Exodus 17:16
“En hij zeide:559 8799 Dewijl de hand3027 op den troon3676 des HEEREN3050 is, zo zal de oorlog4421 des HEEREN3068 tegen Amalek6002 zijn, van geslacht1755 tot geslacht!1755”
Exodus 17:16 — Statenvertaling (1637)
Verse 16 of 16 in Exodus chapter 17 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 thread runs through this chapter
Exodus 17 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Daarna toog5265 8799 de ganse vergadering5712 van de kinderen1121 ,3478 naar hun dagreizen,4550 uit de woestijn4057 ,5512 op het bevel6310 des HEEREN,3068 en zij legerden zich2583 8799 te .7508 nu was geen water4325 voor het volk5971 om te drinken.8354 8800 Toen twistte7378 8799 het volk5971 met ,4872 en zeide:559 8799 gijlieden5414 8798 ons water,4325 dat wij drinken!8354 8799 Mozes4872 zeide559 8799 tot hen: Wat twist gij7378 8799 met mij? Waarom verzoekt gij5254 8762 den HEERE?3068 Toen nu het volk5971 aldaar dorstte6770 8799 naar water,4325 zo murmureerde3885 8686 het volk5971 tegen ,4872 en het zeide:559 8799 hebt gij ons nu uit Egypte4714 doen optrekken,5927 8689 opdat gij mij, en mijn kinderen,1121 en mijn vee,4735 van dorst6772 deedt sterven?4191 8687 Zo riep6817 8799 Mozes4872 tot den HEERE,3068 zeggende:559 8800 zal ik dit volk5971 doen?6213 8799 Er feilt niet veel4592 aan, of zij zullen mij stenigen.5619 8804 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Ga heen5674 8798 voor het aangezicht6440 des volks,5971 en neem3947 8798 met u uit de oudsten2205 van ;3478 en neem3947 8798 uw staf4294 in uw hand,3027 waarmede gij de rivier2975 sloegt,5221 8689 en ga heen.1980 8804 Zie, Ik zal aldaar voor uw aangezicht6440 op de rotssteen6697 in Horeb2722 staan;5975 8802 en gij zult op den rotssteen6697 slaan,5221 8689 zo zal er water4325 uitgaan,3318 8804 dat het volk5971 drinke.8354 8804 Mozes4872 nu deed6213 8799 alzo voor de ogen5869 der oudsten2205 van .3478 En hij noemde7121 8799 den naam8034 dier plaats4725 Massa4532 en ,4809 om den twist7379 der kinderen1121 ,3478 en omdat zij den HEERE3068 verzocht hadden,5254 8763 zeggende:559 8800 Is3426 de HEERE3068 in het midden7130 van ons, of niet? Toen kwam935 8799 6002 en streed3898 8735 tegen 3478 in .7508 Mozes4872 zeide559 8799 tot :3091 Kies977 8798 ons mannen,582 en trek uit,3318 8798 strijd3898 8734 tegen ;6002 morgen4279 zal ik op de hoogte7218 des heuvels1389 staan,5324 8737 en de staf4294 Gods430 zal in mijn hand3027 zijn. Jozua3091 nu deed,6213 8799 als Mozes4872 hem gezegd had,559 8804 strijdende3898 8736 tegen ;6002 doch ,4872 175 en Hur2354 klommen5927 8804 op de hoogte7218 des heuvels.1389 En het geschiedde, terwijl Mozes4872 zijn hand3027 ophief,7311 8686 zo was 3478 de sterkste;1396 8804 maar terwijl hij zijn hand3027 nederliet,5117 8686 zo was 6002 de sterkste.1396 8804 Doch de handen3027 van Mozes4872 werden zwaar;3515 daarom namen zij3947 8799 een steen,68 en legden7760 8799 dien onder hem, dat hij daarop zat;3427 8799 en 175 en Hur2354 onderstutten8551 8804 zijn handen,3027 de een op deze,259 de ander op de andere259 [zijde]; alzo waren zijn handen3027 gewis,530 totdat de zon8121 onderging.935 8800 Alzo dat Jozua3091 6002 en zijn volk5971 krenkte,2522 8799 door de scherpte6310 des zwaards.2719 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Schrijf3789 8798 dit ter gedachtenis2146 in een boek,5612 en leg7760 8798 het in de oren241 van ,3091 dat Ik de gedachtenis2143 van 6002 geheel4229 8800 uitdelgen zal4229 8799 van onder den hemel.8064 En Mozes4872 bouwde1129 8799 een altaar;4196 en hij noemde7121 8799 deszelfs naam:8034 De HEERE3068 is mijn !5251 3071 En hij zeide:559 8799 de hand3027 op den troon3676 des HEEREN3050 is, zo zal de oorlog4421 des HEEREN3068 tegen 6002 zijn, van geslacht1755 tot geslacht!1755