Exodus 29:35
“Gij zult dan aan Aaron175 en aan zijn zonen1121 alzo doen,6213 8804 naar alles, wat Ik u geboden heb;6680 8765 zeven7651 dagen3117 zult gij hun hand3027 vullen.4390 8762”
Exodus 29:35 — Statenvertaling (1637)
Verse 35 of 46 in Exodus chapter 29 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Exodus 29 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Dit nu is de zaak,1697 die gij hun doen zult,6213 8799 om hen te heiligen,6942 8763 dat zij het priesterambt bedienen:3547 8763 neem3947 8798 een259 var,6499 het jong1121 eens runds,1241 en twee8147 volkomen8549 rammen;352 En ongezuurd4682 brood,3899 en ongezuurde4682 koeken,2471 met olie8081 gemengd,1101 8803 en ongezuurde4682 vladen,7550 met olie8081 bestreken;4886 8803 van tarwemeelbloem2406 5560 zult gij dezelve maken.6213 8799 En gij zult ze in een259 korf5536 leggen,5414 8804 en zult ze in den korf5536 toebrengen,7126 8689 met den var6499 en de twee8147 rammen.352 Alsdan zult gij 175 en zijn zonen1121 doen naderen7126 8686 aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst;4150 en gij zult hen met water4325 wassen.7364 8804 Daarna zult gij de klederen899 nemen,3947 8804 en 175 den rok,3801 en den mantel4598 des efods,646 en den efod,646 en den borstlap2833 aandoen;3847 8689 en gij zult hem omgorden640 8804 met den kunstelijken riem2805 des efods.646 En gij zult den hoed4701 op zijn hoofd7218 zetten;7760 8804 de kroon5145 der heiligheid6944 zult gij aan den hoed4701 zetten.5414 8804 En gij zult de zalfolie4888 8081 nemen,3947 8804 en op zijn hoofd7218 gieten;3332 8804 alzo zult gij hem zalven.4886 8804 Daarna zult gij zijn zonen1121 doen naderen,7126 8686 en zult hen de rokken3801 doen aantrekken.3847 8689 En gij zult hen met den gordel73 omgorden,2296 8804 [namelijk] 175 en zijn zonen;1121 en gij zult hun de mutsen4021 opbinden,2280 8804 opdat zij het priesterambt3550 hebben tot een eeuwige5769 inzetting.2708 zult gij de hand3027 van 175 vullen,4390 8765 en de hand3027 zijner zonen.1121 En gij zult den var6499 nabij brengen7126 8689 voor6440 de tent168 der samenkomst;4150 en 175 en zijn zonen1121 zullen hun handen3027 op het hoofd7218 van den var6499 leggen.5564 8804 En gij zult den var6499 slachten7819 8804 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 voor de deur6607 van de tent168 der samenkomst.4150 Daarna zult gij van het bloed1818 des vars6499 nemen,3947 8804 en met uw vinger676 op de hoornen7161 des altaars4196 doen;5414 8804 en al het bloed1818 zult gij uitgieten8210 8799 aan413 den bodem3247 des altaars.4196 Gij zult ook al het vet2459 nemen,3947 8804 hetwelk het ingewand7130 bedekt,3680 8764 en het 3508 over de lever,3516 en beide8147 nieren3629 en het vet,2459 dat aan dezelve is, en gij zult ze aansteken6999 8689 op het altaar.4196 Maar het vlees1320 des vars,6499 en zijn vel,5785 en zijn drek,6569 zult gij met vuur784 verbranden,8313 8799 buiten2351 het leger;4264 het is een zondoffer.2403 Daarna zult gij den enen259 352 nemen,3947 8799 en 175 en zijn zonen1121 zullen hun handen3027 op het hoofd7218 des rams352 leggen;5564 8804 En gij zult den 352 slachten,7819 8804 en gij zult zijn bloed1818 nemen,3947 8804 en rondom5439 op het altaar4196 sprengen.2236 