Exodus 4:20

“Mozes4872 dan nam3947 8799 zijn vrouw,802 en zijn zonen,1121 en voerde7392 8686 hen op een ezel,2543 en keerde weder7725 8799 in Egypteland;776 4714 en Mozes4872 nam3947 8799 den staf4294 Gods430 in zijn hand.3027”

Exodus 4:20 — Statenvertaling (1637)

Verse 20 of 31 in Exodus chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Exodus 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen antwoordde6030 8799 ,4872 en zeide:559 8799 zie, zij zullen mij niet geloven,539 8686 noch mijn stem6963 horen;8085 8799 want zij zullen zeggen:559 8799 De HEERE3068 is u niet verschenen!7200 8738 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot hem: Wat is er in uw hand?3027 En hij zeide:559 8799 staf.4294 En zeide:559 8799 Werp7993 8685 hem ter aarde.776 En hij wierp7993 8686 hem ter aarde!776 werd hij tot een slang;5175 en Mozes4872 vlood5127 8799 van6440 haar. Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Strek7971 8798 uw hand3027 uit, en grijp270 8798 haar bij haar staart!2180 strekte hij7971 8799 zijn hand3027 uit, en vatte2388 8686 haar, en zij werd tot een staf4294 in zijn hand.3709 Opdat zij geloven,539 8686 dat u verschenen is7200 8738 de HEERE,3068 de God430 hunner vaderen,1 de God430 van ,85 de God430 van ,3327 en de God430 van .3290 En de HEERE3068 zeide559 8799 verder5750 tot hem: Steek935 8685 nu uw hand3027 in uw boezem.2436 En hij stak935 8686 zijn hand3027 in zijn boezem;2436 daarna trok hij3318 8686 ze uit, en ziet, zijn hand3027 was melaats,6879 8794 [wit] als sneeuw.7950 En zeide:559 8799 Steek7725 uw hand3027 wederom7725 8685 in uw boezem.2436 En hij stak7725 zijn hand3027 wederom7725 8686 in zijn boezem;2436 daarna trok hij3318 8686 ze uit zijn boezem,2436 en ziet, zij was weder7725 8804 als zijn [ander] vlees.1320 En het zal geschieden, zo zij u niet geloven,539 8686 noch naar de stem6963 van het eerste7223 teken226 horen,8085 8799 zo zullen zij de stem6963 van het laatste314 teken226 geloven.539 8689 En het zal geschieden, zo zij ook deze twee8147 tekenen226 niet geloven,539 8686 noch naar uw stem6963 horen,8085 8799 zo neem3947 8804 van de wateren4325 der rivier,2975 en giet8210 8804 ze op het droge;3004 zo zullen de wateren,4325 die gij uit de rivier2975 zult nemen,3947 8799 diezelve zullen tot bloed1818 worden op het droge.3006 Toen zeide559 8799 Mozes4872 tot den HEERE:3068 Och994 !136 ik376 ben geen man wel ter tale,1697 noch van gisteren,8543 noch van eergisteren,8032 noch van toen227 af, toen tot Uw knecht5650 gesproken hebt;1696 8763 want ik ben zwaar3515 van mond,6310 en zwaar3515 van tong.3956 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot hem: Wie heeft den mens120 den mond6310 gemaakt,7760 8804 of wie heeft den stomme,483 of ,2795 of ziende,6493 of blinde5787 gemaakt?7760 8799 Ik het niet, de HEERE?3068 En nu ga henen,3212 8798 en Ik zal met uw mond6310 zijn, en zal u leren,3384 8689 wat gij spreken zult.1696 8762 Doch hij zeide:559 8799 ,994 !136 zend7971 8798 toch door de hand3027 [desgenen], [dien] zoudt zenden.7971 8799 Toen ontstak2734 8799 de toorn639 des HEEREN3068 over ,4872 en zeide:559 8799 is niet ,175 de ,3881 uw broeder?251 Ik weet,3045 8804 dat hij zeer wel1696 8763 spreken zal,1696 8762 en ook, zie, hij zal