwaas5530 maakt wel veel7235 8686 woorden;1697 [maar] de mens120 weet3045 8799 niet, wat het zij, dat geschieden zal; en wat na310 hem geschieden zal, wie zal het hem te kennen geven?5046 8686 De arbeid5999 der zotten3684 maakt een iegelijk van hen moede;3021 8762 dewijl zij niet weten3045 8804 naar de stad5892 te gaan.3212 8800 Wee337 u, land!776 welks koning4428 een kind5288 is, en welks vorsten8269 tot in den morgenstond1242 eten!398 8799 Welgelukzalig835 zijt gij, land!776 welks koning4428 een zoon1121 der edelen2715 is, en welks vorsten8269 ter rechter tijd6256 eten,398 8799 tot sterkte1369 en niet tot drinkerij.8358 Door grote luiheid6103 verzwakt4355 8735 het gebint,4746 en door slapheid8220 der handen3027 wordt het huis1004 doorlekkende.1811 8799 Men maakt6213 8802 maaltijden3899 om te lachen,7814 en de wijn3196 verheugt8055 8762 de levenden,2416 en het geld3701 verantwoordt6030 8799 alles. Vloek7043 8762 den koning4428 niet, zelfs in uw gedachten,4093 en vloek7043 8762 den rijke6223 niet in het binnenste uwer slaapkamer;2315 4904 want het gevogelte5775 des hemels8064 zou de stem6963 wegvoeren,3212 8686 en het gevleugelde1167 3671 zou het woord1697 te kennen geven.5046 8686