Exodus 32:28
“En de zonen1121 van Levi3878 deden6213 8799 naar het woord1697 van Mozes;4872 en er vielen5307 8799 van het volk,5971 op dien dag,3117 drie7969 duizend505 man.376”
Exodus 32:28 — Statenvertaling (1637)
Verse 28 of 35 in Exodus chapter 32 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 thread runs through this chapter
Exodus 32 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen het volk5971 zag,7200 8799 dat Mozes4872 vertoog954 8765 van den berg2022 af te komen,3381 8800 zo verzamelde zich6950 8735 het volk5971 tot ,175 en zij zeiden559 8799 tot hem: Sta op,6965 8798 maak6213 8798 ons goden,430 die voor ons aangezicht6440 gaan;3212 8799 want dezen ,4872 dien man,376 die ons uit Egypteland776 4714 uitgevoerd heeft,5927 8689 wij weten3045 8804 niet, wat hem geschied zij. 175 nu zeide559 8799 tot hen: Rukt af6561 8761 de gouden2091 oorsierselen,5141 die in de oren241 uwer vrouwen,802 uwer zonen,1121 en uwer dochteren1323 zijn; en brengt935 8685 ze tot mij. Toen rukte6561 8691 het ganse volk5971 de gouden2091 oorsierselen5141 af, die in hun oren241 waren; en zij brachten935 8686 ze tot .175 En hij nam3947 8799 ze uit hun hand,3027 en hij bewierp6696 8799 het met een griffie,2747 en hij maakte6213 8799 een gegoten4541 kalf5695 daaruit. Toen zeiden zij:559 8799 zijn uw goden,430 !3478 die u uit Egypteland776 4714 opgevoerd hebben.5927 8689 Als 175 dat zag,7200 8799 zo bouwde hij1129 8799 een altaar4196 voor6440 hetzelve; en 175 riep uit,7121 8799 en zeide:559 8799 Morgen4279 zal den HEERE3068 een feest2282 zijn! En zij stonden7925 des anderen daags4283 vroeg op,7925 8686 en offerden5927 8686 brandoffer,5930 en brachten5066 8686 dankoffer8002 daartoe; en het volk5971 zat neder3427 8799 om te eten398 8800 en te drinken;8354 8800 daarna stonden zij op,6965 8799 om te spelen.6711 8763 Toen sprak1696 8762 de HEERE3068 tot :4872 Ga heen,3212 8798 klim af!3381 8798 want uw volk,5971 dat gij uit Egypteland776 4714 opgevoerd hebt,5927 8689 heeft het verdorven.7843 8765 En zij zijn haast4118 afgeweken5493 8804 van den weg,1870 dien Ik hun geboden had,6680 8765 zij hebben zich een gegoten4541 kalf5695 gemaakt;6213 8804 en zij hebben zich voor hetzelve gebogen,7812 8691 en hebben het offerande gedaan,2076 8799 en gezegd:559 8799 zijn uw goden,430 ,3478 die u uit Egypteland776 4714 opgevoerd hebben.5927 8689 Verder zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Ik heb dit volk5971 gezien,7200 8804 en zie, het is een hardnekkig7186 6203 volk!5971 En nu, laat toe,3240 8685 dat toorn639 tegen hen ontsteke,2734 8799 en hen vertere;3615 8762 zo zal Ik u tot een groot1419 volk1471 maken.6213 8799 Doch Mozes4872 aanbad2470 8762 het aangezicht6440 des HEEREN3068 zijns ,430 en hij zeide:559 8799 O HEERE!3068 waarom zou Uw toorn639 ontsteken2734 8799 tegen Uw volk,5971 hetwelk met grote1419 kracht,3581 en met een sterke2389 hand,3027 uit Egypteland776 4714 uitgevoerd hebt?3318 8689 Waarom zouden de Egyptenaars4714 spreken,559 8799 zeggende:559 8800 In kwaadheid7451 heeft hen uitgevoerd,3318 8689 opdat hen doodde2026 8800 op de bergen,2022 en opdat hen vernielde3615 8763 van den aardbodem?6440 127 af7725 8798 van de hittigheid2740 toorns,639 en laat het U over het kwaad7451 volks5971 berouwen.5162 8734 Gedenk aan2142 8798 ,85 aan Izak3327 en aan ,3478 Uw knechten,5650 aan welke bij gezworen hebt,7650 8738 en hebt tot hen gesproken:1696 8762 Ik zal uw zaad2233 vermenigvuldigen7235 8686 als de sterren3556 des hemels;8064 en dit gehele land,776 waarvan Ik gezegd heb,559 8804 zal Ik aan ulieder zaad2233 geven,5414 8799 dat zij het erfelijk bezitten5157 8804 in eeuwigheid.5769 Toen berouwde5162 8735 het den HEERE3068 over het kwaad,7451 hetwelk gesproken had1696 8765 volk5971 te zullen doen.6213 8800 En Mozes4872 wendde zich om,6437 8799 en klom3381 8799 van den berg2022 af, met de twee8147 tafelen3871 der getuigenis5715 in zijn hand;3027 deze tafelen3871 waren op haar beide8147 zijden5676 beschreven,3789 8803 zij waren op de ene en op de andere