Esther 3:8
“Want Haman2001 had tot den koning4428 Ahasveros325 gezegd:559 8799 Er is3426 een259 volk,5971 verstrooid6340 8794 en verdeeld6504 8794 onder996 de volken5971 in al3605 de landschappen4082 uws koninkrijks;4438 en hun wetten1881 zijn verscheiden8138 8802 van4480 [de] [wetten] aller3605 volken;5971 ook doen6213 8802 zij des konings4428 wetten1881 niet;369 daarom is het den koning4428 niet369 oorbaar7737 8802 hen te laten blijven.3240 8687”
Esther 3:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 15 in Esther chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Esther 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Na310 deze428 geschiedenissen1697 maakte1431 de koning4428 Ahasveros325 2001 groot,1431 8765 den zoon1121 van ,4099 den ,91 en hij verhoogde5375 8762 hem, en hij zette7760 8799 zijn stoel3678 boven4480 5921 al3605 de vorsten,8269 die834 bij854 hem waren. En al3605 de knechten5650 des konings,4428 die834 in de poort8179 des konings4428 waren, neigden3766 8802 en bogen zich neder7812 8693 voor ;2001 want3588 de koning4428 had alzo3651 van hem bevolen;6680 8765 maar Mordechai4782 neigde zich3766 8799 niet,3808 en boog zich niet3808 neder.7812 8691 Toen zeiden559 8799 de knechten5650 des konings,4428 die834 in de poort8179 des konings4428 waren, tot :4782 Waarom4616 overtreedt5674 8802 gij859 des konings4428 gebod?4687 Het geschiedde1961 8799 nu, toen zij [dit] van dag3117 tot dag3117 tot413 hem zeiden,559 8800 en hij naar413 hen niet3808 hoorde,8085 8804 zo gaven zij5046 het 2001 te kennen,5046 8686 opdat zij zagen,7200 8800 of de woorden1697 van Mordechai4782 bestaan zouden;5975 8799 want3588 hij had hun te kennen gegeven,5046 8689 dat834 hij1931 een Jood3064 was. Toen 2001 zag,7200 8799 dat3588 Mordechai4782 zich niet369 neigde,3766 8802 noch zich voor hem nederboog,7812 8693 zo werd 2001 vervuld4390 8735 met grimmigheid.2534 Doch hij verachtte959 8799 in zijn ogen,5869 dat hij aan Mordechai4782 alleen909 de hand3027 zou slaan7971 8800 (want3588 men had hem het volk5971 van Mordechai4782 aangewezen5046 8689); maar 2001 zocht1245 8762 al3605 de ,3064 die834 in het ganse3605 koninkrijk4438 van Ahasveros325 waren, [namelijk] het volk5971 van ,4782 te verdelgen.8045 8687 In de eerste7223 maand2320 (deze1931 is de maand2320 Nisan5212) in het twaalfde8147 6240 jaar8141 van den koning4428 ,325 wierp men5307 8689 het ,6332 dat1931 is, het ,1486 voor Hamans2001 aangezicht,6440 van dag3117 tot dag,3117 en van maand2320 [tot] [maand], tot de twaalfde8147 6240 maand2320 toe; deze1931 is de maand2320 .143 Want 2001 had tot den koning4428 Ahasveros325 gezegd:559 8799 Er is3426 een259 volk,5971 verstrooid6340 8794 en verdeeld6504 8794 onder996 de volken5971 in al3605 de landschappen4082 uws koninkrijks;4438 en hun wetten1881 zijn verscheiden8138 8802 van4480 [de] [wetten] aller3605 volken;5971 ook doen6213 8802 zij des konings4428 wetten1881 niet;369 daarom is het den koning4428 niet369 oorbaar7737 8802 hen te laten blijven.3240 8687 Indien518 het den koning4428 goeddunkt,2895 8804 5921 laat er geschreven worden,3789 8735 dat men hen verdoe;6 8763 zo zal ik tien6235 duizend505 talenten3603 zilvers3701 opwegen8254 8799 in5921 de handen3027 dergenen, die het werk4399 doen,6213 8802 om in413 des konings4428 schatten1595 te brengen.935 8687 Toen trok5493 8686 de koning4428 zijn ring2885 van4480 5921 zijn hand,3027 en hij gaf5414 8799 hem aan ,2001 den zoon1121 van ,4099 den ,91 der Joden3064 tegenpartijder.6887 8802 En de koning4428 zeide559 8799 tot :2001 zilver3701 zij u geschonken,5414 8803 ook dat volk,5971 om daarmede te doen,6213 8800 naar dat het goed2896 is in uw ogen.5869 Toen werden de schrijvers5608 8802 des konings4428 geroepen,7121 8735 in de eerste7223 maand,2320 op den dertienden7969 6240 dag3117 derzelve, en er werd geschreven3789 8735 naar alles,3605 wat834 2001 beval,6680 8765 aan413 de stadhouders323 des konings,4428 en aan413 de landvoogden,6346 die834 over5921 elk4082 landschap4082 waren, en aan413 de vorsten8269 van elk5971 volk,5971 elk4082 landschap4082 naar zijn schrift,3791 en elk5971 volk5971 naar zijn spraak;3956 er werd geschreven3789 8737 in den naam8034 van den koning4428 ,325 en het werd met des konings4428 ring2885 verzegeld.2856 8738 De brieven5612 nu werden gezonden7971 8736 door de hand3027 der lopers7323 8801 tot413 al3605 de landschappen4082 des konings,4428 dat men zou verdelgen,8045 8687 doden2026 8800 en verdoen6 8763 al3605 de ,3064 van4480 den jonge5288 tot5704 den oude2205 toe, de kleine kinderen2945 en de vrouwen,802 op een259 dag,3117 op den dertienden7969 6240 der twaalfde8147 6240 maand2320 (deze1931 is de maand2320 Adar143), en dat men hun buit7998 zou roven.962 8800 De inhoud6572 van het schrift3791 was, dat er een wet1881 zou gegeven worden5414 8736 in alle3605 4082 landschappen,4082 openbaar1540 8803 aan alle3605 volken,5971 dat zij tegen denzelfden2088 dag3117 zouden gereed6264 zijn.1961 8800 De lopers7323 8801 gingen uit,3318 8804 voortgedrongen zijnde1765 8803 door het woord1697 des konings,4428 en de wet1881 werd uitgegeven5414 8738 in den burg1002 .7800 En de koning4428 en 2001 zaten3427 8804 en dronken,8354 8800 doch de stad5892 Susan7800 was verward.943 8737