Exodus 39:16
“En zij maakten6213 8799 twee8147 gouden2091 kastjes,4865 en twee8147 gouden2091 ringen;2885 en zij zetten5414 8799 die twee8147 ringen2885 aan de beide8147 einden7098 des borstlaps.2833”
Exodus 39:16 — Statenvertaling (1637)
Verse 16 of 43 in Exodus chapter 39 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Exodus 39 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Zij maakten6213 8804 ook ambtsklederen,899 8278 om in het heilige6944 te dienen,8334 8763 van hemelsblauw,8504 en purper,713 en scharlaken;8144 8438 ook maakten zij6213 8799 de heilige6944 klederen,899 die voor 175 waren, gelijk de HEERE3068 aan Mozes4872 geboden had.6680 8765 Aldus maakte hij6213 8799 den efod,646 van goud,2091 hemelsblauw8504 en purper,713 en scharlaken,8438 8144 en fijn getweernd7806 8716 linnen.8336 En zij rekten7554 8762 uit854 de dunne platen6341 van goud,2091 en sneden7112 8765 het tot draden,6616 om te doen6213 8800 in het midden8432 van het hemelsblauw,8504 en in het midden van het purper,713 en in het midden van het scharlaken,8144 8438 en in het midden van het fijn linnen,8336 van het allerkunstelijkste2803 8802 werk.4639 Zij maakten6213 8804 samenvoegende2266 8802 schouderbanden3802 daaraan; aan deszelfs beide8147 einden7098 8675 7099 werd hij samengevoegd.2266 8795 En de kunstelijke riem2805 zijns efods,642 die daarop was, was gelijk zijn werk,4639 van hetzelfde, van goud,2091 van hemelsblauw,8504 en purper,713 en scharlaken,8144 8438 en fijn getweernd7806 8716 linnen,8336 gelijk als de HEERE3068 aan Mozes4872 bevolen had.6680 8765 Zij bereidden6213 8799 ook de sardonixstenen,7718 68 omvat4142 8716 in gouden2091 kastjes,4865 [als] zegelgravering2368 6603 gegraveerd,6605 8794 met de namen8034 der zonen1121 van .3478 En hij zette7760 8799 ze op de schouderbanden3802 des efods,646 tot stenen68 der gedachtenis2146 voor de kinderen1121 ,3478 gelijk de HEERE3068 aan Mozes4872 geboden had.6680 8765 Hij maakte6213 8799 ook den borstlap2833 van het allerkunstelijkste2803 8802 werk,4639 gelijk het werk4639 des efods,646 van goud,2091 hemelsblauw,8504 en purper,713 en scharlaken,8144 8438 en fijn getweernd7806 8716 linnen.8336 Hij was vierkant;7251 8803 zij maakten6213 8804 den borstlap2833 dubbel;3717 8803 een 2239 was zijn lengte,753 en een 2239 was zijn breedte,7341 dubbel zijnde.3717 8803 En zij vulden4390 8762 daarin vier702 rijen2905 stenen:68 een rij2905 van een ,124 een Topaas6357 en een ;1304 dit is de eerste259 rij.2905 En de tweede8145 rij2905 van een ,5306 een Saffier5601 en een .3095 En de derde7992 rij2905 van een ,3958 ,7618 en .306 En de vierde7243 rij2905 van een ,8658 en een ,7718 en een ;3471 omvat4142 8716 in gouden2091 kastjes4865 in hun vullingen.4396 Deze stenen68 nu, met de namen8034 der zonen1121 van ,3478 waren twaalf,8147 6240 met hun namen,8034 met zegelgravering;6603 2368 ieder376 met zijn naam,8034 naar de twaalf8147 6240 stammen.7626 Zij maakten6213 8799 ook aan den borstlap2833 gelijk-eindigende1383 ketentjes,8333 van gedraaid5688 werk,4639 uit louter2889 goud.2091 En zij maakten6213 8799 twee8147 gouden2091 kastjes,4865 en twee8147 gouden2091 ringen;2885 en zij zetten5414 8799 die twee8147 ringen2885 aan de beide8147 einden7098 des borstlaps.2833 En zij zetten5414 8799 de twee8147 gedraaide gouden2091 ketentjes5688 aan de twee8147 ringen,2885 aan de einden7098 van den borstlap.2833 Doch de twee8147 [andere] einden7098 der twee8147 gedraaide5688 [ketenen5688 ] zetten zij5414 8804 aan de twee8147 kastjes,4865 en zij zetten5414 8799 ze aan de schouderbanden3802 des efods,646 recht op de voorste4136 zijde6440 van dien. Zij maakten6213 8799 ook twee8147 gouden2091 ringen,2885 die zij aan de twee8147 [andere] einden7098 des borstlaps2833 zetten,7760 8799 inwendig1004 aan zijn boord,8193 die aan de zijde5676 des efods646 is. Nog maakten zij6213 8799 twee8147 gouden2091 ringen,2885 die zij zetten5414 8799 aan de twee8147 schouderbanden3802 van den efod,646 beneden,4295 aan deszelfs voorste4136 zijde,6440 tegenover5980 zijn [andere] voege,4225 boven4605 den kunstelijken riem2805 des efods.646 En zij bonden7405 8799 den borstlap2833 