8804 En den 352 zult gij in zijn delen5409 delen;5408 8762 en gij zult zijn ingewand7130 en zijn schenkelen3767 wassen,7364 8804 en op zijn delen,5409 en op zijn hoofd7218 leggen.5414 8804 Alzo zult gij den gehelen 352 aansteken6999 8689 op het altaar;4196 het is een brandoffer5930 den HEERE,3068 tot een liefelijken5207 reuk,7381 het is een vuuroffer801 den HEERE.3068 Daarna zult gij den anderen8145 352 nemen,3947 8804 en 175 en zijn zonen1121 zullen hun handen3027 op des rams352 hoofd7218 leggen;5564 8804 En gij zult den 352 slachten,7819 8804 en van zijn bloed1818 nemen,3947 8804 en doen5414 8804 het op het [rechter] oorlapje8571 241 van ,175 en op het rechteroorlapje8571 3233 241 van zijn zonen,1121 desgelijks op den duim931 hunner rechterhand,3233 3027 en op den groten teen931 huns rechtervoets;3233 7272 en dat bloed1818 zult gij op het altaar4196 sprengen,2236 8804 rondom5439 heen. zult gij nemen3947 8804 van het bloed,1818 dat op het altaar4196 is, en van de zalfolie,4888 8081 en gij zult op 175 en op zijn klederen899 sprengen,5137 8689 en op zijn zonen1121 en op de klederen899 zijner zonen1121 met hem; opdat hij geheiligd zij,6942 8804 en zijn klederen,899 ook zijn zonen,1121 en de klederen899 zijner zonen1121 met hem. Daarna zult gij van den 352 nemen3947 8804 het vet2459 mitsgaders den staart,451 ook het vet,2459 dat het ingewand7130 bedekt,3680 8764 en het 3508 der lever3516 en de beide8147 nieren,3629 met het vet,2459 dat aan dezelve is, en den rechterschouder;3225 7785 want het is een 352 der vulofferen;4394 En een259 broodbol,3603 3899 en een259 koek2471 geolied8081 brood, en een259 vlade,7550 uit den korf5536 der ongezuurde4682 [broden], die voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 zijn zal; En leg7760 8804 ze alle op de handen3709 van ,175 en op de handen3709 zijner zonen,1121 en beweeg5130 8689 ze ten beweegoffer8573 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Neem3947 8804 ze daarna van hun hand,3027 en steek ze aan6999 8689 op het altaar,4196 op het brandoffer,5930 tot een liefelijken5207 reuk7381 voor het aangezicht6440 des HEEREN;3068 het is een vuuroffer801 den HEERE.3068 En neem3947 8804 de borst2373 van den 352 der vulofferen,4394 die van 175 is, en beweeg5130 8689 hem ten beweegoffer8573 voor het aangezicht6440 des HEEREN;3068 en het zal u ten dele4490 zijn. En gij zult de borst2373 des beweegoffers8573 heiligen,6942 8765 en den schouder7785 des hefoffers,8641 die bewogen,5130 8717 en die opgeheven zal zijn7311 8717 van den 352 des vuloffers,4394 van hetgeen834 dat ,175 en van hetgeen dat zijner zonen1121 is. En het zal voor 175 en zijn zonen1121 zijn tot een eeuwige5769 inzetting2706 vanwege de kinderen1121 ;3478 want het is een hefoffer;8641 en het hefoffer8641 vanwege de kinderen1121 Israels3478 zal zijn van hun dankofferen;2077 8002 hun hefoffer8641 zal voor den HEERE3068 zijn. De heilige6944 klederen899 nu, die van 175 zullen geweest zijn, zullen van zijn zonen1121 na hem310 zijn, opdat men hen in dezelve zalve,4888 en dat men hun hand3027 in dezelve vulle.4390 8763 Zeven7651 dagen3117 zal hij ze aantrekken,3847 8799 die uit zijn zonen1121 in zijn plaats priester3548 zal worden, die in de