Ecclesiastes 9:2
“Alle ding [wedervaart] [hun], gelijk aan alle [anderen]; enerlei259 wedervaart4745 den rechtvaardige6662 en den goddeloze,7563 den goede2896 en den reine,2889 als den onreine;2931 zo dien, die offert,2076 8802 als dien, die834 niet offert;2076 8802 gelijk den goede,2896 alzo [ook] den zondaar,2398 8802 dien, die zweert,7650 8737 gelijk dien, die den eed7621 vreest.3373”
Ecclesiastes 9:2 — Statenvertaling (1637)
Verse 2 of 18 in Ecclesiastes chapter 9 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Ecclesiastes 9 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Zekerlijk, dit alles heb ik in mijn hart3820 gelegd,5414 8804 opdat ik dit alles klaarlijk mocht verstaan,952 8800 dat de rechtvaardigen,6662 en de wijzen,2450 en hun werken5652 in de hand3027 Gods430 zijn; ook1571 liefde,160 ook1571 haat,8135 weet3045 8802 de mens120 niet [uit] al hetgeen voor zijn aangezicht6440 is. Alle ding [wedervaart] [hun], gelijk aan alle [anderen]; enerlei259 wedervaart4745 den rechtvaardige6662 en den goddeloze,7563 den goede2896 en den reine,2889 als den onreine;2931 zo dien, die offert,2076 8802 als dien, die834 niet offert;2076 8802 gelijk den goede,2896 alzo [ook] den zondaar,2398 8802 dien, die zweert,7650 8737 gelijk dien, die den eed7621 vreest.3373 Dit is een kwaad7451 onder alles, wat onder de zon8121 geschiedt,6213 8738 dat enerlei259 ding allen wedervaart,4745 en dat ook het hart3820 der mensenkinderen1121 120 vol4390 8804 boosheid7451 is, en dat er in hun leven2416 onzinnigheden1947 zijn in hun hart;3824 en daarna310 [moeten] zij naar de doden4191 8801 toe. Want3588 voor dengene,4310 die834 vergezelschapt is2266 8792 8675 977 8792 bij413 alle3605 levenden,2416 is er3426 hoop;986 want3588 een levende2416 hond3611 is1931 beter2896 4480 een dode4191 8801 leeuw.738 Want de levenden2416 weten,3045 8802 dat zij sterven zullen,4191 8799 maar de doden4191 8801 weten3045 8802 niet met al;3972 zij hebben ook geen loon7939 meer, maar hun gedachtenis2143 is vergeten.7911 8738 Ook is alrede3528 hun liefde,160 ook hun haat,8135 ook hun nijdigheid7068 vergaan;6 8804 en zij hebben geen deel2506 meer in [deze] eeuw5769 in alles, wat onder de zon8121 geschiedt.6213 8738 Ga [] heen,3212 8798 eet398 8798 uw brood3899 met vreugde,8057 en drink8354 8798 uw wijn3196 van goeder2896 harte;3820 want God430 heeft alrede3528 een behagen7521 8804 aan uw werken.4639 Laat uw klederen899 te allen tijd6256 wit3836 zijn, en laat op uw hoofd7218 geen olie8081 ontbreken.2637 8799 Geniet7200 8798 het leven2416 met de vrouw,802 die gij liefhebt,157 8804 al de dagen3117 uws ijdelen1892 levens,2416 welke [God] u gegeven heeft5414 8804 onder de zon,8121 al uw ijdele1892 dagen;3117 want dit is uw deel2506 in dit leven,2416 en van uw arbeid,5999 dien gij arbeidt6001 onder de zon.8121 Alles, wat uw hand3027 vindt4672 8799 om te doen,6213 8800 doe6213 8798 [dat] met uw macht;3581 want er is geen werk,4639 noch verzinning,2808 noch wetenschap,1847 noch wijsheid2451 in het graf,7585 daar gij heengaat.1980 8802 Ik keerde mij,7725 8804 en zag7200 8800 onder de zon,8121 dat de loop4793 niet is der snellen,7031 noch de strijd4421 der helden,1368 noch ook de spijs3899 der wijzen,2450 noch ook de rijkdom6239 der verstandigen,995 8737 noch ook de gunst2580 der welwetenden,3045 8802 maar dat tijd6256 en toeval6294 aan alle dezen wedervaart;7136 8799 Dat ook de mens120 zijn tijd6256 niet weet,3045 8799 gelijk de vissen,1709 die gevangen worden270 8737 met het boze7451 ;4685 en gelijk de vogelen,6833 die gevangen worden270 8803 met den strik;6341 gelijk die,1992 [alzo] worden de kinderen1121 der mensen120 verstrikt,3369 8795 ter bozer7451 tijd,6256 wanneer derzelve haastelijk6597 over hen valt.5307 8799 Ook heb ik onder de zon8121 deze2090 wijsheid2451 gezien,7200 8804 en zij was groot1419 bij mij; Er was een kleine6996 stad,5892 en weinig4592 lieden582 waren daarin; en een groot1419 koning4428 kwam935 8804 tegen haar, en hij omsingelde5437 8804 ze, en hij bouwde1129 8804 grote1419 vastigheden4685 tegen haar. En men vond4672 8804 daar een armen4542 wijzen2450 man376 in, die de stad5892 verloste4422 8765 door zijn wijsheid;2451 maar geen mens120 gedacht2142 8804 denzelven armen4542 man.376 Toen zeide ik:559 8804 Wijsheid2451 is beter2896 kracht,1369 hoewel de wijsheid2451 des armen4542 veracht,959 8803 en zijn woorden1697 niet waren gehoord geweest.8085 8737 De woorden1697 der wijzen2450 moeten in stilheid5183 aangehoord worden,8085 8737 meer het geroep2201 desgenen, die over de zotten3684 heerst.4910 8802 De wijsheid2451 is beter2896 de krijgswapenen,3627 7128 maar een enig259 zondaar2398 8802 verderft6 8762 veel7235 8687 goeds.2896