zijde beschreven.3789 8803 En diezelfde tafelen3871 waren Gods430 werk;4639 het geschrift4385 was ook Gods430 geschrift4385 zelf, in de tafelen3871 gegraveerd.2801 8803 Toen nu Jozua3091 des volks5971 stem6963 hoorde,8085 8799 als het juichte,7452 zo zeide hij559 8799 tot :4872 Er is een krijgsgeschrei6963 4421 in het leger.4264 Maar hij zeide:559 8799 is geen stem6963 des geroeps6030 8800 van overwinning,1369 het is ook geen stem6963 des geroeps6030 8800 van nederlaag;2476 ik hoor8085 8802 een stem6963 van zingen6031 8763 bij beurte. En het geschiedde, als hij aan het leger4264 naderde,7126 8804 en het kalf,5695 en de reien4246 zag,7200 8799 dat de toorn639 van Mozes4872 ontstak,2734 8799 en dat hij de tafelen3871 uit zijn handen3027 wierp,7993 8686 en dezelve beneden8478 aan den berg2022 verbrak.7665 8762 En hij nam3947 8799 dat kalf,5695 dat zij gemaakt hadden,6213 8804 en verbrandde8313 8799 het in het vuur,784 en vermaalde2912 8799 het, totdat het klein werd,1854 8804 en strooide2219 8799 het op6440 het water,4325 en deed het den kinderen1121 Israels3478 drinken.8248 8686 En Mozes4872 zeide559 8799 tot :175 heeft u dit volk5971 gedaan,6213 8804 dat gij [zulk] een grote1419 zonde2401 over hetzelve gebracht hebt?935 8689 Toen zeide559 8799 :175 De toorn639 mijns heren113 ontsteke2734 8799 niet! gij kent3045 8804 dit volk,5971 dat het in den boze7451 [ligt]. Zij zeiden559 8799 tot mij: Maak6213 8798 ons goden,430 die voor ons aangezicht6440 gaan,3212 8799 want dezen ,4872 dien man,376 die ons uit Egypteland776 4714 opgevoerd heeft,5927 8689 wij weten3045 8804 niet, wat hem geschied zij. Toen zeide ik559 8799 tot hen: Wie goud2091 heeft, die rukke6561 8690 het af, en geve5414 8799 het mij; en ik wierp7993 8686 het in het vuur,784 en dit kalf5695 is er uit gekomen.3318 8799 Als Mozes4872 zag,7200 8799 dat het volk5971 ontbloot was,6544 8803 (want 175 had het ontbloot6544 8804 tot verkleining8103 onder degenen, die tegen hen hadden mogen opstaan6965 8801), Zo bleef5975 Mozes4872 staan5975 8799 in de poort8179 des legers,4264 en zeide:559 8799 den HEERE3068 toebehoort, [kome] tot mij! Toen verzamelden zich622 8735 tot hem al de zonen1121 van .3878 En hij zeide559 8799 tot hen: Alzo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 van :3478 ieder376 doe7760 8798 zijn zwaard2719 aan zijn heup;3409 gaat door5674 8798 en keert weder,7725 8798 van poort8179 tot poort8179 in het leger,4264 en een iegelijk376 dode2026 8798 zijn broeder,251 en elk376 zijn vriend,7453 en elk376 zijn naaste!7138 En de zonen1121 van 3878 deden6213 8799 naar het woord1697 van ;4872 en er vielen5307 8799 van het volk,5971 op dien dag,3117 drie7969 duizend505 man.376 Want Mozes4872 had gezegd:559 8799 Vult4390 8798 heden3117 uw handen3027 den HEERE;3068 want3588 elk376 zal zijn tegen zijn zoon,1121 en tegen zijn broeder;251 en dit, opdat heden3117 een zegen1293 over ulieden geve!5414 8800 En het geschiedde des anderen daags,4283 dat Mozes4872 tot het volk5971 zeide:559 8799 hebt een grote1419 zonde2401 gezondigd;2398 8804 doch nu, ik zal tot den HEERE3068 opklimmen;5927 8799 misschien194 zal ik een verzoening doen3722 8762 voor1157 uw zonde.2403 Zo keerde7725 8799 Mozes4872 weder tot den HEERE,3068 en zeide:559 8799 ,577 dit volk5971 heeft een grote1419 zonde2401 gezondigd,2398 8804 dat zij zich gouden2091 goden430 gemaakt hebben.6213 8799 Nu , indien hun zonden2403 vergeven zult!5375 8799 doch zo niet, zo delg4229 8798 mij nu uit Uw boek,5612 hetwelk geschreven hebt.3789 8804 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 zou Ik uit boek5612 delgen,4229 8799 die834 aan zondigt.2398 8804 Doch ga nu heen,3212 8798 leid5148 8798 dit volk,5971 waarheen Ik u gezegd heb;1696 8765 zie, Mijn Engel4397 zal voor uw aangezicht6440 gaan!3212 8799 doch ten dage3117 bezoekens,6485 8800 zo zal Ik hun zonde2403 over hen bezoeken!6485 8804 Aldus plaagde5062 8799 de HEERE3068 dit volk,5971 omdat834 zij dat kalf5695 gemaakt hadden,6213 8804 hetwelk834 175 gemaakt had.6213 8804