Ecclesiastes 6:8

“Want wat heeft de wijze2450 meer3148 dan de zot?3684 Wat heeft de arme6041 [meer], die voor de levenden2416 weet3045 8802 te wandelen?1980 8800”

Ecclesiastes 6:8 — Statenvertaling (1637)

Verse 8 of 12 in Ecclesiastes chapter 6 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ecclesiastes 6 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Er is3426 een kwaad,7451 dat ik gezien heb7200 8804 onder de zon,8121 en het is veel7227 onder de mensen:120 Een man,376 denwelken God430 gegeven heeft5414 8799 rijkdom,6239 en goederen,5233 en eer;3519 en hij heeft voor zijn ziel5315 aan geen ding gebrek,2638 van alles wat hij begeert;183 8691 en God430 geeft hem de macht7980 8686 niet, om daarvan te eten,398 8800 maar dat een vreemd5237 man376 dat opeet.398 8799 is [ook] ijdelheid1892 en een kwade7451 smart.2483 Indien een man376 honderd3967 [kinderen] gewon,3205 8686 en vele7227 jaren8141 leefde,2421 8799 zodat de dagen3117 zijner jaren8141 veel7227 waren, doch zijn ziel5315 niet verzadigd werd7646 8799 van het goed,2896 en hij ook geen begrafenis6900 had; ik zeg,559 8804 dat een misdracht5309 beter2896 is hij. Want met ijdelheid1892 komt zij,935 8804 en in duisternis2822 gaat zij weg,3212 8799 en met duisternis2822 wordt haar naam8034 bedekt.3680 8792 Ook heeft zij de zon8121 niet gezien,7200 8804 noch bekend;3045 8804 zij2088 heeft meer rust,5183 hij.2088 Ja, al432 leefde hij2421 8804 schoon432 tweemaal6471 duizend505 jaren,8141 en het goede2896 niet zag;7200 8804 gaan zij1980 8802 niet allen naar een259 plaats?4725 Al de arbeid5999 des mensen120 is voor zijn mond;6310 en nochtans wordt de begeerlijkheid5315 niet vervuld.4390 8735 Want wat heeft de wijze2450 meer3148 de zot?3684 heeft de arme6041 [meer], die voor de levenden2416 weet3045 8802 te wandelen?1980 8800 Beter2896 is het aanzien4758 der ogen,5869 het wandelen1980 8800 der begeerlijkheid.5315 is ook ijdelheid1892 en kwelling7469 des geestes.7307 Wat ook iemand zij, alrede3528 is zijn naam8034 genoemd,7121 8738 en het is bekend,3045 8737 dat hij een mens120 is; en dat hij niet kan3201 8799 rechten1777 8800 met dien, die sterker8623 is hij. Voorwaar, er zijn3426 veel7235 8687 dingen,1697 die de ijdelheid1892 vermeerderen;7235 8688 wat heeft de mens120 te meer3148 [daarvan]? Want wie weet,3045 8802 wat goed2896 is voor den mens120 in dit leven,2416 [gedurende] het getal4557 der dagen3117 van het leven2416 zijner ijdelheid,1892 welke hij doorbrengt6213 8799 als een schaduw?6738 wie kan den mens120 aanzeggen,5046 8686 wat na310 hem wezen zal onder de zon?8121

Every verse in Ecclesiastes 6

Chapter navigation

0:000:00