Exodus 18:6
“Zo zeide hij559 8799 tot Mozes:4872 Ik, uw schoonvader2859 8802 Jethro,3503 kom935 8802 tot u, met uw huisvrouw,802 en haar beide8147 zonen1121 met haar.”
Exodus 18:6 — Statenvertaling (1637)
Verse 6 of 27 in Exodus chapter 18 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Exodus 18 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen ,3503 priester3548 van ,4080 schoonvader2859 8802 van ,4872 hoorde8085 8799 al wat God430 aan ,4872 en aan ,3478 volk,5971 gedaan had:6213 8804 dat de HEERE3068 3478 uit Egypte4714 uitgevoerd had;3318 8689 Zo nam3947 8799 ,3503 '4872 schoonvader,2859 8802 ,6855 '4872 huisvrouw802 (nadat310 hij haar wedergezonden had7964), Met haar twee8147 zonen,1121 welker enes259 naam8034 was Gersom1647 (want hij zeide:559 8804 Ik ben een vreemdeling geweest1616 in een vreemd5237 land776); En de naam8034 des anderen259 was ,461 want, [zeide] [hij], de God430 mijns vaders1 is tot mijn Hulpe5828 geweest, en heeft mij verlost5337 8686 van 's6547 zwaard.2719 Toen nu ,3503 '4872 schoonvader,2859 8802 met zijn zonen1121 en zijn huisvrouw,802 tot Mozes4872 kwam,935 8799 in de woestijn,4057 aan den berg2022 ,430 waar hij zich gelegerd had,2583 8802 Zo zeide hij559 8799 tot :4872 Ik, uw schoonvader2859 8802 ,3503 kom935 8802 tot u, met uw huisvrouw,802 en haar beide8147 zonen1121 met haar. Toen ging3318 8799 Mozes4872 uit, zijn schoonvader2859 8802 tegemoet,7125 8800 en hij boog zich,7812 8691 en kuste5401 8799 hem; en zij vraagden7592 8799 de een376 den ander7453 naar den welstand,7965 en zij gingen935 8799 naar de tent.168 En Mozes4872 vertelde5608 8762 zijn schoonvader2859 8802 alles, wat de HEERE3068 aan Farao6547 en aan de Egyptenaren4714 gedaan had,6213 8804 om182 Israels3478 wil; al de moeite,8513 die hun op dien weg1870 ontmoet was,4672 8804 en dat hen de HEERE3068 verlost had.5337 8686 3503 nu verheugde zich2302 8799 over al het goede,2896 hetwelk de HEERE3068 3478 gedaan had;6213 8804 dat het verlost had5337 8689 uit de hand3027 der .4714 En 3503 zeide:559 8799 Gezegend1288 8803 zij de HEERE,3068 ulieden verlost heeft5337 8689 uit de hand3027 der ,4714 en uit 's6547 hand;3027 dit volk5971 van onder de hand3027 der Egyptenaren4714 verlost heeft!5337 8689 Nu weet ik,3045 8804 dat de HEERE3068 groter1419 is alle goden;430 want in de zaak,1697 waarin zij trotselijk gehandeld hebben,2102 8804 was boven hen. Toen nam3947 8799 ,3503 de schoonvader2859 8802 van ,4872 Gode430 brandoffer5930 en slachtofferen;2077 en 175 kwam,935 8799 en al de oversten2205 van ,3478 om brood3899 te eten398 8800 met den schoonvader2859 8802 van ,4872 voor het aangezicht6440 .430 Doch het geschiedde des anderen daags,4283 zo zat3427 8799 Mozes4872 om het volk5971 te richten,8199 8800 en het volk5971 stond5975 8799 voor ,4872 van den morgen1242 tot den avond.6153 Als de schoonvader2859 8802 van Mozes4872 alles zag,7200 8799 wat hij het volk5971 deed,6213 8802 zo zeide hij:559 8799 ding1697 is dit, dat gij het volk5971 doet?6213 8802 zit gij3427 8802 zelf alleen, en al het volk5971 staat5324 8737 voor u, van den morgen1242 tot den avond?6153 Toen zeide559 8799 Mozes4872 tot zijn schoonvader:2859 8802 dit volk5971 tot mij komt,935 8799 om God430 raad te vragen.1875 8800 Wanneer zij een zaak1697 hebben, zo komt het935 8802 tot mij, dat ik richte8199 8804 tussen den man376 en tussen zijn naaste;7453 en dat ik [hun] bekend make3045 8689 Gods430 instellingen2706 en wetten.8451 Doch de schoonvader2859 8802 van Mozes4872 zeide559 8799 tot hem: De zaak1697 is niet goed,2896 die gij doet.6213 8802 Gij zult geheel5034 8800 vervallen,5034 8799 zo gij, als dit volk,5971 hetwelk bij u is; want deze zaak1697 is te zwaar3515 voor u, gij alleen kunt3201 8799 het niet doen.6213 8800 Hoor8085 8798 nu mijn stem,6963 ik zal u raden,3289 8799 en God430 zal met u zijn;1961 8798 wees gij voor het volk5971 bij4136 God,430 en breng gij935 8689 de zaken1697 voor God;430 En verklaar2094 8689 hun853 de instellingen2706 en de wetten,8451 en maak hun bekend3045 8689 den weg,1870 waarin zij wandelen zullen,3212 8799 en het werk,4639 dat zij doen zullen.6213 8799 Doch zie gij om,2372 8799 onder al het volk,5971 naar kloeke2428 mannen,582 God430 vrezende,3373 waarachtige571 mannen,582 de gierigheid1215 hatende;8130 8802 stel7760 8804 ze over hen, oversten8269 der duizenden,505 oversten8269 der honderden,3967 oversten8269 der vijftigen,2572 oversten8269 der tienen.6235 Dat zij dit volk5971 te allen tijde6256 richten;8199 8804 doch het geschiede, dat zij alle grote1419 zaken1697 aan u brengen,935 8686 maar dat zij alle kleine6996 zaken1697 richten;8199 8799 verlicht7043 8685 alzo uzelven, en laat hen met u dragen.5375 8804 Indien gij deze zaak1697 doet,6213 8799 en God430 het u gebiedt,6680 8765 zo zult gij kunnen3201 8804 bestaan;5975 8800 zo zal ook al dit volk5971 in vrede7965 aan zijn plaats4725 komen.935 8799 Mozes4872 nu hoorde8085 8799 naar de stem6963 van zijn schoonvader,2859 8802 en hij deed6213 8799 alles, wat hij gezegd had.559 8804 En Mozes4872 verkoos977 8799 kloeke2428 mannen,582 uit gans ,3478 en maakte5414 8799 hen tot hoofden7218 over het volk;5971 oversten8269 der duizenden,505 oversten8269 der honderden,3967 oversten8269 der vijftigen,2572 en oversten8269 der tienen;6235 Dat zij het volk5971 te allen tijde6256 richtten,8199 8804 de harde7186 zaak1697 tot Mozes4872 brachten,935 8686 maar zij1992 alle kleine6996 zaak1697 richtten.8199 8799 Toen liet Mozes4872 zijn schoonvader2859 8802 trekken;7971 8762 en hij ging3212 8799 naar zijn land.776