Exodus 25:9
“Naar al wat Ik u tot een voorbeeld8403 dezes tabernakels,4908 en een voorbeeld8403 van al deszelfs gereedschap3627 wijzen zal,7200 8688 even alzo zult gijlieden dat maken.6213 8799”
Exodus 25:9 — Statenvertaling (1637)
Verse 9 of 40 in Exodus chapter 25 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
5 threads run through this chapter
Exodus 25 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 ,3478 dat zij voor een hefoffer8641 nemen.3947 8799 alle man,376 wiens hart3820 zich vrijwillig bewegen zal,5068 8799 zult gij hefoffer8641 nemen.3947 8799 Dit nu is het hefoffer,8641 hetwelk gij van hen nemen zult:3947 8799 goud,2091 en zilver,3701 en koper;5178 Als ook hemelsblauw,8504 en purper,713 en scharlaken,8438 8144 en fijn linnen,8336 en geiten5795 [haar]. En roodgeverfde119 8794 ramsvellen,352 5785 en dassenvellen;8476 5785 en sittimhout;7848 6086 Olie8081 tot den luchter,3974 specerijen1314 ter zalfolie,4888 8081 en tot roking welriekende5561 specerijen;7004 Sardonixstenen,7718 68 en vervullende4394 stenen68 tot den efod,646 en tot den borstlap.2833 En zij zullen een heiligdom4720 maken,6213 8804 dat Ik in het midden8432 van hen wone.7931 8804 Naar al wat Ik u tot een voorbeeld8403 dezes tabernakels,4908 en een voorbeeld8403 van al deszelfs gereedschap3627 wijzen zal,7200 8688 even alzo zult gijlieden dat maken.6213 8799 Zo zullen zij een 727 van sittimhout7848 6086 maken;6213 8804 twee ellen520 en een halve2677 zal haar lengte753 zijn, en anderhalve520 2677 el haar breedte,7341 en anderhalve520 2677 el haar hoogte.6967 En gij zult ze met louter2889 goud2091 overtrekken,6823 8765 van binnen1004 en van buiten2351 zult gij ze overtrekken;6823 8762 en gij zult op dezelve een gouden2091 krans2213 maken6213 8804 rondom5439 heen. En giet3332 8804 voor haar vier702 gouden2091 ringen,2885 en zet5414 8804 die aan haar vier702 hoeken,6471 alzo dat twee8147 ringen2885 op de ene259 zijde6763 derzelve zijn, en twee8147 ringen2885 op haar andere8145 zijde. En maak6213 8804 handbomen905 van sittimhout,7848 6086 en overtrek6823 8765 ze met goud.2091 En steek935 8689 de handbomen905 in de ringen,2885 die aan de zijde6763 der 727 zijn, dat men de 727 daarmede drage.5375 8800 De draagbomen905 zullen in de ringen2885 der 727 zijn;1961 8799 zij zullen er niet uitgetogen worden.5493 8799 Daarna zult gij in de 727 leggen5414 8804 de getuigenis,5715 die Ik u geven zal.5414 8799 Gij zult ook een verzoendeksel3727 maken6213 8804 van louter2889 goud;2091 twee ellen520 en een halve2677 zal deszelfs lengte753 zijn, en anderhalve520 2677 el deszelfs breedte.7341 Gij zult ook twee8147 3742 van goud2091 maken;6213 8804 van dicht4749 [goud] zult gij ze maken,6213 8799 uit de beide8147 einden7098 des verzoendeksels.3727 En maak6213 8798 u een259 cherub3742 uit het ene einde7098 aan deze2088 zijde, en den anderen259 cherub3742 uit het [andere] einde7098 aan gene2088 zijde; uit het verzoendeksel3727 zult gijlieden de 3742 maken,6213 8799 uit de beide8147 einden7098 van hetzelve. En de 3742 zullen hun beide vleugelen3671 omhoog4605 uitbreiden,6566 8802 bedekkende5526 8802 met hun vleugelen3671 het verzoendeksel;3727 en hun aangezichten6440 zullen tegenover376 elkander251 zijn; de aangezichten6440 der 3742 zullen naar het verzoendeksel3727 zijn. En gij zult het verzoendeksel3727 boven4605 op de 727 zetten,5414 8804 nadat gij in de 727 de getuigenis,5715 die Ik u geven