Exodus 13:5
“En het zal geschieden, als u de HEERE3068 zal gebracht hebben935 8686 in het land776 der Kanaanieten,3669 en der Hethieten,2850 en der Amorieten,567 en der Hevieten,2340 en der Jebusieten,2983 hetwelk Hij uw vaderen1 gezworen heeft7650 8738 u te geven,5414 8800 een land776 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig;1706 zo zult gij dezen dienst5656 houden5647 8804 in deze maand.2320”
Exodus 13:5 — Statenvertaling (1637)
Verse 5 of 22 in Exodus chapter 13 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Exodus 13 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Heilig6942 8761 alle eerstgeborenen;1060 wat enige baarmoeder7358 opent6363 onder de kinderen1121 ,3478 van mensen120 en van beesten,929 dat is . Verder zeide559 8799 Mozes4872 tot het volk:5971 Gedenkt2142 8800 aan dezen2088 zelfden dag,3117 op welken gijlieden uit ,4714 uit het diensthuis,1004 5650 gegaan zijt;3318 8804 want de HEERE3068 heeft u door een sterke2392 hand3027 van hier uitgevoerd;3318 8689 daarom zal het gedesemde2557 niet gegeten worden.398 8735 Heden3117 gaat gijlieden uit,3318 8802 in de maand2320 .24 En het zal geschieden, als u de HEERE3068 zal gebracht hebben935 8686 in het land776 der ,3669 en der ,2850 en der ,567 en der ,2340 en der ,2983 hetwelk uw vaderen1 gezworen heeft7650 8738 u te geven,5414 8800 een land776 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig;1706 zo zult gij dezen dienst5656 houden5647 8804 in deze maand.2320 Zeven7651 dagen3117 zult gij ongezuurde broden4682 eten,398 8799 en aan den zevenden7637 dag3117 zal den HEERE3068 een feest2282 zijn. Zeven7651 dagen3117 zullen ongezuurde4682 [broden] gegeten worden,398 8735 en het gedesemde2557 zal bij u niet gezien worden,7200 8735 ja, er zal geen zuurdeeg7603 bij u gezien worden,7200 8735 in al uw palen.1366 En gij zult uw zoon1121 te kennen geven5046 8689 te dienzelven dage,3117 zeggende:559 8800 [] [is] om5668 hetgeen2088 de HEERE3068 mij gedaan heeft,6213 8804 toen ik uit Egypte4714 uittoog.3318 8800 En het zal u zijn tot een teken226 op uw hand,3027 en tot een gedachtenis2146 tussen uw ogen,5869 opdat de wet8451 des HEEREN3068 in uw mond6310 zij, omdat u de HEERE3068 door een sterke2389 hand3027 uit Egypte4714 uitgevoerd heeft.3318 8689 Daarom onderhoudt8104 8804 deze inzetting2708 ter bestemder tijd,4150 van jaar3117 tot jaar.3117 Het zal ook geschieden, wanneer u de HEERE3068 in het land776 der Kanaanieten3669 zal gebracht hebben,935 8686 gelijk u en uw vaderen1 gezworen heeft,7650 8738 en het u zal gegeven hebben;5414 8804 Zo zult gij tot den HEERE3068 doen overgaan5674 8689 alles, wat de baarmoeder7358 opent;6363 ook alles, wat [de] [baarmoeder] opent6363 van de vrucht7698 der beesten,929 die gij hebben zult; de mannetjes2145 zullen des HEEREN3068 zijn. Doch al wat [de] [baarmoeder] der ezelin2543 opent,6363 zult gij lossen6299 8799 met een lam;7716 wanneer gij het nu niet lost,6299 8799 zo zult gij het den nek breken;6202 8804 maar alle eerstgeborenen1060 des mensen120 onder uw zonen1121 zult gij lossen.6299 8799 Wanneer het geschieden zal, dat uw zoon1121 u morgen4279 zal vragen,7592 8799 zeggende:559 8800 is dat, zo zult gij tot hem zeggen:559 8804 De HEERE3068 heeft ons door een sterke2392 hand3027 uit ,4714 uit het diensthuis,1004 5650 uitgevoerd.3318 8689 Want het geschiedde, toen Farao6547 zich verhardde7185 8689 ons te laten trekken,7971 8763 zo doodde2026 8799 de HEERE3068 alle eerstgeborenen1060 in ,776 4714 van des mensen120 eerstgeborene1060 af, tot den eerstgeborene1060 der beesten;929 daarom offer ik2076 8802 den HEERE3068 de mannetjes2145 van alles, wat de baarmoeder7358 opent;6363 doch alle eerstgeborenen1060 mijner zonen1121 los ik.6299 8799 En het zal tot een teken226 zijn op uw hand,3027 en tot voorhoofdspanselen2903 tussen uw ogen;5869 want de HEERE3068 heeft door een sterke2392 hand3027 ons uit Egypte4714 uitgevoerd.3318 8689 En het is geschied, toen Farao6547 het volk5971 had laten trekken,7971 8763 zo leidde5148 8804 hen God430 niet [op] den weg1870 van het land776 der ,6430 hoewel3588 die nader7138 was; want God430 zeide:559 8804 het den volke5971 niet rouwe,5162 8735 als zij den strijd4421 zien zouden,7200 8800 en wederkeren7725 8804 naar .4714 Maar God430 leidde5437 8686 het volk5971 om, langs den weg1870 van de woestijn4057 der .5488 3220 De kinderen1121 Israels3478 nu togen5927 8804 bij vijven2571 uit .776 4714 En Mozes4872 nam3947 8799 de beenderen6106 van Jozef3130 met zich; want hij had met een zwaren eed7650 8687 de kinderen1121 Israels3478 bezworen,7650 8689 zeggende:559 8800 God430 zal ulieden voorzeker6485 8800 bezoeken;6485 8799 voert5927 8689 mijn beenderen6106 met ulieden op van hier! Alzo reisden zij5265 8799 uit ;5523 en zij legerden zich2583 8799 in ,864 aan het einde7097 der woestijn.4057 En de HEERE3068 toog1980 8802 voor hun aangezicht,6440 des daags3119 in een wolkkolom,5982 6051 dat hen op den weg1870 leidde,5148 8687 en des nachts3915 in een vuurkolom,5982 784 dat hen lichtte,215 8687 om voort te gaan3212 8800 dag3119 en nacht.3915 Hij nam4185 de wolkkolom5982 6051 des daags,3119 noch de vuurkolom5982 784 des nachts3915 niet weg4185 8686 van het aangezicht6440 des volks.5971