Esther 2:17

“En de koning4428 beminde157 8799 Esther635 boven4480 alle3605 vrouwen,802 en zij verkreeg5375 8799 genade2580 en gunst2617 voor zijn aangezicht,6440 boven4480 alle3605 maagden;1330 en hij zette7760 8799 de koninklijke4438 kroon3804 op haar hoofd,7218 en hij maakte haar koningin4427 8686 in de plaats8478 van Vasthi.2060”

Esther 2:17 — Statenvertaling (1637)

Verse 17 of 23 in Esther chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Esther 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Na310 deze428 geschiedenissen,1697 toen de grimmigheid2534 van den koning4428 Ahasveros325 gestild was,7918 8800 gedacht hij2142 8804 aan ,2060 en wat834 zij gedaan had,6213 8804 en wat834 over5921 haar besloten was.1504 8738 Toen zeiden559 8799 de jongelingen5288 des konings,4428 die hem dienden:8334 8764 zoeke1245 8762 voor den koning4428 jonge dochters,5291 maagden,1330 schoon2896 van aangezicht.4758 En de koning4428 bestelle6485 8686 toezieners6496 in al3605 de landschappen4082 zijns koninkrijks,4438 dat zij vergaderen6908 8799 alle3605 jonge dochters,5291 maagden,1330 schoon2896 van aangezicht,4758 tot413 den burg1002 ,7800 tot413 het huis1004 der vrouwen,802 onder413 de hand3027 van ,1896 des konings4428 kamerling,5631 bewaarder8104 8802 der vrouwen;802 en men geve5414 8800 haar haar versierselen.8562 En de jonge dochter,5291 die834 in des konings4428 oog5869 schoon wezen zal,3190 8799 worde koningin4427 8799 in stede8478 van .2060 zaak1697 nu was goed3190 8799 in de ogen5869 des konings,4428 en hij deed6213 8799 alzo.3651 Er was1961 8804 een Joods3064 man376 op den burg1002 ,7800 wiens naam8034 was ,4782 een zoon1121 van ,2971 den zoon1121 van ,8096 den zoon1121 van ,7027 een man van ;1145 Die834 weggevoerd was1540 8717 van4480 Jeruzalem3389 met5973 de weggevoerden,1473 die834 weggevoerd waren1540 8717 met5973 ,3204 den koning4428 van ,3063 denwelken834 ,5019 de koning4428 van ,894 had weggevoerd.1540 8689 En hij was het,1961 8799 die opvoedde539 8802 Hadassa1919 (deze1931 is ,635 de dochter1323 zijns ooms1730); want3588 zij had geen369 vader1 noch moeder;517 en zij was een jonge dochter,5291 schoon3303 van gedaante,8389 en schoon2896 van aangezicht;4758 en als haar vader1 en haar moeder517 stierven,4194 had Mordechai4782 ze zich tot een dochter1323 aangenomen.3947 8804 Het geschiedde1961 8799 nu, toen het woord1697 des konings4428 en zijn wet1881 ruchtbaar was,8085 8736 en toen vele7227 jonge dochters5291 samenvergaderd werden6908 8736 op413 den burg1002 ,7800 onder413 de hand3027 van ,1896 werd 635 ook genomen3947 8735 in413 des konings4428 huis,1004 onder413 de hand3027 van ,1896 den bewaarder8104 8802 der vrouwen.802 En die jonge dochter5291 was schoon3190 8799 in zijn ogen,5869 en zij verkreeg5375 8799 gunst2617 voor zijn aangezicht;6440 daarom haastte hij926 8762 met haar versierselen8562 en met haar delen4490 haar te geven,5414 8800 en zeven7651 aanzienlijke7200 8803 jonge dochters5291 haar te geven5414 8800 uit4480 het huis1004 des konings;4428 en hij verplaatste8138 8762 haar en haar jonge dochters5291 naar het beste2896 van het huis1004 der vrouwen.802 635 had haar volk5971 en haar maagschap4138 niet3808 te kennen gegeven;5046 8689 want3588 Mordechai4782 had haar geboden,6680 8765 5921 dat834 zij het niet3808 zou te kennen geven.5046 8686 Mordechai4782 nu wandelde1980 8693 allen3605 dag3117 3117 voor6440 het voorhof2691 van het huis1004 der vrouwen,802 om te vernemen3045 8800 naar den welstand7965 van ,635 