zal,5414 8799 zult gelegd hebben.5414 8799 En aldaar zal Ik bij u komen,3259 8738 en Ik zal met u spreken1696 8765 van boven het verzoendeksel3727 af, van tussen996 de twee8147 ,3742 die op5921 de 727 der getuigenis5715 zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal6680 8762 aan de kinderen1121 .3478 Gij zult ook een tafel7979 maken6213 8804 van sittimhout;7848 6086 twee ellen520 zal haar lengte753 zijn, en een el520 haar breedte,7341 en een el520 en een halve2677 zal haar hoogte6967 zijn. En gij zult ze met louter2889 goud2091 overtrekken;6823 8765 gij zult ook een gouden2091 krans2213 daaraan maken,6213 8804 rondom5439 heen. Gij zult ook een lijst4526 rondom5439 daaraan maken,6213 8804 een hand breed;2948 en gij zult een gouden2091 krans2213 rondom5439 derzelver lijst4526 maken.6213 8804 Ook zult gij vier702 gouden2091 ringen2885 daaraan maken;6213 8804 en gij zult de ringen2885 zetten5414 8804 aan de vier702 hoeken,6285 die aan derzelver vier702 voeten7272 zijn zullen. Tegenover5980 de lijst4526 zullen de ringen2885 zijn, tot plaatsen1004 voor de handbomen,905 om de tafel7979 te dragen.5375 8800 Deze handbomen905 nu zult gij van sittimhout7848 6086 maken,6213 8804 en gij zult dezelve met goud2091 overtrekken;6823 8765 en de tafel7979 zal daaraan gedragen worden.5375 8738 Gij zult ook maken6213 8804 haar schotelen,7086 en haar rookschalen,3709 en haar platelen,7184 en haar kroezen4518 (met welke zij2004 bedekt zal worden5258 8714); van louter2889 goud2091 zult gij ze maken.6213 8799 En gij zult op deze tafel7979 altijd8548 het toonbrood3899 voor aangezicht6440 leggen.5414 8804 Gij zult ook een kandelaar4501 van louter2889 goud2091 maken.6213 8804 dicht werk4749 zal deze kandelaar4501 gemaakt worden,6213 8735 zijn schacht,3409 en zijn rietjes;7070 zijn schaaltjes,1375 zijn knopen,3730 en zijn bloemen6525 zullen uit hem zijn. En zes8337 rieten7070 zullen uit zijn zijden6654 uitgaan;3318 8802 drie7969 rieten7070 des kandelaars4501 uit zijn ene259 zijde,6654 en drie7969 rieten7070 des kandelaars4501 uit zijn andere8145 zijde.6654 In het ene259 riet7070 zullen drie7969 schaaltjes1375 zijn, [gelijk] amandelnoten,8246 8794 een knoop3730 en een bloem;6525 en drie7969 schaaltjes,1375 [gelijk] amandelnoten8246 8794 in een ander259 riet,7070 een knoop3730 en een bloem;6525 alzo zullen die zes8337 rieten7070 zijn, die uit den kandelaar4501 gaan.3318 8802 Maar aan den kandelaar4501 zelven zullen vier702 schaaltjes1375 zijn, [gelijk] amandelnoten,8246 8794 met zijn knopen,3730 en met zijn bloemen.6525 En daar zal een knoop3730 zijn onder twee8147 rieten,7070 uit denzelven [uitgaande]; ook een knoop3730 onder twee8147 rieten,7070 uit denzelven [uitgaande]; nog een knoop3730 onder twee8147 rieten,7070 uit denzelven [uitgaande]; [alzo] [zal] [het] [zijn] met de zes8337 rieten,7070 die uit den kandelaar4501 uitgaan.3318 8802 Hun knopen3730 en hun rieten7070 zullen uit hem zijn; het zal altemaal een259 enig dicht werk4749 van louter2889 goud2091 zijn. Gij zult hem ook zeven7651 lampen5216 maken,6213 8804 en men zal zijn lampen5216 aansteken,5927 8689 en doen lichten215 8689 aan zijn6440 zijden.5676 Zijn snuiters4457 en zijn blusvaten4289 zullen louter2889 goud2091 zijn. Uit een 3603 louter2889 goud2091 zal men dat maken,6213 8799 met al dit gereedschap.3627 Zie toe,7200 8798 dat gij het maakt6213 8798 naar hun voorbeeld,8403 hetwelk u op den berg2022 getoond is.7200 8716