Exodus 20:8
“Gedenkt2142 8800 den sabbatdag,7676 3117 dat gij dien heiligt.6942 8763”
Exodus 20:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 26 in Exodus chapter 20 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 threads run through this chapter
Exodus 20 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen sprak1696 8762 God430 al deze woorden,1697 zeggende:559 8800 Ik ben de HEERE3068 uw God,430 u uit ,776 4714 uit het diensthuis,1004 5650 uitgeleid heb.3318 8689 Gij zult geen andere312 goden430 voor aangezicht6440 hebben. Gij zult u geen gesneden beeld,6459 noch enige gelijkenis8544 maken,6213 8799 [van] [hetgeen834 ] boven4605 in den hemel8064 is, noch [van] [hetgeen] onder op de aarde776 is, noch [van] [hetgeen] in de wateren4325 onder de aarde776 is. Gij zult u voor die niet buigen,7812 8691 noch hen dienen;5647 8714 want Ik, de HEERE3068 uw God,430 ben een ijverig7067 God,410 de misdaad5771 der vaderen1 bezoek6485 8802 aan de kinderen,1121 aan het derde,8029 en aan het vierde7256 [lid] dergenen, die haten;8130 8802 En doe6213 8802 barmhartigheid2617 aan duizenden505 dergenen, die liefhebben,157 8802 en geboden4687 onderhouden.8104 8802 Gij zult den naam8034 des HEEREN3068 uws Gods430 niet ijdellijk7723 gebruiken;5375 8799 want de HEERE3068 zal niet onschuldig houden,5352 8762 die naam8034 ijdellijk7723 gebruikt.5375 8799 Gedenkt2142 8800 den sabbatdag,7676 3117 dat gij dien heiligt.6942 8763 Zes8337 dagen3117 zult gij arbeiden5647 8799 en al uw werk4399 doen;6213 8804 Maar de zevende7637 dag3117 is de sabbat7676 des HEEREN3068 uws ;430 [] zult gij geen werk4399 doen,6213 8799 gij, noch uw zoon,1121 noch uw dochter,1323 [noch] uw dienstknecht,5650 noch uw dienstmaagd,519 noch uw vee,929 noch uw vreemdeling,1616 die in uw poorten8179 is; Want in zes8337 dagen3117 heeft de HEERE3068 den hemel8064 en de aarde776 gemaakt,6213 8804 de zee3220 en al wat daarin is, en rustte5117 8799 ten zevenden7637 dage;3117 daarom zegende1288 8765 de HEERE3068 den sabbatdag,7676 3117 en heiligde6942 8762 denzelven. Eert3513 8761 uw vader1 en uw moeder,517 opdat uw dagen3117 verlengd worden748 8686 in het land,127 dat u de HEERE3068 uw God430 geeft.5414 8802 Gij zult niet doodslaan.7523 8799 Gij zult niet echtbreken.5003 8799 Gij zult niet stelen.1589 8799 Gij zult geen valse8267 getuigenis5707 spreken6030 8799 tegen uw naaste.7453 Gij zult niet begeren2530 8799 uws naasten7453 huis;1004 gij zult niet begeren2530 8799 uws naasten7453 vrouw,802 noch zijn dienstknecht,5650 noch zijn dienstmaagd,519 noch zijn os,7794 noch zijn ezel,2543 noch iets, dat uws naasten7453 is. En al het volk5971 zag7200 8802 de donderen,6963 en de bliksemen,3940 en het geluid6963 der bazuin,7782 en den rokenden6226 berg;2022 toen het volk5971 zulks zag,7200 8799 weken zij af,5128 8799 en stonden5975 8799 van verre;7350 En zij zeiden559 8799 tot :4872 gij1696 8761 met ons, en wij zullen horen;8085 8799 en dat God430 met ons niet spreke,1696 8762 opdat wij niet sterven!4191 8799 En Mozes4872 zeide559 8799 tot het volk:5971 Vreest3372 8799 niet, want God430 is gekomen,935 8804 opdat5668 u verzocht,5254 8763 en opdat vreze3374 voor uw aangezicht6440 zou zijn, dat gij niet zondigdet.2398 8799 En het volk5971 stond5975 8799 van verre;7350 maar Mozes4872 naderde5066 8738 tot de donkerheid,6205 alwaar God430 was. Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 zult gij tot de kinderen1121 Israels3478 zeggen:559 8799 hebt gezien,7200 8804 dat Ik met ulieden van den hemel8064 gesproken heb.1696 8765 Gij zult nevens niet maken6213 8799 zilveren3701 goden,430 en gouden2091 goden430 zult gij u niet maken.6213 8799 Maakt6213 8799 een altaar4196 van aarde,127 en offert2076 8804 daarop uw brandofferen,5930 en uw dankofferen,8002 uw schapen,6629 en uw runderen;1241 aan alle plaats,4725 waar Ik Naams8034 gedachtenis stichten zal,2142 8686 zal Ik tot u komen,935 8799 en zal u zegenen.1288 8765 Maar indien gij een stenen68 altaar4196 zult maken,6213 8799 zo zult gij dit niet bouwen1129 8799 van gehouwen1496 [steen]; zo gij uw houwijzer2719 daarover verheft,5130 8689 zo zult gij het ontheiligen.2490 8762 Gij zult ook niet met trappen4609 tot altaar4196 opklimmen,5927 8799 opdat uw schaamte6172 voor hetzelve niet ontdekt worde.1540 8735