en wat4100 met haar geschieden zou.6213 8735 Als nu de beurt8447 van elke jonge dochter5291 naakte,5060 8687 om tot413 den koning4428 Ahasveros325 te komen,935 8800 nadat4480 7093 haar twaalf8147 6240 maanden2320 lang naar de wet1881 der vrouwen802 geschied was;1961 8800 want3588 alzo3651 werden vervuld4390 8799 de dagen3117 harer versieringen,4795 zes8337 maanden2320 met mirreolie,8081 4753 en zes8337 maanden2320 met specerijen,1314 en met [andere] versierselen8562 der vrouwen;802 Daarmede2088 kwam935 8802 de jonge dochter5291 tot413 den koning;4428 al3605 wat834 zij zeide,559 8799 werd haar gegeven,5414 8735 dat zij daarmede5973 ging935 8800 uit4480 het huis1004 der vrouwen802 tot5704 het huis1004 des konings.4428 Des avonds6153 ging935 8802 zij1931 daarin, en des morgens1242 ging7725 zij1931 weder7725 8802 naar413 het tweede8145 huis1004 der vrouwen,802 onder413 de hand3027 van ,8190 den kamerling5631 des konings,4428 bewaarder8104 8802 der bijwijven,6370 zij kwam935 8799 niet3808 weder5750 tot413 den koning,4428 ten ware3588 518 de koning4428 lust tot haar had,2654 8804 en zij bij name8034 geroepen werd.7121 8738 Als de beurt8447 van ,635 de dochter1323 van ,32 den oom1730 van ,4782 (die834 hij zich ter dochter1323 genomen had3947 8804) naakte,5060 8687 dat zij tot413 den koning4428 komen zou,935 8800 begeerde zij1245 8765 niet3808 met al,1697 3588 518 wat834 ,1896 des konings4428 kamerling,5631 de bewaarder8104 8802 der vrouwen,802 zeide;559 8799 en 635 verkreeg1961 8799 5375 8802 genade2580 in de ogen5869 van allen,3605 die haar zagen.7200 8802 Alzo werd 635 genomen3947 8735 tot413 den koning4428 ,325 tot413 zijn koninklijk4438 huis,1004 in de tiende6224 maand,2320 welke1931 is de maand2320 ,2887 in het zevende7651 jaar8141 zijns rijks.4438 En de koning4428 beminde157 8799 635 boven4480 alle3605 vrouwen,802 en zij verkreeg5375 8799 genade2580 en gunst2617 voor zijn aangezicht,6440 boven4480 alle3605 maagden;1330 en hij zette7760 8799 de koninklijke4438 kroon3804 op haar hoofd,7218 en hij maakte haar koningin4427 8686 in de plaats8478 van .2060 Toen maakte6213 8799 de koning4428 een groten1419 maaltijd4960 al3605 zijn vorsten8269 en zijn knechten,5650 den maaltijd4960 van ;635 en hij gaf6213 8804 den landschappen4082 rust,2010 en hij gaf5414 8799 geschenken4864 naar des konings4428 vermogen.3027 Toen ten anderen male8145 maagden1330 vergaderd werden,6908 8736 zo zat3427 8802 Mordechai4782 in de poort8179 des konings.4428 635 [nu] had haar maagschap4138 en haar volk5971 niet369 te kennen gegeven,5046 8688 gelijk als834 Mordechai4782 haar geboden had;6680 8765 5921 want 635 deed6213 8802 het bevel3982 van ,4782 gelijk als834 toen zij bij854 hem opgevoed545 werd.1961 8804 In die1922 dagen,3117 als Mordechai4782 in de poort8179 des konings4428 zat,3427 8802 werden Bigthan904 en ,8657 twee8147 kamerlingen5631 des konings4428 van4480 de dorpelwachters,8104 8802 5592 zeer toornig,7107 8804 en zij zochten1245 8762 de hand3027 te slaan7971 8800 aan den koning4428 .325 En deze zaak1697 werd Mordechai4782 bekend gemaakt,3045 8735 en hij gaf5046 ze de koningin4436 635 te kennen;5046 8686 en 635 zeide559 8799 het den koning4428 in 's4782 naam.8034 Als men de zaak1697 onderzocht,1245 8792 is het zo bevonden,4672 8735 en zij beiden8147 werden aan5921 een galg6086 gehangen;8518 8735 en het werd in de kronieken5612 1697 3117 geschreven3789 8735 voor het aangezicht6440 des konings.4428

Every verse in Esther 2

Chapter navigation

0:000:00