Exodus 38:7

“En hij deed935 8686 de handbomen905 in de ringen,2885 aan de zijden6763 des altaars,4196 dat men het met dezelve droeg;5375 8800 hij maakte6213 8804 hetzelve hol5014 8803 van planken.3871”

Exodus 38:7 — Statenvertaling (1637)

Verse 7 of 31 in Exodus chapter 38 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Exodus 38 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Hij maakte6213 8799 ook het brandofferaltaar4196 5930 van sittimhout;7848 6086 vijf2568 ellen520 was deszelfs lengte,753 en vijf2568 ellen520 zijn breedte,7341 vierkant,7251 8803 en drie7969 ellen520 zijn hoogte.6967 En hij maakte6213 8799 deszelfs hoornen7161 op zijn vier702 hoeken;6438 uit hetzelve waren zijn hoornen;7161 en hij overtrok6823 8762 het met koper.5178 Hij maakte6213 8799 ook al het gereedschap3627 des altaars,4196 de potten,5518 en de schoffelen,3257 en de besprengbekkens,4219 en de krauwelen,4207 en de koolpannen;4289 al zijn vaten3627 maakte hij6213 8804 van koper.5178 Ook maakte hij6213 8799 aan het altaar4196 een rooster4345 van koperen5178 netwerk,7568 4639 onder zijn omloop,3749 van beneden4295 tot zijn midden2677 toe. En hij goot3332 8799 vier702 ringen2885 aan de vier702 einden7099 des koperen5178 roosters,4345 tot plaatsen1004 voor de handbomen.905 En hij maakte6213 8799 de handbomen905 van sittimhout,7848 6086 en hij overtrok6823 8762 ze met koper.5178 En hij deed935 8686 de handbomen905 in de ringen,2885 aan de zijden6763 des altaars,4196 dat men het met dezelve droeg;5375 8800 hij maakte6213 8804 hetzelve hol5014 8803 van planken.3871 Hij maakte6213 8799 ook het koperen5178 wasvat,3595 met zijn koperen5178 voet,3653 van de spiegels4759 der te hoop komende6633 8802 vrouwen, die te hoop kwamen6633 8804 voor de deur6607 van de tent168 der samenkomst.4150 Hij maakte6213 8799 ook den voorhof,2691 aan den zuidhoek5045 6285 zuidwaarts;8486 de behangselen7050 tot den voorhof2691 waren van fijn getweernd7806 8716 linnen,8336 van honderd3967 ellen.520 Hun twintig6242 pilaren5982 en derzelver twintig6242 voeten,134 waren van koper;5178 de haken2053 dezer pilaren5982 en hun banden2838 waren van zilver.3701 En aan den noorderhoek6828 6285 honderd3967 ellen,520 hun twintig6242 pilaren5982 en derzelver twintig6242 voeten134 waren van koper;5178 de haken2053 der pilaren5982 en derzelver banden2838 waren van zilver.3701 En aan den westerhoek3220 6285 waren behangselen7050 van vijftig2572 ellen,520 hun pilaren5982 tien6235 en derzelver voeten134 tien;6235 de haken2053 der pilaren5982 en hun banden2838 waren van zilver.3701 En aan den oosterhoek6924 6285 tegen den opgang4217 waren vijftig2572 ellen.520 De behangselen7050 aan deze zijde3802 waren vijftien2568 6240 ellen,520 derzelver pilaren5982 drie7969 en hun voeten134 drie.7969 En aan de andere8145 zijde3802 van de deur8179 des voorhofs,2691 van hier en van daar, waren behangselen7050 van vijftien2568 6240 ellen;520 hun pilaren5982 drie7969 en derzelver voeten134 drie.7969 Al de behangselen7050 des voorhofs2691 waren rondom5439 van fijn getweernd7806 8716 linnen.8336 De voeten134 nu der pilaren5982 waren van koper,5178 de haken2053 der pilaren,5982 en hun banden2838 waren van zilver,3701 en het overdeksel6826 