Exodus 23:8
“Ook zult gij geen geschenk7810 nemen;3947 8799 want het geschenk7810 verblindt5786 8762 de zienden,6493 en het verkeert5557 8762 de zaak1697 der rechtvaardigen.6662”
Exodus 23:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 33 in Exodus chapter 23 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Exodus 23 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Gij zult geen vals7723 gerucht8088 opnemen;5375 8799 en stelt7896 8799 uw hand3027 niet bij den goddeloze,7563 om een getuige5707 tot geweld2555 te zijn. Gij zult de menigte7227 tot boze7451 zaken niet volgen;310 en gij zult niet spreken6030 8799 in een twistige5186 8800 zaak,7379 dat gij u neigt naar310 de menigte,7227 om [het] [recht] te buigen.5186 8687 Ook zult gij den geringe1800 niet voortrekken1921 8799 en zijn twistige zaak.7379 Wanneer gij uws vijands341 8802 os,7794 of zijn dwalenden8582 8802 ezel,2543 ontmoet,6293 8799 gij zult hem denzelven ganselijk7725 8687 wederbrengen.7725 8686 Wanneer gij uws haters8130 8802 ezel2543 onder zijn last4853 ziet7200 8799 liggen,7257 8802 zult gij nalatig zijn,2308 8804 om het [uwe] te verlaten5800 8800 voor hem? Gij zult het in alle manier5800 8800 met hem verlaten.5800 8799 Gij zult het recht4941 uws armen34 niet buigen5186 8686 in zijn twistige zaak.7379 Zijt verre7368 8799 van valse8267 zaken;1697 en den onschuldige5355 en gerechtige6662 zult gij niet doden;2026 8799 want Ik zal den goddeloze7563 niet rechtvaardigen.6663 8686 Ook zult gij geen geschenk7810 nemen;3947 8799 want het geschenk7810 verblindt5786 8762 de zienden,6493 en het verkeert5557 8762 de zaak1697 der rechtvaardigen.6662 Gij zult ook den vreemdeling1616 niet onderdrukken;3905 8799 want gij kent3045 8804 het gemoed5315 des vreemdelings,1616 dewijl3588 gij vreemdelingen1616 geweest zijt in .776 4714 Gij zult ook zes8337 jaar8141 uw land776 bezaaien,2232 8799 en deszelfs inkomst8393 verzamelen;622 8804 Maar in het zevende7637 zult gij het rusten8058 8799 en stil liggen5203 8804 laten, dat de armen34 uws volks5971 mogen eten,398 8804 en het overige3499 daarvan de beesten2416 des velds7704 eten mogen;398 8799 alzo zult gij [ook] doen6213 8799 met uw wijngaard,3754 [en] met uw olijfbomen.2132 Zes8337 dagen3117 zult gij uw werken4639 doen;6213 8799 maar op den zevenden7637 dag3117 zult gij rusten;7673 8799 opdat uw os7794 en uw ezel2543 ruste,5117 8799 en dat de zoon1121 uwer dienstmaagd519 en de vreemdeling1616 adem scheppe.5314 8735 In alles, wat Ik tot ulieden gezegd heb,559 8804 zult gij op uw hoede zijn;8104 8735 en den naam8034 van andere312 goden430 zult gij niet gedenken;2142 8686 uit5921 uw mond6310 zal hij niet gehoord worden!8085 8735 Drie7969 reizen7272 in het jaar8141 zult gij feest houden.2287 8799 Het feest2282 van de ongezuurde4682 [broden] zult gij houden;8104 8799 zeven7651 dagen3117 zult gij ongezuurde4682 [broden] eten398 8799 (gelijk Ik u geboden heb6680 8765), ter bestemder tijd4150 in de maand2320 ,24 want in dezelve zijt gij uit Egypte4714 getogen;3318 8804 doch men zal niet ledig7387 voor aangezicht6440 verschijnen.7200 8735 En het feest2282 des oogstes,7105 der eerste vruchten1061 van uw arbeid,4639 die gij op het veld7704 gezaaid zult hebben.2232 