met zijn ringen2885 aan de ringen2885 van den efod,646 met een hemelsblauw8504 snoer,6616 dat hij op den kunstelijken riem2805 van den efod646 was; opdat de borstlap2833 van den efod646 niet afgescheiden wierd,2118 8735 gelijk als de HEERE3068 aan Mozes4872 geboden had.6680 8765 En hij maakte6213 8799 den mantel4598 des efods646 van geweven707 8802 werk,4639 geheel3632 van hemelsblauw.8504 En het gat6310 des mantels4598 was in deszelfs midden,8432 als het gat6310 eens pantsiers;8473 dit gat6310 had een boord8193 rondom,5439 dat het niet gescheurd wierd.7167 8735 En aan de zomen7757 des mantels4598 maakten zij6213 8799 granaatappelen7416 van hemelsblauw,8504 en purper,713 en scharlaken,8144 8438 getweernd.7806 8716 Zij maakten6213 8799 ook schelletjes6472 van louter2889 goud,2091 en zij stelden5414 8799 de schelletjes6472 tussen8432 de granaatappelen,7416 aan de zomen7757 des mantels4598 rondom,5439 tussen8432 de granaatappelen;7416 Dat er een schelletje,6472 daarna een granaatappel7416 was; [wederom] een schelletje,6472 en een granaatappel;7416 aan de zomen7757 des mantels4598 rondom;5439 om te dienen,8334 8763 gelijk als de HEERE3068 aan Mozes4872 geboden had.6680 8765 Zij maakten6213 8799 ook de rokken3801 van fijn linnen,8336 van geweven707 8802 werk,4639 voor 175 en voor zijn zonen;1121 En den hoed4701 van fijn linnen,8336 en de sierlijke6287 mutsen4021 van fijn linnen,8336 en de linnen906 onderbroeken4370 van fijn getweernd7806 8716 linnen;8336 En den gordel73 van fijn getweernd7806 8716 linnen,8336 en van hemelsblauw,8504 en purper,713 en scharlaken,8144 8438 van geborduurd7551 8802 werk,4639 gelijk als de HEERE3068 aan Mozes4872 geboden had.6680 8765 Zij maakten6213 8799 ook de plaat6731 van de kroon5145 der heiligheid6944 van louter2889 goud,2091 en zij schreven3789 8799 daarop een schrift,4385 met zegelgravering:6603 2368 De HEILIGHEID6944 DES HEEREN.3068 En zij hechtten5414 8799 een snoer6616 van hemelsblauw8504 daaraan, om aan den hoed4701 van boven4605 te hechten,5414 8800 gelijk als de HEERE3068 aan Mozes4872 geboden had.6680 8765 Aldus werd al het werk5656 des tabernakels,4908 van de tent168 der samenkomst4150 voleind;3615 8799 en de kinderen1121 Israels3478 hadden het gemaakt6213 8799 naar alles, wat de HEERE3068 aan Mozes4872 geboden had;6680 8765 alzo hadden zij het gemaakt.6213 8804 Daarna brachten zij935 8686 den tabernakel4908 tot ,4872 de tent,168 en al haar gereedschap,3627 haar haakjes,7165 haar berderen,7175 haar richelen,1280 en haar pilaren,5982 en haar voeten;134 En het deksel4372 van roodgeverfde119 8794 ramsvellen,352 5785 en het deksel4372 van dassenvellen,8476 5785 en den voorhang6532 van het deksel;4539 De 727 der getuigenis,5715 en haar handbomen,905 en het verzoendeksel;3727 De tafel,7979 met al haar gereedschap,3627 en de toonbroden;6440 3899 Den louteren2889 kandelaar4501 met zijn lampen,5216 de lampen,5216 die men toerichten moest,4634 en al deszelfs gereedschap,3627 en de olie8081 tot het licht;3974 Verder het gouden2091 altaar,4196 en de zalfolie,4888 8081 en het reukwerk7004 van welriekende specerijen,5561 en het deksel4539 van de deur6607 der tent.168 Het koperen5178 altaar,4196 en den koperen5178 rooster,4345 dien het heeft, deszelfs handbomen,905 en al zijn gereedschap;3627 het wasvat3595 en zijn voet;3653 De behangselen7050 des voorhofs,2691 zijn pilaren5982 en zijn voeten,134 en het deksel4539 van de poort8179 des voorhofs,2691 zijn zelen,4340 en zijn pennen,3489 en al het gereedschap3627 van den dienst5656 des tabernakels,4908 tot de tent168 der samenkomst;4150 De ambtsklederen,899 8278 om in het heiligdom6944 te dienen,8334 8763 de heilige6944 klederen899 van den priester3548 ,175 en de klederen899 van zijn zonen,1121 om het priesterambt te bedienen.3547 8763 Naar alles, wat de HEERE3068 aan Mozes4872 geboden had,6680 8765 alzo hadden de kinderen1121 Israels3478 het ganse werk5656 gemaakt.6213 8804 Mozes4872 nu bezag7200 8799 het ganse3651 werk,4399 en ziet, zij hadden het gemaakt,6213 8804 gelijk als de HEERE3068 geboden had;6680 8765 alzo hadden zij het gemaakt.6213 8804 zegende1288 8762 Mozes4872 hen.