uitgaan3318 8802 u tegemoet;7125 8800 wanneer hij u ziet,7200 8804 zo zal hij in zijn hart3820 verblijd zijn.8055 8804 Gij zult tot hem spreken,1696 8765 en de woorden1697 in zijn mond6310 leggen;7760 8804 en Ik zal met uw mond,6310 en met zijn mond6310 zijn; en Ik zal ulieden leren,3384 8689 wat gij doen zult.6213 8799 En hij zal voor u tot het volk5971 spreken;1696 8765 en het zal geschieden, dat hij u tot een mond6310 zal zijn, en gij zult hem tot een god430 zijn. Neem3947 8799 dezen staf4294 in uw hand,3027 waarmede gij die tekenen226 doen zult.6213 8799 Toen ging3212 8799 Mozes4872 heen, en keerde weder7725 8799 tot ,3500 zijn schoonvader,2859 8802 en zeide559 8799 tot hem: Laat mij toch gaan,3212 8799 dat ik wederkere7725 8799 tot mijn broederen,251 die in Egypte4714 zijn, en zie,7200 8799 of zij nog5750 leven.2416 3503 zeide559 8799 tot :4872 Ga3212 8798 in vrede!7965 Ook zeide559 8799 de HEERE3068 tot Mozes4872 in :4080 Ga heen,3212 8798 keer weder7725 8798 in ,4714 want al de mannen582 zijn dood,4191 8804 die uw ziel5315 zochten.1245 8764 Mozes4872 nam3947 8799 zijn vrouw,802 en zijn zonen,1121 en voerde7392 8686 hen op een ezel,2543 en keerde weder7725 8799 in ;776 4714 en Mozes4872 nam3947 8799 den staf4294 Gods430 in zijn hand.3027 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot :4872 gij heentrekt,3212 8800 om weder in Egypte4714 te keren,7725 8800 zie toe,7200 8798 dat gij al de wonderen4159 doet6213 8804 voor6440 ,6547 die Ik in uw hand3027 gesteld heb;7760 8804 doch Ik zal zijn hart3820 verstokken,2388 8762 dat hij het volk5971 niet zal laten gaan.7971 8762 zult gij tot Farao6547 zeggen:559 8804 zegt559 8804 de HEERE:3068 zoon,1121 eerstgeborene,1060 is .3478 En Ik heb tot u gezegd:559 8799 zoon1121 trekken,7971 8761 dat hij diene!5647 8799 maar gij hebt geweigerd3985 8762 hem te laten trekken;7971 8763 zie, Ik zal uw zoon,1121 uw eerstgeborene1060 doden!2026 8802 En het geschiedde op den weg,1870 in de herberg,4411 dat de HEERE3068 hem tegenkwam,6298 8799 en zocht1245 8762 hem te doden.4191 8687 Toen nam3947 8799 Zippora6855 een stenen6864 [mes] en besneed3772 8799 de voorhuid6190 haars zoons,1121 en wierp5060 8686 die voor zijn voeten,7272 en zeide:559 8799 , gij zijt mij een bloedbruidegom!1818 2860 En liet van hem af.7503 8799 zeide zij:559 8804 !1818 2860 vanwege de besnijdenis.4139 De HEERE3068 zeide559 8799 ook tot :175 Ga3212 8798 Mozes4872 tegemoet7125 8800 in de woestijn.4057 En hij ging,3212 8799 en ontmoette6298 8799 hem aan den berg2022 ,430 en hij kuste5401 8799 hem. En Mozes4872 gaf5046 175 te kennen5046 8686 al de woorden1697 des HEEREN,3068 hem gezonden had,7971 8804 en al de tekenen,226 die hem bevolen had.6680 8765 Toen ging3212 8799 Mozes4872 en ,175 en zij verzamelden622 8799 al de oudsten2205 der kinderen1121 .3478 En 175 sprak1696 8762 al de woorden,1697 die de HEERE3068 tot Mozes4872 gesproken had;1696 8765 en hij deed6213 8799 de tekenen226 voor de ogen5869 des volks.5971 En het volk5971 geloofde,539 8686 en zij hoorden,8085 8799 dat de HEERE3068 de kinderen1121 Israels3478 bezocht,6485 8804 en dat hun verdrukking6040 zag,7200 8804 en zij neigden hun hoofden,6915 8799 en aanbaden.7812 8691

Every verse in Exodus 4

Chapter navigation

0:000:00