Exodus 34:16
“En gij voor uw zonen1121 [vrouwen] neemt3947 8804 van hun dochteren;1323 en hun dochteren,1323 haar goden430 nahoererende,2181 8804 310 maken, dat ook uw zonen1121 haar goden430 nahoereren.2181 8689 310”
Exodus 34:16 — Statenvertaling (1637)
Verse 16 of 35 in Exodus chapter 34 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Exodus 34 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Houw6458 8798 u twee8147 stenen68 tafelen,3871 gelijk de eerste7223 waren, zo zal Ik op de tafelen3871 schrijven3789 8804 dezelfde woorden,1697 die op de eerste7223 tafelen3871 geweest zijn, die gij gebroken hebt.7665 8765 En wees bereid3559 8737 tegen den morgenstond;1242 dat gij in den morgenstond1242 op den berg2022 Sinai5514 klimt,5927 8804 en stel u5324 8738 aldaar voor , op den top7218 des bergs.2022 En niemand376 zal met u opklimmen;5927 8799 dat er ook408 niemand376 gezien worde7200 8735 op den gansen berg;2022 ook het kleine vee,6629 noch runderen1241 zullen tegenover4136 dezen berg2022 niet weiden.7462 8799 Toen hieuw hij6458 8799 twee8147 stenen68 tafelen,3871 gelijk de eerste;7223 en Mozes4872 stond7925 des morgens1242 vroeg op,7925 8686 en klom5927 8799 op den berg2022 ,5514 gelijk als hem de HEERE3068 geboden had;6680 8765 en hij nam3947 8799 de twee8147 stenen68 tafelen3871 in zijn hand.3027 De HEERE3068 nu kwam nederwaarts3381 8799 in een wolk,6051 en stelde Zich3320 8691 aldaar bij hem; en riep uit7121 8799 den Naam8034 des HEEREN.3068 Als nu de HEERE3068 voor zijn aangezicht6440 voorbijging,5674 8799 zo riep :7121 8799 HEERE,3068 HEERE,3068 God,410 barmhartig7349 en genadig,2587 lankmoedig750 639 en groot7227 van weldadigheid2617 en waarheid.571 Die de weldadigheid2617 bewaart5341 8802 aan vele duizenden,505 de ongerechtigheid,5771 en overtreding,6588 en zonde2403 vergeeft;5375 8802 [den] [schuldige] geenszins5352 8763 onschuldig houdt,5352 8762 bezoekende6485 8802 de ongerechtigheid5771 der vaderen1 aan de kinderen,1121 en aan de kindskinderen,1121 in het derde8029 en vierde7256 [lid]. Mozes4872 nu haastte zich4116 8762 en neigde het hoofd6915 8799 ter aarde,776 en hij boog zich.7812 8691 En hij zeide:559 8799 !136 indien ik nu genade2580 gevonden heb4672 8804 in Uw ogen,5869 zo ga3212 8799 nu de Heere136 in het midden7130 van ons, want dit is een hardnekkig7186 6203 volk;5971 doch vergeef5545 8804 onze ongerechtigheid5771 en onze zonde,2403 en neem ons aan tot een erfdeel!5157 8804 Toen zeide :559 8799 , Ik maak3772 8802 een verbond;1285 voor uw ganse volk5971 zal Ik wonderen6381 8737 doen,6213 8799 die niet geschapen zijn1254 8738 op de ganse aarde,776 noch onder enige volken;1471 alzo dat dit ganse volk,5971 in welks midden7130 gij zijt, des HEEREN3068 werk4639 zien zal,7200 8804 dat het schrikkelijk is,3372 8737 hetwelk Ik met u doe.6213 8802 Onderhoudt gij8104 8798 hetgeen Ik u heden3117 gebiede!6680 8764 zie, Ik zal voor uw aangezicht6440 uitdrijven1644 8802 de ,567 en de ,3669 en de ,2850 en de ,6522 en de ,2340 en de .2983 Wacht u,8104 8734 dat gij toch geen verbond1285 maakt3772 8799 met den inwoner3427 8802 des lands,776 waarin gij komen zult;935 8802 dat hij misschien niet tot een strik4170 worde in het midden7130 van u. Maar hun altaren4196 zult gijlieden omwerpen,5422 8799 en hun opgerichte beelden4676 zult gij verbreken,7665 8762 en hun bossen842 zult gij afhouwen.3772 8799 (Want gij zult u niet buigen7812 8691 voor een anderen312 god;410 want des HEEREN3068 Naam8034 is !7067 een ijverig7067 God410 is !) Opdat gij misschien geen verbond1285 maakt3772 8799 met den inwoner3427 8802 van dat land;776 en zij hun goden430 niet nahoereren,2181 8804 310 noch hun goden430 offerande doen,2076 8804 en hij u nodigende,7121 8804 gij van hun offerande2077 etet.398 8804 En gij voor uw zonen1121 [vrouwen] neemt3947 8804 van hun dochteren;1323 en hun dochteren,1323 haar goden430 nahoererende,2181 8804 310 maken, dat ook uw zonen1121 haar goden430 nahoereren.2181 8689 310 Gij zult u geen gegoten4541 goden430 maken.6213 8799 Het