Exodus 11:1
“(Want de HEERE3068 had tot Mozes4872 gesproken:559 8799 Ik zal nog een259 plaag5061 over Farao,6547 en over Egypte4714 brengen,935 8686 daarna310 zal hij ulieden van hier laten trekken;7971 8762 als hij [u] geheellijk3617 zal laten trekken,7971 8763 zo zal hij u haastelijk1644 8763 van hier uitdrijven.1644 8762”
Exodus 11:1 — Statenvertaling (1637)
Verse 1 of 10 in Exodus chapter 11 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Exodus 11 — full chapter (Statenvertaling (1637))
(Want de HEERE3068 had tot Mozes4872 gesproken:559 8799 Ik zal nog een259 plaag5061 over ,6547 en over Egypte4714 brengen,935 8686 daarna310 zal hij ulieden van hier laten trekken;7971 8762 als hij [u] geheellijk3617 zal laten trekken,7971 8763 zo zal hij u haastelijk1644 8763 van hier uitdrijven.1644 8762 Spreek1696 8761 nu voor de oren241 des volks,5971 dat ieder man376 van zijn naaste,7453 en iedere vrouw802 van haar naaste7468 zilveren3701 vaten3627 en gouden2091 vaten3627 eise.7592 8799 En de HEERE3068 gaf5414 8799 het volk5971 genade2580 in de ogen5869 der ;4714 ook was de man376 Mozes4872 zeer3966 groot1419 in Egypteland776 4714 voor de ogen5869 van 's6547 knechten,5650 en voor de ogen5869 des volks.5971) Verder zeide559 8799 :4872 Zo heeft de HEERE3068 gezegd:559 8804 middernacht3915 2676 zal Ik uitgaan3318 8802 door het midden8432 van ;4714 En alle eerstgeborenen1060 in Egypteland776 4714 zullen sterven,4191 8804 van 's6547 eerstgeborene1060 af, die op zijn troon3678 zitten zou,3427 8802 tot den eerstgeborene1060 der dienstmaagd,8198 die achter310 den molen7347 is, en alle eerstgeborenen1060 van het vee.929 En er zal een groot1419 geschrei6818 zijn1961 8738 in het ganse ,776 4714 desgelijke nooit3808 geweest is, en desgelijke niet3808 meer wezen zal.3254 8686 Maar bij alle kinderen1121 Israels3478 zal niet een hond3611 zijn tong3956 verroeren,2782 8799 van de mensen376 af tot de beesten929 toe; opdat gijlieden weet,3045 8799 dat de HEERE3068 tussen de Egyptenaren4714 en tussen de Israelieten3478 een afzondering maakt.6395 8686 zullen al deze uw knechten5650 tot mij afkomen,3381 8804 en zich voor mij neigen,7812 8694 zeggende:559 8800 uit,3318 8798 gij en al het volk,5971 dat uw voetstappen volgt;7272 en daarna310 zal ik uitgaan.3318 8799 En hij ging uit3318 8799 van Farao6547 in hitte2750 des toorns.639 De HEERE3068 had tot Mozes4872 gesproken:559 8799 Farao6547 zal naar ulieden niet horen,8085 8799 opdat wonderen4159 in Egypteland776 4714 vermenigvuldigd worden.7235 8800 En Mozes4872 en 175 hebben al deze wonderen4159 gedaan6213 8804 voor 's6547 aangezicht;6440 doch de HEERE3068 verhardde2388 8762 's6547 hart,3820 dat hij de kinderen1121 Israels3478 uit zijn land776 niet trekken liet.7971 8765