Exodus 3:9
“En nu, zie, het geschrei6818 der kinderen1121 Israels3478 is tot Mij gekomen;935 8804 en ook heb Ik gezien7200 8804 de verdrukking,3906 waarmede de Egyptenaars4714 hen verdrukken.3905 8801”
Exodus 3:9 — Statenvertaling (1637)
Verse 9 of 22 in Exodus chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 threads run through this chapter
Exodus 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En Mozes4872 hoedde1961 8804 7462 8802 de kudde6629 van ,3503 zijn schoonvader,2859 8802 den priester3548 in ;4080 en hij leidde5090 8799 de kudde6629 achter310 de woestijn,4057 en hij kwam935 8799 aan den berg2022 ,430 aan .2722 En de Engel4397 des HEEREN3068 verscheen7200 8735 hem in een vuurvlam3827 784 uit het midden8432 van een braambos;5572 en hij zag,7200 8799 en ziet, het braambos5572 brandde1197 8802 in het vuur,784 en het braambos5572 werd niet verteerd.398 8794 En Mozes4872 zeide:559 8799 Ik zal mij nu daarheen wenden,5493 8799 en bezien7200 8799 dat grote1419 gezicht,4758 waarom4069 het braambos5572 niet verbrandt.1197 8799 Toen de HEERE3068 zag,7200 8799 dat hij zich daarheen wendde,5493 8804 om te bezien,7200 8800 zo riep7121 8799 God430 tot hem uit het midden8432 van het braambos,5572 en zeide:559 8799 ,4872 !4872 En hij zeide:559 8799 , [hier] ben ik! En zeide:559 8799 Nader7126 8799 hier1988 niet toe; trek5394 8798 uw schoenen5275 uit van uw voeten;7272 want de plaats,4725 waarop834 gij staat,5975 8802 is heilig6944 land.127 Hij zeide559 8799 voorts: Ik ben de God430 uws vaders,1 de God430 van ,85 de God430 van Izak3327 en de God430 van .3290 En Mozes4872 verborg5641 8686 zijn aangezicht,6440 want hij vreesde3372 8804 God430 aan te zien.5027 8687 En de HEERE3068 zeide:559 8799 Ik heb zeer7200 8800 wel gezien7200 8804 de verdrukking6040 volks,5971 hetwelk in Egypte4714 is, en heb hun geschrei6818 gehoord,8085 8804 vanwege6440 hun drijvers;5065 8802 want Ik heb hun smarten4341 bekend.3045 8804 Daarom ben Ik nedergekomen,3381 8799 dat Ik het verlosse5337 8687 uit de hand3027 der ,4714 en het opvoere5927 8687 uit dit land,776 naar een goed2896 en ruim7342 land,776 naar een land,776 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig,1706 tot de plaats4725 der ,3669 en der ,2850 en der ,567 en der ,6522 en der ,2340 en der .2983 En nu, zie, het geschrei6818 der kinderen1121 Israels3478 is tot gekomen;935 8804 en ook heb Ik gezien7200 8804 de verdrukking,3906 waarmede de Egyptenaars4714 hen verdrukken.3905 8801 Zo kom3212 8798 nu, en Ik zal u tot Farao6547 zenden,7971 8799 opdat gij volk5971 (de kinderen1121 Israels3478) uit Egypte4714 voert.3318 8685 Toen zeide559 8799 Mozes4872 tot God:430 ben ik, dat ik tot Farao6547 zou gaan;3212 8799 en dat ik de kinderen1121 Israels3478 uit Egypte4714 zou voeren?3318 8686 Hij zeide:559 8799 Ik zal voorzeker3588 met u5973 zijn,1961 8799 en dit2088 zal u een teken226 zijn, dat3588 Ik595 u gezonden heb:7971 8804 wanneer gij dit volk5971 uit Egypte4714 geleid hebt,3318 8687 zult gijlieden God430 dienen5647 8799 op5921 dezen berg.2022 Toen zeide559 8799 Mozes4872 tot God:430 , wanneer ik kom935 8802 tot de kinderen1121 ,3478 en zeg559 8804 tot hen: De God430 uwer vaderen1 heeft mij tot ulieden gezonden;7971 8804 en zij mij zeggen:559 8804 is naam?8034 wat zal ik tot hen zeggen?559 8799 En God430 zeide559 8799 tot413 :4872 IK ZAL ZIJN,1961 8799 Die834 IK ZIJN ZAL!1961 8799 zeide :559 8799 Alzo3541 zult gij tot de kinderen1121 Israels3478 zeggen:559 8799 IK ZAL ZIJN1961 8799 heeft mij tot413 ulieden gezonden!7971 8804 Toen zeide559 8799 God430 verder5750 tot :4872 zult gij tot de kinderen1121 Israels3478 zeggen:559 8799 De HEERE,3068 de God430 uwer vaderen,1 de God430 van ,85 de God430 van ,3327 en de God430 van ,3290 heeft mij tot ulieden gezonden;7971 8804 dat is Naam8034 eeuwiglijk,5769 en dat is gedachtenis2143 van geslacht1755 tot geslacht.1755 Ga heen,3212 8798 en verzamel622 8804 de oudsten2205 van ,3478 en zeg559 8804 tot hen: De HEERE,3068 de God430 uwer vaderen,1 is mij verschenen,7200 8738 de God430 van ,85 Izak3327 en ,3290 zeggende:559 8800 Ik heb ulieden getrouwelijk6485 8800 bezocht,6485 8804 en hetgeen ulieden in Egypte4714 is aangedaan;6213 8803 Daarom heb Ik gezegd:559 8799 Ik zal ulieden uit de verdrukking6040 van Egypte4714 opvoeren,5927 8686 tot het land776 der ,3669 en der ,2850 en der ,567 en der ,6522 en der ,2340 en der ;2983 tot het land,776 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig.1706 En zij zullen uw stem6963 horen;8085 8804 en gij zult gaan,935 8804 gij en de oudsten2205 van ,3478 tot den koning4428 van ,4714 en gijlieden zult tot hem zeggen:559 8804 De HEERE,3068 de God430 der ,5680 is ons ontmoet;7136 8738 zo laat ons nu toch gaan3212 8799 den weg1870 van drie7969 dagen3117 in de woestijn,4057 opdat wij den HEERE,3068 onzen God,430 offeren!2076 8799 Doch Ik weet,3045 8804 dat de koning4428 van Egypte4714 ulieden niet zal laten5414 8799 gaan,1980 8800 ook niet door een sterke2389 hand.3027 Want Ik zal hand3027 uitstrekken,7971 8804 en Egypte4714 slaan5221 8689 met al wonderen,6381 8737 die Ik in het midden7130 van hetzelve doen zal;6213 8799 daarna310 zal hij ulieden laten vertrekken.7971 8762 En Ik zal dit volk5971 genade2580 geven5414 8804 in de ogen5869 der ;4714 en het zal geschieden, wanneer gijlieden uitgaan zult,3212 8799 zo zult gij niet ledig7387 uitgaan.3212 8799 Maar [elke] vrouw802 zal van haar naburin,7934 en van de waardin1481 8802 haars huizes,1004 eisen7592 8804 zilveren3701 vaten,3627 en gouden2091 vaten,3627 en klederen;8071 die zult gijlieden op uw zonen,1121 en op uw dochteren1323 leggen,7760 8804 en gij zult Egypte4714 beroven.5337 8765