8799 En het feest2282 der inzameling,614 op den uitgang3318 8800 des jaars,8141 wanneer gij uw arbeid4639 uit het veld7704 zult ingezameld hebben.622 8800 Drie7969 malen6471 des jaars8141 zullen al uw mannen2138 voor het aangezicht6440 des Heeren113 HEEREN3068 verschijnen.7200 8735 Gij zult het bloed1818 offers2077 met geen gedesemde2557 [broden] offeren;2076 8799 ook zal het vette2459 feestes2282 tot op den morgen1242 niet vernachten.3885 8799 De eerstelingen7225 der eerste vruchten1061 uws lands127 zult gij in het huis1004 des HEEREN3068 uws Gods430 brengen.935 8686 zult het bokje1423 niet koken1310 8762 in de melk2461 zijner moeder.517 Ziet, Ik zende7971 8802 een Engel4397 voor uw aangezicht,6440 om u te behoeden8104 8800 op dezen weg,1870 en om u te brengen935 8687 tot de plaats,4725 die Ik bereid heb.3559 8689 Hoedt u8104 8734 voor aangezicht,6440 en weest stem6963 gehoorzaam,8085 8798 en verbittert4843 8686 niet; want zal ulieder overtredingen6588 niet vergeven;5375 8799 want Naam8034 is in het binnenste7130 van . Maar zo gij stem6963 naarstiglijk8085 8800 gehoorzaamt,8085 8799 en doet6213 8804 al wat Ik spreken zal,1696 8762 zo zal Ik uwer vijanden341 8802 vijand,340 8804 en uwer wederpartijders6696 8804 wederpartij6887 8802 zijn. Want Engel4397 zal voor uw aangezicht6440 gaan,3212 8799 en zal u inbrengen935 8689 tot de ,567 en ,2850 en ,6522 en ,3669 ,2340 en ;2983 en Ik zal hen verdelgen.3582 8689 Gij zult u voor hun goden430 niet buigen,7812 8691 noch hen dienen;5647 8714 ook zult gij naar hun werken4639 niet doen;6213 8799 maar gij zult ze geheel2040 8763 afbreken,2040 8762 en hun opgerichte beelden4676 ganselijk7665 8763 vermorzelen.7665 8762 En gij zult den HEERE3068 uw God430 dienen,5647 8804 zo zal uw brood3899 en uw water4325 zegenen;1288 8765 en Ik zal de krankheden4245 uit het midden7130 van u weren.5493 8689 Er zal geen misdrachtige,7921 8764 noch onvruchtbare6135 in uw land776 zijn; Ik zal het getal4557 uwer dagen3117 vervullen.4390 8762 Ik zal schrik367 voor uw aangezicht6440 zenden,7971 8762 en al het volk,5971 tot hetwelk gij komt,935 8799 versaagd maken;2000 8804 en Ik zal maken,5414 8804 dat al uw vijanden341 8802 u den nek toekeren.6203 Ik zal ook horzelen6880 voor uw aangezicht6440 zenden;7971 8804 die zullen van voor uw aangezicht6440 uitstoten1644 8765 de ,2340 de Kanaanieten3669 en de .2850 Ik zal hen in een259 jaar8141 van uw aangezicht6440 niet uitstoten,1644 8762 opdat het land776 niet woest worde,8077 en het wild2416 gedierte7704 boven u niet vermenigvuldigd7227 worde. Ik zal hen allengskens4592 4592 van uw aangezicht6440 uitstoten,1644 8762 totdat gij gewassen zijt6509 8799 en het land776 erft.5157 8804 En Ik zal uw landpalen1366 zetten7896 8804 van de zee3220 Suf5488 tot aan de zee3220 der ,6430 en van de woestijn4057 tot aan de rivier;5104 want Ik zal de inwoners3427 8802 van dat land776 in uw hand3027 geven,5414 8799 dat gij hen voor uw aangezicht6440 uitstoot.1644 8765 Gij zult met hen, noch met hun goden,430 een verbond1285 maken.3772 8799 Zij zullen in uw land776 niet wonen,3427 8799 opdat zij u tegen niet doen zondigen;2398 8686 indien gij hun goden430 dient,5647 8799 het zal u voorzeker tot een valstrik4170 zijn.