tent168 der samenkomst4150 gaan zal,935 8799 om in het heilige6944 te dienen.8334 8763 Gij zult den 352 der vulling4394 nemen,3947 8799 en gij zult zijn vlees1320 in de heilige6918 plaats4725 zieden.1310 8765 175 nu en zijn zonen1121 zullen het vlees1320 van dezen 352 eten,398 8804 en het brood,3899 dat in den korf5536 zal zijn, bij de deur6607 van de tent168 der samenkomst.4150 En zij zullen die dingen eten,398 8804 met welke de verzoening zal gedaan zijn,3722 8795 om hun hand3027 te vullen,4390 8763 [en] om hen te heiligen;6942 8763 maar een vreemde2114 8801 zal ze niet eten,398 8799 want ze zijn heilig.6944 En indien er [wat] overblijven zal3498 8735 van het vlees1320 der vulofferen,4394 of van dit brood,3899 tot aan den morgen,1242 zo zult gij het overgeblevene3498 8737 met vuur784 verbranden;8313 8804 het zal niet gegeten worden,398 8735 want het is heilig.6944 Gij zult aan 175 en aan zijn zonen1121 alzo doen,6213 8804 naar alles, wat Ik u geboden heb;6680 8765 zeven7651 dagen3117 zult gij hun hand3027 vullen.4390 8762 Gij zult ook des daags3117 een var6499 des zondoffers2403 bereiden,6213 8799 tot de verzoeningen,3725 en gij zult het altaar4196 ontzondigen,2398 8765 mits doende de verzoening3722 8763 over hetzelve; en gij zult het zalven,4886 8804 om het te heiligen.6942 8763 Zeven7651 dagen3117 zult gij verzoening doen3722 8762 voor het altaar,4196 en zult het heiligen;6942 8765 alsdan zal dat altaar4196 een heiligheid6944 der heiligheden6944 zijn; al wat het altaar4196 aanroert,5060 8802 zal heilig zijn.6942 8799 Dit nu is het, wat gij op het altaar4196 bereiden zult:6213 8799 twee8147 lammeren,3532 die eenjarig1121 8141 zijn, des daags,3117 3117 geduriglijk.8548 Het ene259 lam3532 zult gij des morgens1242 bereiden;6213 8799 maar het andere8145 lam3532 zult gij bereiden6213 8799 tussen de twee avonden.6153 Met een tiende6241 deel meelbloem,5560 gemengd1101 8803 met een vierendeel7253 van een 1969 gestoten3795 olie;8081 en tot drankoffer5262 een vierde deel7243 van een 1969 wijn,3196 tot het ene259 lam.3532 Het andere8145 lam3532 nu zult gij bereiden6213 8799 tussen de twee avonden;6153 gij zult daarmede doen6213 8799 gelijk met het morgenspijsoffer,4503 1242 en gelijk met het drankoffer5262 deszelven, tot een liefelijken5207 reuk;7381 het is een vuuroffer801 den HEERE.3068 Het zal een gedurig8548 brandoffer5930 zijn bij uw geslachten,1755 aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst,4150 voor het aangezicht6440 des HEEREN;3068 aldaar zal Ik met ulieden komen,3259 8735 dat Ik aldaar met u spreke.1696 8763 En daar zal Ik komen3259 8738 tot de kinderen1121 ;3478 opdat zij geheiligd worden6942 8738 door heerlijkheid.3519 En Ik zal de tent168 der samenkomst4150 heiligen,6942 8765 mitsgaders het altaar;4196 Ik zal ook 175 en zijn zonen1121 heiligen,6942 8762 opdat zij het priesterambt bedienen.3547 8763 En Ik zal in het midden8432 der kinderen1121 Israels3478 wonen,7931 8804 en Ik zal hun tot een God430 zijn. En zij zullen weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 hun God430 ben, Die hen uit Egypteland776 4714 uitgevoerd heb,3318 8689 opdat Ik in het midden8432 van hen wonen zou;7931 8800 Ik ben de HEERE,3068 hun God.430