Ecclesiastes 8:2

“Ik [zeg]: Neem acht8104 8798 op den mond6310 des konings;4428 doch naar de gelegenheid1700 van den eed7621 Gods.430”

Ecclesiastes 8:2 — Statenvertaling (1637)

Verse 2 of 17 in Ecclesiastes chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ecclesiastes 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Wie is gelijk de wijze,2450 en wie weet3045 8802 de uitlegging6592 der dingen?1697 De wijsheid2451 der mensen120 verlicht215 8686 zijn aangezicht,6440 en de stuursheid5797 zijns aangezichts6440 wordt [daardoor] veranderd.8132 8792 Ik [zeg]: Neem acht8104 8798 op den mond6310 des konings;4428 doch naar de gelegenheid1700 van den eed7621 .430 Haast u926 8735 niet weg te gaan3212 8799 van zijn aangezicht;6440 blijf niet staande5975 8799 in een kwade7451 zaak;1697 want al wat hem lust,2654 8799 doet hij.6213 8799 Waar het woord1697 des konings4428 is, daar is heerschappij;7983 en wie zal tot hem zeggen:559 8799 doet gij?6213 8799 Wie het gebod4687 onderhoudt,8104 8802 zal niets kwaads7451 1697 gewaar worden;3045 8799 en het hart3820 eens wijzen2450 zal tijd6256 en wijze4941 weten.3045 8799 Want een ieder voornemen2656 heeft3426 tijd6256 en wijze,4941 dewijl het kwaad7451 des mensen120 veel7227 is over hem. Want hij weet3045 8802 niet, wat er geschieden zal; want wie zal het hem te kennen geven,5046 8686 wanneer het geschieden zal? Er is geen mens,120 die heerschappij7989 heeft over den geest,7307 om den geest7307 in te houden;3607 8800 en hij heeft geen heerschappij7983 over den dag3117 des doods;4194 ook geen geweer4917 in dezen strijd;4421 ook zal de goddeloosheid7562 haar meesters1167 niet verlossen.4422 8762 Dit alles heb ik gezien,7200 8804 toen ik mijn hart3820 begaf5414 8800 tot alle werk,4639 dat onder de zon8121 geschiedt:6213 8738 er is een tijd,6256 dat de [ene] mens120 over den [anderen] mens heerst,7980 8804 hem ten kwade.7451 Alzo3651 heb ik ook gezien7200 8804 de goddelozen,7563 die begraven waren,6912 8803 en [degenen], [die] kwamen,935 8804 en uit de plaats4725 des Heiligen6918 gingen,1980 8762 die werden vergeten7911 8691 in die stad,5892 [in] dewelke zij recht gedaan hadden.6213 8804 is ook ijdelheid.1892 Omdat niet haastelijk4120 het oordeel6599 [over] de boze7451 daad4639 geschiedt,6213 8738 daarom is het hart3820 van de kinderen1121 der mensen120 in hen vol4390 8804 om kwaad7451 te doen.6213 8800 Hoewel een zondaar2398 8802 honderd3967 [maal] kwaad7451 doet,6213 8802 en [God] hem [de] [dagen] verlengt;748 8688 zo weet ik3045 8802 toch, dat het dien zal welgaan,2896 die God430 vrezen,3373 die voor aangezicht6440 vrezen.3372 8799 Maar den goddeloze7563 zal het niet welgaan,2896 en hij zal de dagen3117 niet verlengen;748 8686 hij zal zijn gelijk een schaduw,6738 omdat hij voor Gods430 aangezicht6440 niet vreest.3373 Er is3426 [nog] een ijdelheid,1892 die op aarde776 geschiedt:6213 8738 dat er zijn rechtvaardigen,6662 dien het wedervaart5060 8688 naar het werk4639 der goddelozen,7563 en er zijn3426 goddelozen,7563 dien het wedervaart5060 8688 naar het werk4639 der rechtvaardigen.6662 Ik zeg,559 8804 dat dit ook1571 ijdelheid1892 is. Daarom prees ik7623 8765 de blijdschap,8057 dewijl de mens120 niets beters2896 heeft onder de zon,8121 te eten,398 8800 en te drinken,8354 8800 en blijde te zijn;8055 8800 want dat zal hem aankleven3867 8799 van zijn arbeid,5999 de dagen3117 zijns levens,2416 die hem God430 geeft5414 8804 onder de zon.8121 Als ik mijn hart3820 begaf,5414 8804 om wijsheid2451 te weten,3045 8800 en om aan te zien7200 8800 de bezigheid,6045 die op de aarde776 geschiedt,6213 8738 dat men ook, des daags3117 of des nachts,3915 den slaap8142 niet ziet7200 8802 met zijne ogen;5869 Toen zag ik7200 8804 al het werk4639 ,430 dat de mens120 niet kan3201 8799 uitvinden,4672 8800 het werk,4639 dat onder de zon8121 geschiedt,6213 8738 om7945 hetwelk834 een mens120 arbeidt5998 8799 om te zoeken,1245 8763 maar hij zal het niet uitvinden;4672 8799 ja, indien ook een wijze2450 zeide,559 8799 dat hij het zou weten,3045 8800 zo zal hij het [toch] niet kunnen3201 8799 uitvinden.4672 8800

Every verse in Ecclesiastes 8

Chapter navigation

0:000:00