Esther 4:2

“En hij kwam935 8799 tot5704 voor6440 de poort8179 des konings;4428 want3588 niemand369 mocht in413 des konings4428 poort8179 inkomen,935 8800 bekleed3830 met een zak.8242”

Esther 4:2 — Statenvertaling (1637)

Verse 2 of 17 in Esther chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Esther 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Als Mordechai4782 wist3045 8804 al3605 wat834 er geschied was,6213 8738 zo verscheurde7167 8799 Mordechai4782 zijn klederen,899 en hij trok3847 een zak8242 aan3847 8799 met as;665 en hij ging uit3318 8799 door het midden8432 der stad,5892 en hij riep2199 8799 [met] een groot1419 en bitter4751 geroep.2201 En hij kwam935 8799 tot5704 voor6440 de poort8179 des konings;4428 want3588 niemand369 mocht in413 des konings4428 poort8179 inkomen,935 8800 bekleed3830 met een zak.8242 En in alle3605 en een ieder4082 landschap4082 [en] plaats,4725 waar834 het woord1697 des konings4428 en zijn wet1881 aankwam,5060 8688 was een grote1419 rouw60 onder de ,3064 met vasten,6685 en geween,1065 en misbaar;4553 vele7227 lagen3331 8714 in zakken8242 en as.665 Toen kwamen935 8799 Esthers635 jonge dochters5291 en haar kamerlingen,5631 en zij gaven het haar te kennen;5046 8686 en het deed2342 de koningin4436 zeer3966 wee;2342 8698 en zij zond7971 8799 klederen899 om Mordechai4782 aan te doen,3847 8687 en zijn zak8242 van4480 5921 hem af te doen;5493 8687 maar hij nam6901 ze niet3808 aan.6901 8765 Toen riep7121 8799 635 ,2047 [een] van4480 de kamerlingen5631 des konings,4428 welke834 hij voor6440 haar gesteld had,5975 8689 en zij gaf hem bevel6680 8762 aan5921 ,4782 om te weten3045 8800 wat4100 dit,2088 en waarom5921 4100 dit2088 ware. Als Hatach2047 uitging3318 8799 tot413 ,4782 op413 de straat7339 der stad,5892 die834 voor6440 de poort8179 des konings4428 was, Zo gaf5046 Mordechai4782 hem te kennen5046 8686 al3605 wat834 hem wedervaren was,7136 8804 en de verklaring6575 van het zilver,3701 hetwelk834 2001 gezegd had559 8804 te zullen wegen8254 8800 in5921 de schatten1595 des konings,4428 voor de ,3064 om dezelve om te brengen.6 8763 En hij gaf5414 8804 hem het afschrift6572 der geschrevene3791 wet,1881 die834 te Susan7800 gegeven was,5414 8738 om hen te verdelgen,8045 8687 dat hij het 635 liet zien,7200 8687 en haar te kennen gaf,5046 8687 en haar5921 gebood,6680 8763 dat zij tot413 den koning4428 ging,935 8800 om hem te smeken,2603 8692 en van4480 6440 hem te verzoeken1245 8763 voor5921 haar volk.5971 Hatach2047 nu kwam,935 8799 en gaf5046 635 de woorden1697 van Mordechai4782 te kennen.5046 8686 Toen zeide559 8799 635 tot ,2047 en gaf hem bevel6680 8762 aan413 :4782 Alle3605 knechten5650 des konings,4428 en het volk,5971 der landschappen4082 des konings,4428 weten3045 8802 wel dat834 al3605 wie tot413 den koning4428 ingaat935 8799 in413 het binnenste6442 voorhof,2691 die834 niet3808 geroepen is,7121 8735 hij zij man376 of vrouw,802 zijn enig259 vonnis1881 zij, dat men [hem] dode,4191 8687 tenzij905 dat4480 834 de koning4428 den gouden2091 scepter8275 hem toereike,3447 8686 opdat hij levend blijve;2421 8804 ik589 nu ben deze2088 dertig7970 dagen3117 niet3808 geroepen7121 8738 om tot413 den koning4428 in te komen.935 8800 En zij gaven5046 de woorden1697 van 635 aan Mordechai4782 te kennen.5046 8686 Zo zeide559 8799 ,4782 dat men413 635 wederom zeggen zou:7725 8687 u1819 niet408 in,1819 8762 in uw ziel,5315 dat gij zult ontkomen4422 8736 in het huis1004 des konings,4428 meer 4480 al3605 de [andere] .3064 Want3588 indien518 gij enigszins2790 8687 zwijgen zult2790 8686 te dezer2063 tijd,6256 zo zal den Joden3064 verkwikking7305 en verlossing2020 uit4480 een andere312 plaats4725 ontstaan;5975 8799 maar gij859 en uws vaders1 huis1004 zult omkomen;6 8799 en wie4310 weet,3045 8802 of518 gij [niet] om zulken2063 tijd6256 als deze is, tot dit koninkrijk4438 geraakt zijt.5060 8689 Toen zeide559 8799 ,635 dat men413 Mordechai4782 weder aanzeggen zou:7725 8687 Ga,3212 8798 vergader3664 8798 al3605 de ,3064 die te Susan7800 gevonden worden,4672 8737 en vast6684 8798 voor5921 mij, en eet398 8799 408 of drinkt8354 8799 niet,408 in drie7969 dagen,3117 nacht3915 noch dag;3117 ik589 en mijn jonge dochters5291 zullen ook1571 alzo3651 vasten,6684 8799 en alzo3651 zal ik tot413 den koning4428 ingaan,935 8799 hetwelk834 niet3808 naar de wet1881 is. Wanneer834 ik omkome,6 8804 zo kom ik om.6 8804 Toen ging5674 8799 Mordechai4782 henen, en hij deed6213 8799 naar alles,3605 wat834 635 aan5921 hem geboden had.6680 8765

Every verse in Esther 4

Chapter navigation

0:000:00