feest2282 der ongezuurde4682 [broden] zult gij houden;8104 8799 zeven7651 dagen3117 zult gij ongezuurde4682 [broden] eten,398 8799 gelijk Ik u geboden heb,6680 8765 ter gezetter tijd4150 der maand2320 ;24 want in de maand2320 Abib24 zijt gij uit Egypte4714 uitgegaan.3318 8804 Al wat de baarmoeder7358 opent,6363 is ; ja, al uw vee,4735 dat mannelijk2142 8735 zal geboren worden, openende6363 [de] [baarmoeder] [van] het grote7794 en kleine vee.7716 Doch den ezel,2543 die [de] [baarmoeder] opent,6363 zult gij met een [stuk] klein vee7716 lossen;6299 8799 maar indien gij hem niet zult lossen,6299 8799 zo zult gij hem den nek breken.6202 8804 Al de eerstgeborenen1060 uwer zonen1121 zult gij lossen,6299 8799 en men zal voor aangezicht6440 niet ledig7387 verschijnen.7200 8735 Zes8337 dagen3117 zult gij arbeiden,5647 8799 maar op den zevenden7637 dag3117 zult gij rusten;7673 8799 in den ploegtijd2758 en in den oogst7105 zult gij rusten.7673 8799 Het feest2282 der weken7620 zult gij ook houden,6213 8799 zijnde het feest der eerstelingen1061 van den tarweoogst,2406 7105 en het feest2282 der inzameling,614 als het jaar8141 om is.8622 Al wat mannelijk2138 is onder u zal driemaal6471 7969 in het jaar8141 verschijnen7200 8735 voor het aangezicht6440 des Heeren113 HEEREN,3068 den God430 van .3478 Wanneer Ik de volken1471 voor uw aangezicht6440 uit de bezitting zal verdrijven,3423 8686 en uw landpalen1366 verwijden,7337 8689 zal niemand376 uw land776 begeren,2530 8799 terwijl gij henen opgaan zult,5927 8800 om te verschijnen7200 8736 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 uws ,430 driemaal6471 7969 in het jaar.8141 Gij zult het bloed1818 van slachtoffer2077 niet offeren7819 8799 met gedesemd2557 [brood]; het slachtoffer2077 van het paasfeest2282 6453 zal ook niet vernachten3885 8799 tot den morgen.1242 De eerstelingen7225 van de eerste vruchten1061 uws lands127 zult gij in het huis1004 des HEEREN3068 uws Gods430 brengen.935 8686 zult het bokje1423 in de melk2461 zijner moeder517 niet koken.1310 8762 Verder zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Schrijf3789 8798 u deze woorden;1697 want naar luid6310 dezer woorden1697 heb Ik een verbond1285 met u en met 3478 gemaakt.3772 8804 En hij was aldaar met den HEERE,3068 veertig705 dagen3117 en veertig705 nachten;3915 hij at398 8804 geen brood,3899 en hij dronk8354 8804 geen water;4325 en schreef3789 8799 op de tafelen3871 de woorden1697 des verbonds,1285 de tien6235 woorden.1697 En het geschiedde, toen Mozes4872 van den berg2022 Sinai5514 afging3381 8800 (de twee8147 tafelen3871 der getuigenis5715 nu waren in de hand3027 van ,4872 als hij van den berg2022 afging3381 8800), zo wist3045 8804 Mozes4872 niet, dat het vel5785 zijns aangezichts6440 glinsterde,7160 8804 toen met hem sprak.1696 8763 Als nu 175 en al de kinderen1121 Israels3478 Mozes4872 aanzagen,7200 8799 ziet, zo glinsterde7160 8804 het vel5785 zijns aangezichts;6440 daarom vreesden zij3372 8799 tot hem toe te treden.5066 8800 Toen riep7121 8799 Mozes4872 hen; en ,175 en al de oversten5387 in de vergadering5712 keerden weder7725 8799 tot hem; en Mozes4872 sprak1696 8762 tot hen. En daarna310 traden5066 8738 al de kinderen1121 Israels3478 toe; en hij gebood6680 8762 hun al wat de HEERE3068 met hem gesproken had1696 8765 op den berg2022 .5514 Alzo eindigde3615 8762 Mozes4872 met hen te spreken,1696 8763 en hij had een deksel4533 op zijn aangezicht6440 gelegd.5414 8799 Doch als Mozes4872 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 kwam,935 8800 om met te spreken,1696 8763 zo nam hij5493 8686 het deksel4533 af, totdat hij uitging;3318 8800 en nadat hij uitgegaan was,3318 8804 zo sprak hij1696 8765 tot de kinderen1121 ,3478 wat hem geboden was.6680 8792 Zo zagen7200 8804 de kinderen1121 Israels3478 het aangezicht6440 van ,4872 dat het vel5785 van het aangezicht6440 van Mozes4872 glinsterde;7160 8804 derhalve deed7725 Mozes4872 het deksel4533 weder7725 8689 op zijn aangezicht,6440 totdat hij inging935 8800 om met te spreken.1696 8763