Exodus 37:11

“En hij overtrok6823 8762 ze met louter2889 goud;2091 en hij maakte6213 8799 een gouden2091 krans2213 daaraan, rondom.5439”

Exodus 37:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 29 in Exodus chapter 37 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Exodus 37 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Alzo maakte6213 8799 Bezaleel1212 de 727 van sittimhout;7848 6086 twee ellen520 en een halve2677 was haar lengte,753 en anderhalve520 2677 el haar breedte,7341 en anderhalve520 2677 el haar hoogte.6967 En hij overtrok6823 8762 ze met louter2889 goud,2091 van binnen1004 en van buiten;2351 en hij maakte6213 8799 ze een gouden2091 krans2213 rondom.5439 En hij goot3332 8799 voor dezelve vier702 gouden2091 ringen,2885 aan haar vier702 hoeken,6471 alzo dat twee8147 ringen2885 op derzelver ene259 zijde6763 waren, en twee8147 ringen2885 op haar andere8145 zijde.6763 En hij maakte6213 8799 handbomen905 van sittimhout,7848 6086 en hij overtrok6823 8762 ze met goud.2091 En hij stak935 8686 de handbomen905 in de ringen,2885 aan de zijden6763 der ,727 om de 727 te dragen.5375 8800 Hij maakte6213 8799 ook een verzoendeksel3727 van louter2889 goud;2091 twee ellen520 en een halve2677 was deszelfs lengte,753 en anderhalve2677 el520 deszelfs breedte.7341 Ook maakte hij6213 8799 twee8147 3742 van goud;2091 van dicht werk4749 maakte hij6213 8804 ze, uit de beide8147 einden7098 des verzoendeksels.3727 Een259 cherub3742 uit het ene einde7098 aan deze zijde, en den anderen259 cherub3742 uit het andere einde7098 aan gene zijde; uit het verzoendeksel3727 maakte hij6213 8804 de ,3742 uit deszelfs beide8147 einden.7098 8675 7099 En de 3742 waren de beide vleugelen3671 omhoog4605 uitbreidende,6566 8802 bedekkende5526 8802 met hun vleugelen3671 het verzoendeksel;3727 en hun aangezichten6440 waren tegenover376 elkander;251 de aangezichten6440 der 3742 waren naar het verzoendeksel.3727 Hij maakte6213 8799 ook een tafel7979 van sittimhout;7848 6086 twee ellen520 was haar lengte,753 en een el520 haar breedte;7341 en een el520 en een halve2677 haar hoogte.6967 En hij overtrok6823 8762 ze met louter2889 goud;2091 en hij maakte6213 8799 een gouden2091 krans2213 daaraan, rondom.5439 Hij maakte6213 8799 daaraan ook een lijst4526 rondom,5439 een hand breed;2948 en hij maakte6213 8799 een gouden2091 krans2213 rondom5439 derzelver lijst.4526 Hij goot3332 8799 ook vier702 gouden2091 ringen2885 daaraan; en hij zette5414 8799 de ringen2885 aan de vier702 hoeken,6285 die aan derzelver vier702 voeten7272 waren. Tegenover5980 de lijst4526 waren de ringen2885 tot plaatsen1004 voor de handbomen,905 om de tafel7979 te dragen.5375 8800 Hij maakte6213 8799 ook de handbomen905 van sittimhout;7848 6086 en hij overtrok6823 8762 ze met goud,2091 om de tafel7979 te dragen.5375 8800 En hij maakte6213 8799 het gereedschap,3627 dat op de tafel7979 zijn zoude, haar schotelen,7086 en haar reukschalen,3709 en haar kroezen,4518 en haar platelen7184 (met2004 welke zij bedekt zoude worden5258 8714), van louter2889 goud.2091 Hij maakte6213 8799 ook een kandelaar4501 van louter2889 goud.2091 dicht werk4749 maakte hij6213 8804 dezen kandelaar,4501 zijn schacht,3409 en zijn rieten;7070 zijn schaaltjes,1375 zijn knopen,3730 en zijn bloemen6525 waren uit hem. Zes8337 rieten7070 nu gingen3318 8802 uit zijn zijden;6654 drie7969 rieten7070 des kandelaars4501 uit zijn ene259 zijde,6654 en drie7969 rieten7070 des kandelaars4501 uit zijn andere8145 zijde.6654 In het ene259 riet7070 waren drie7969 schaaltjes,1375 [gelijk] amandelnoten,8246 8794 een knoop3730 en een bloem;6525 en drie7969 schaaltjes,1375 [gelijk] amandelnoten8246 8794 in een ander259 riet,7070 een knoop3730 en een bloem;6525 alzo waren die zes8337 rieten,7070 die uit den kandelaar4501 gingen.3318 8802 Maar aan den kandelaar4501 zelven waren vier702 schaaltjes,1375 [gelijk] amandelnoten,8246 8794 met zijn knopen,3730 en met zijn bloemen.6525 En daar was een knoop3730 onder twee8147 rieten,7070 uit denzelven [uitgaande]; ook een knoop3730 onder twee8147 rieten,7070 uit denzelven [uitgaande]; nog een knoop3730 onder twee8147 rieten,7070 uit denzelven [uitgaande]; [alzo] [was] [het] met de zes8337 rieten,7070 die uit denzelven uitgingen.3318 8802 Hun knopen3730 en rieten7070 waren uit hem; het was altemaal een259 enig dicht werk4749 van louter2889 goud.2091 En hij maakte6213 8799 hem zeven7651 lampen;5216 zijn snuiters4457 en zijn blusvaten4289 waren van louter2889 goud.2091 Hij maakte6213 8804 denzelven uit een 3603 louter2889 goud,2091 met al zijn vaten.3627 En hij maakte6213 8799 het reukaltaar7004 4196 van sittimhout;7848 6086 een el520 was zijn lengte753 en een el520 zijn breedte,7341 vierkant,7251 8803 maar twee ellen520 zijn hoogte;6967 uit hetzelve waren zijn hoornen.7161 En hij overtrok6823 8762 het met louter2889 goud,2091 zijn dak,1406 en zijn wanden7023 rondom,5439 alsook zijn hoornen;7161 en hij maakte6213 8799 het een gouden2091 krans2213 rondom.5439 Hij maakte6213 8804 ook twee8147 gouden2091 ringen2885 daaraan, onder zijn krans,2213 aan zijn twee8147 hoeken,6763 aan zijn beide8147 zijden,6654 tot plaatsen1004 voor de handbomen,905 dat men het daarmede droeg.5375 8800 En hij maakte6213 8799 de handbomen905 van sittimhout,7848 6086 en hij overtrok6823 8762 ze met goud.2091 Hij maakte6213 8799 ook de heilige6944 zalfolie,4888 8081 en het reukwerk7004 der zuiverste2889 welriekende specerijen,5561 naar apothekerswerk.4639 7543 8802

Every verse in Exodus 37

Chapter navigation

0:000:00