Esther 6:5

“En des konings4428 jongelingen5288 zeiden559 8799 tot413 hem: Zie,2009 Haman2001 staat5975 8802 in het voorhof.2691 Toen zeide559 8799 de koning:4428 Dat hij inkome.935 8799”

Esther 6:5 — Statenvertaling (1637)

Verse 5 of 14 in Esther chapter 6 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Esther 6 — full chapter (Statenvertaling (1637))

In denzelfden1931 nacht3915 was de slaap8142 van den koning4428 geweken,5074 8804 en hij zeide,559 8799 dat men het boek5612 der gedachtenissen,2146 de kronieken,1697 3117 brengen zou;935 8687 en zij werden1961 8799 in de tegenwoordigheid6440 des konings4428 gelezen.7121 8737 En men vond4672 8735 geschreven,3789 8803 dat834 Mordechai4782 had te kennen gegeven5046 8689 van5921 Bigthana904 en ,8657 twee8147 kamerlingen5631 des konings,4428 uit4480 de dorpelwachters,8104 8802 5592 die834 de hand3027 zochten1245 8765 te leggen7971 8800 aan den koning4428 .325 Toen zeide559 8799 de koning:4428 Wat4100 eer3366 en verhoging1420 is Mordechai4782 hierover5921 2088 gedaan?6213 8738 En de jongelingen5288 des konings,4428 zijn dienaars,8334 8764 zeiden:559 8799 Aan5973 hem is niets3808 1697 gedaan.6213 8738 Toen zeide559 8799 de koning:4428 Wie4310 is in het voorhof?2691 (2001 nu was gekomen935 8804 in het buitenvoorhof2435 2691 van het huis1004 des konings,4428 om den koning4428 te zeggen,559 8800 dat men Mordechai4782 zou hangen8518 8800 aan5921 de galg,6086 die834 hij hem had doen bereiden.3559 8689) En des konings4428 jongelingen5288 zeiden559 8799 tot413 hem: Zie,2009 2001 staat5975 8802 in het voorhof.2691 zeide559 8799 de koning:4428 hij inkome.935 8799 Als 2001 ingekomen was,935 8799 zo zeide559 8799 de koning4428 tot hem: Wat4100 zal men met dien man376 doen,6213 8800 tot wiens834 eer3366 de koning4428 een welbehagen heeft?2654 8804 zeide559 8799 2001 in zijn hart:3820 wien4310 heeft2654 de koning4428 een welbehagen,2654 8799 om [hem] eer3366 te doen,6213 8800 meer3148 4480 tot mij? Daarom zeide559 8799 2001 tot413 den koning:4428 man,376 tot wiens834 eer3366 de koning4428 een welbehagen heeft,2654 8804 Zal men het koninklijke4438 kleed3830 brengen,935 8686 dat834 de koning4428 pleegt aan te trekken,3847 8804 en het paard,5483 waarop834 5921 de koning4428 pleegt te rijden;7392 8804 en dat834 de koninklijke4438 kroon3804 op zijn hoofd7218 gezet worde.5414 8738 En men zal dat kleed3830 en dat paard5483 geven5414 8800 in5921 de hand3027 van een376 uit4480 de vorsten8269 des konings,4428 van de grootste heren,6579 en men zal het dien man376 aantrekken,3847 8689 tot wiens834 eer3366 de koning4428 een welbehagen heeft;2654 8804 en men zal hem op5921 dat paard5483 doen rijden7392 8689 door de straten7339 der stad,5892 en men zal voor6440 hem roepen:7121 8804 Alzo3602 zal men dien man376 doen,6213 8735 tot wiens834 eer3366 de koning4428 een welbehagen heeft!2654 8804 Toen zeide559 8799 de koning4428 tot :2001 u,4116 8761 neem3947 8798 dat kleed,3830 en dat paard,5483 gelijk als834 gij gesproken hebt,1696 8765 en doe6213 8798 alzo3651 aan ,4782 den ,3064 dien aan de poort8179 des konings4428 zit;3427 8802 en laat5307 niet408 een woord1697 vallen5307 8686 van4480 alles,3605 wat834 gij gesproken hebt.1696 8765 En 2001 nam3947 8799 dat kleed3830 en dat paard,5483 en trok het kleed3847 Mordechai4782 aan,3847 8686 en deed hem rijden7392 8686 door de straten7339 der stad,5892 en hij riep7121 8799 voor6440 hem: Alzo3602 zal men dien man376 doen,6213 8735 tot wiens834 eer3366 de koning4428 een welbehagen heeft!2654 8804 Daarna keerde7725 Mordechai4782 wederom7725 8799 tot413 de poort8179 des konings;4428 maar 2001 werd voortgedreven1765 8738 naar413 zijn huis,1004 treurig57 en met bedekten2645 8802 hoofde.7218 En 2001 vertelde5608 8762 aan zijn huisvrouw802 Zeres2238 en al3605 zijn vrienden157 8802 al3605 wat834 hem wedervaren was.7136 8804 zeiden559 8799 hem zijn wijzen,2450 en ,2238 zijn huisvrouw:802 Indien518 ,4782 voor wiens834 aangezicht6440 gij hebt begonnen2490 8689 te vallen,5307 8800 van4480 het zaad2233 der Joden3064 is, zo zult gij tegen hem niet3808 vermogen;3201 8799 maar3588 gij zult gewisselijk5307 8800 voor zijn aangezicht6440 vallen.5307 8799 Toen zij nog5750 met5973 hem spraken,1696 8764 zo kwamen5060 des konings4428 kamerlingen5631 nabij,5060 8689 en zij haastten926 8686 2001 tot413 den maaltijd4960 te brengen,935 8687 dien834 635 bereid had.6213 8804

Every verse in Esther 6

Chapter navigation

0:000:00