hunner hoofden7218 was van zilver,3701 en al de pilaren5982 des voorhofs2691 waren met zilver3701 omtogen.2836 8794 En het deksel4539 van de poort8179 des voorhofs2691 was van geborduurd7551 8802 werk,4639 van hemelsblauw,8504 en purper,713 en scharlaken,8144 8438 en fijn getweernd7806 8716 linnen;8336 en twintig6242 ellen520 was de lengte,753 en de hoogte6967 in de breedte7341 was vijf2568 ellen,520 tegenover5980 de behangselen7050 des voorhofs.2691 En hun vier702 pilaren5982 en derzelver vier702 voeten134 waren van koper,5178 hun haken2053 waren van zilver;3701 ook was het overdeksel6826 hunner hoofden7218 en hun banden2838 van zilver.3701 En al de pennen3489 des tabernakels4908 en des voorhofs2691 rondom5439 waren van koper.5178 Dit428 zijn de getelde6485 8803 dingen van den tabernakel,4908 van den tabernakel4908 der getuigenis,5715 die geteld zijn6485 8795 naar den mond6310 van ,4872 ten dienste5656 der ,3881 door de hand3027 van ,385 den zoon1121 van den priester3548 .175 Bezaleel1212 nu, de zoon1121 van ,221 den zoon1121 van ,2354 van den stam4294 van ,3063 maakte6213 8804 al, dat de HEERE3068 aan Mozes4872 geboden had.6680 8765 En met hem ,171 de zoon1121 van ,294 van den stam4294 van ,1835 een werkmeester2796 en vernuftig kunstenaar,2803 8802 en een borduurder7551 8802 in hemelsblauw,8504 en in purper,713 en in scharlaken,8144 8438 en in fijn linnen.8336 Al het goud,2091 dat tot het werk4399 verarbeid is,6213 8803 in het ganse werk4399 des heiligdoms,6944 te weten, het goud2091 des beweegoffers,8573 was negen8672 en twintig6242 talenten,3603 en zevenhonderd7651 3967 en dertig7970 sikkelen,8255 naar den sikkel8255 des heiligdoms.6944 Het zilver3701 nu van de getelden6485 8803 der vergadering5712 was honderd3967 talenten,3603 en duizend505 zevenhonderd7651 3967 vijf2568 en zeventig7657 sikkelen,8255 naar den sikkel8255 des heiligdoms.6944 Een beka1235 voor elk hoofd,1538 [dat] [is] een halve4276 sikkel,8255 naar den sikkel8255 des heiligdoms,6944 van een ieder, die overging5674 8802 tot de getelden,6485 8803 van twintig6242 jaren8141 oud1121 en daarboven,4605 [namelijk] zeshonderd8337 3967 505 drie7969 duizend,505 vijfhonderd2568 3967 en vijftig.2572 En er waren honderd3967 talenten3603 zilver,3701 om te gieten3332 8800 de voeten134 des heiligdoms,6944 en de voeten134 des voorhangs;6532 tot honderd3967 voeten134 waren honderd3967 talenten,3603 een 3603 tot een voet.134 Maar uit de duizend505 zevenhonderd7651 3967 vijf2568 en zeventig7657 [sikkelen] maakte hij6213 8804 de haken2053 aan de pilaren,5982 en hij overtrok6823 8765 hun hoofden,7218 en omtoog ze met banden.2836 8765 Het koper5178 nu des beweegoffers8573 was zeventig7657 talenten,3603 en twee duizend505 vierhonderd702 3967 sikkelen.8255 En hij maakte6213 8799 daarvan de voeten134 der deur6607 van de tent168 der samenkomst,4150 en het koperen5178 altaar,4196 en den koperen5178 rooster,4345 dien het had, en al het gereedschap3627 des altaars.4196 En de voeten134 des voorhofs2691 rondom,5439 en de voeten134 van de poort8179 des voorhofs,2691 ook al de pennen3489 des tabernakels,4908 en al de pennen3489 des voorhofs2691 rondom.5439

Every verse in Exodus 38

Chapter navigation

0:000:00