Ezekiel 19:12

“Maar hij werd door grimmigheid2534 uitgerukt,5428 8714 [en] ter aarde776 geworpen,7993 8717 en de oostenwind6921 7307 heeft zijn vrucht6529 verdroogd;3001 8689 zijn sterke5797 roeden4294 zijn afgebroken6561 8694 en zijn verdroogd;3001 8804 het vuur784 heeft ze verteerd.398 8804”

Ezekiel 19:12 — Statenvertaling (1637)

Verse 12 of 14 in Ezekiel chapter 19 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 19 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Verder, hef gij5375 een weeklage7015 op5375 8798 over de vorsten5387 van ,3478 En zeg:559 8804 was uw moeder?517 leeuwin,3833 onder de leeuwen738 nederliggende;7257 8804 zij bracht7235 haar welpen1482 op7235 8765 in het midden8432 der jonge leeuwen.3715 Zij toog5927 nu een259 van haar welpen1482 op;5927 8686 het werd een jonge leeuw,3715 die leerde3925 8799 roof2964 te roven,2963 8800 hij at398 8804 mensen120 op. Dit hoorden8085 8799 de volken1471 van hem, hij werd gegrepen8610 8738 in hun groeve;7845 en zij brachten935 8686 hem met haken2397 naar .776 4714 Zij nu ziende,7200 8799 dat zij in hope was geweest,3176 8738 [doch] haar verwachting8615 verloren was,6 8804 zo nam zij3947 8799 een259 [ander] van haar welpen,1482 hetwelk zij [tot] een jongen leeuw3715 stelde.7760 8804 Deze wandelde1980 8691 steeds onder8432 de leeuwen,738 werd een jonge leeuw,3715 en leerde3925 8799 roof2964 te roven,2963 8800 hij at398 8804 mensen120 op. Hij bekende3045 8799 zijn weduwen,490 en hij verwoestte2717 8689 hun steden;5892 zodat het land776 en zijn volheid4393 ontzet werd3456 8799 van de stem6963 zijner brulling.7581 Toen begaven zich5414 8799 de volken1471 tegen hem rondom5439 uit de landschappen,4082 en zij spreidden6566 8799 hun 7568 over hem uit; in hun groeve7845 werd hij gegrepen.8610 8738 En zij stelden5414 8799 hem in gesloten bewaring5474 met haken,2397 opdat zij hem brachten935 8686 tot den koning4428 van ;894 zij brachten935 8686 hem in vestingen,4685 opdat zijn stem6963 niet meer gehoord wierde8085 8735 op de bergen2022 .3478 Uw moeder517 was als een wijnstok1612 in uw stilheid,1818 8676 1818 geplant8362 8803 bij wateren;4325 hij was vruchtbaar6509 8802 en vol ranken6058 vanwege vele7227 wateren.4325 En hij had sterke5797 roeden4294 tot scepteren7626 der heersers,4910 8802 en de stam6967 van elke [roede] werd hoog1361 8799 tussen de dichte takken;5688 en hij werd gezien7200 8735 door zijn hoogte,1363 met de menigte7230 zijner takken.1808 Maar hij werd door grimmigheid2534 uitgerukt,5428 8714 [en] ter aarde776 geworpen,7993 8717 en de oostenwind6921 7307 heeft zijn vrucht6529 verdroogd;3001 8689 zijn sterke5797 roeden4294 zijn afgebroken6561 8694 en zijn verdroogd;3001 8804 het vuur784 heeft ze verteerd.398 8804 En nu is hij geplant8362 8803 in een woestijn,4057 in een dor6723 en dorstig6772 land.776 Daartoe is een vuur784 uitgegaan3318 8799 uit een roede4294 zijner ranken,905 [dat] zijn vrucht6529 verteerd heeft;398 8804 zodat aan hem geen sterke5797 roede4294 is [tot] een scepter,7626 om te heersen.4910 8800 is een weeklage,7015 en is tot een weeklage7015 geworden.

Every verse in Ezekiel 19

Chapter navigation

0:000:00