Ecclesiastes 12:3
“In den dag,3117 wanneer de wachters8104 8802 des huizes1004 zullen beven,2111 8799 en de sterke2428 mannen582 zichzelven zullen krommen,5791 8694 en de maalsters2912 8802 zullen stilstaan,988 8804 omdat zij minder geworden zijn,4591 8765 en die door de vensteren699 zien,7200 8802 verduisterd zullen worden;2821 8804”
Ecclesiastes 12:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 14 in Ecclesiastes chapter 12 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Ecclesiastes 12 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En gedenk2142 8798 aan uw Schepper1254 8802 in de dagen3117 uwer jongelingschap,979 eer dat de kwade7451 dagen3117 komen,935 8799 en de jaren8141 naderen,5060 8689 van dewelke gij zeggen zult:559 8799 Ik heb geen lust2656 in dezelve. Eer de zon,8121 en het licht,216 en de maan,3394 en de sterren3556 verduisterd worden,2821 8799 en de wolken5645 wederkomen7725 8804 na310 den regen.1653 In den dag,3117 wanneer de wachters8104 8802 des huizes1004 zullen beven,2111 8799 en de sterke2428 mannen582 zichzelven zullen krommen,5791 8694 en de maalsters2912 8802 zullen stilstaan,988 8804 omdat zij minder geworden zijn,4591 8765 en die door de vensteren699 zien,7200 8802 verduisterd zullen worden;2821 8804 En de twee deuren1817 naar de straat7784 zullen gesloten worden,5462 8795 als er is een nederig8217 geluid6963 der maling,2913 en hij opstaat6965 8799 op de stem6963 van het vogeltje,6833 en al de zangeressen1323 7892 nedergebogen zullen worden.7817 8735 Ook [wanneer] zij voor de hoogte1364 zullen vrezen,3372 8799 en dat er verschrikkingen2849 zullen zijn op den weg,1870 en de amandelboom8247 zal bloeien,5006 8686 en dat de sprinkhaan2284 zichzelven een last5445 8691 zal wezen, en dat de lust35 zal vergaan;6565 8686 want de mens120 gaat1980 8802 naar zijn eeuwig5769 huis,1004 en de rouwklagers5594 8802 zullen in de straat7784 omgaan.5437 8804 Eer dat5704 834 3808 het zilveren3701 koord2256 ontketend wordt,7576 8735 8675 7368 8735 en de gulden2091 schaal1543 in stukken gestoten wordt,7533 8799 en de kruik3537 aan de springader4002 gebroken wordt,7665 8735 en het rad1534 aan den bornput953 in stukken gestoten wordt;7533 8738 En dat het stof6083 wederom7725 tot aarde776 keert,7725 8799 als het geweest is; en de geest7307 weder7725 tot God430 keert,7725 8799 hem gegeven heeft.5414 8804 Ijdelheid1892 der ijdelheden,1892 zegt559 8804 de prediker;6953 het is al ijdelheid!1892 En voorts,3148 dewijl de prediker6953 wijs2450 geweest is, zo leerde hij3925 8765 het volk5971 nog wetenschap,1847 en merkte op,239 8765 en onderzocht;2713 8765 hij stelde8626 vele7235 8687 spreuken4912 in orde.8626 8765 De prediker6953 zocht1245 8765 aangename2656 woorden1697 uit te vinden,4672 8800 en het geschrevene3789 8803 is recht,3476 woorden1697 der waarheid.571 De woorden1697 der wijzen2450 zijn gelijk prikkelen,1861 en gelijk nagelen,4930 diep ingeslagen5193 8803 [van] de meesters1167 der verzamelingen,627 [die] gegeven zijn5414 8738 van den enigen259 .7462 8802 En wat boven3148 dezelve1992 is, mijn zoon!1121 wees gewaarschuwd;2094 8734 van vele7235 8687 boeken5612 te maken6213 8800 is geen einde,7093 en veel7235 8687 lezens3854 is vermoeiing3024 des vleses.1320 Van alles, wat gehoord is,8085 8799 is het einde5490 van de zaak:1697 Vrees3372 8798 God,430 en houd8104 8798 geboden,4687 want dit [betaamt] allen mensen.120 Want God430 zal ieder werk4639 in het gericht4941 brengen,935 8686 met al wat verborgen is,5956 8737 hetzij goed,2896 of hetzij kwaad.7451