Esther 7:8
“Toen de koning4428 wederkwam7725 8804 uit4480 den hof1594 van het paleis1055 in413 het huis1004 van den maaltijd4960 des wijns,3196 zo was Haman2001 gevallen5307 8802 op5921 het bed,4296 waarop834 5921 Esther635 was. Toen zeide559 8799 de koning:4428 Zou hij ook1571 wel de koningin4436 verkrachten3533 8800 bij5973 mij in het huis?1004 Het woord1697 ging uit3318 8804 des konings4428 4480 mond,6310 en zij bedekten2645 8804 Hamans2001 aangezicht.6440”
Esther 7:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 10 in Esther chapter 7 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Esther 7 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen de koning4428 met 2001 gekomen was,935 8799 om te drinken8354 8800 met5973 de koningin4436 ;635 Zo zeide559 8799 de koning4428 tot ,635 ook1571 op den tweeden8145 dag,3117 op den maaltijd4960 des wijns:3196 Wat4100 is uw bede,7596 koningin4436 !635 en zij zal u gegeven worden;5414 8735 en wat4100 is uw verzoek?1246 zal geschieden,6213 8735 ook tot5704 de helft2677 des koninkrijks.4438 Toen antwoordde6030 8799 de koningin4436 ,635 en zeide:559 8799 Indien518 ik, o koning,4428 genade2580 in uw ogen5869 gevonden heb,4672 8804 en indien518 het den koning4428 goeddunkt,2895 8804 5921 men geve5414 8735 mij mijn leven,5315 om mijner bede7596 wil, en mijn volk,5971 om mijns verzoeks1246 wil. Want3588 wij zijn verkocht,4376 8738 ik589 en mijn volk,5971 dat men [ons] verdelge,8045 8687 dode2026 8800 en ombrenge.6 8763 Indien432 wij nog tot knechten5650 en tot dienstmaagden8198 waren verkocht geweest,4376 8738 ik zou gezwegen hebben,2790 8689 ofschoon3588 de onderdrukker6862 de schade5143 des konings4428 geenszins369 zou kunnen vergoeden.7737 8802 Toen sprak559 8799 de koning4428 ,325 en zeide559 8799 tot de koningin4436 :635 Wie4310 is die,1931 2088 en waar335 2088 is diezelve,1931 die834 zijn hart3820 vervuld heeft,4390 8804 om alzo3651 te doen?6213 8800 En 635 zeide:559 8799 De man,376 de onderdrukker6862 en vijand,341 8802 is deze2088 boze7451 !2001 verschrikte1204 8738 2001 voor4480 het aangezicht6440 des konings4428 en der koningin.4436 En de koning4428 stond op6965 8804 in zijn grimmigheid2534 van4480 den maaltijd4960 des wijns,3196 [en] [ging] naar413 den hof1594 van het paleis.1055 En 2001 bleef staan,5975 8804 om van4480 de koningin4436 ,635 aangaande5921 zijn leven5315 verzoek te doen;1245 8763 want3588 hij zag,7200 8804 dat3588 het kwaad7451 van4480 de koning4428 over413 hem ten volle besloten was.3615 8804 Toen de koning4428 wederkwam7725 8804 uit4480 den hof1594 van het paleis1055 in413 het huis1004 van den maaltijd4960 des wijns,3196 zo was 2001 gevallen5307 8802 op5921 het bed,4296 waarop834 5921 635 was. Toen zeide559 8799 de koning:4428 hij ook1571 wel de koningin4436 verkrachten3533 8800 bij5973 mij in het huis?1004 woord1697 ging uit3318 8804 des konings4428 4480 mond,6310 en zij bedekten2645 8804 Hamans2001 aangezicht.6440 En ,2726 een259 van4480 de kamerlingen,5631 voor het aanschijn6440 des konings4428 [staande], zeide:559 8799 Ook1571 zie,2009 de galg,6086 welke834 2001 gemaakt heeft6213 8804 voor ,4782 die834 goed2896 voor5921 den koning4428 gesproken heeft,1696 8765 staat5975 8802 bij Hamans2001 huis,1004 vijftig2572 ellen520 hoog.1364 zeide559 8799 de koning:4428 Hang8518 8798 hem daaraan.5921 Alzo hingen zij8518 8799 2001 aan5921 de galg,6086 die834 hij voor Mordechai4782 had doen bereiden;3559 8689 en de grimmigheid2534 des konings4428 werd gestild.7918 8804