Ezekiel 20:18
“Maar Ik zeide559 8799 tot hun kinderen1121 in de woestijn:4057 Wandelt3212 8799 niet in de inzettingen2706 uwer vaderen,1 en onderhoudt8104 8799 hun rechten4941 niet, en verontreinigt u2930 8691 niet met hun drekgoden.1544”
Ezekiel 20:18 — Statenvertaling (1637)
Verse 18 of 49 in Ezekiel chapter 20 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Ezekiel 20 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En het geschiedde in het zevende7637 jaar,8141 in de vijfde2549 [maand], op den tienden6218 derzelver maand,2320 dat er mannen582 uit de oudsten2205 van 3478 kwamen,935 8804 om den HEERE3068 te vragen;1875 8800 en zij zaten neder3427 8799 voor mijn aangezicht.6440 Toen geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind,1121 120 spreek1696 8761 tot de oudsten2205 van ,3478 en zeg559 8804 tot hen: Alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 gij,935 8802 om te vragen?1875 8800 [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef,2416 zo Ik van u gevraagd worde,1875 8735 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Zoudt gij hun recht geven,8199 8799 zoudt gij hun recht geven,8199 8799 o mensenkind?1121 120 Maak3045 hun de gruwelen8441 hunner vaderen1 bekend;3045 8685 En zeg559 8804 tot hen: Alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 dage3117 als Ik 3478 verkoos,977 8800 zo hief Ik5375 8799 hand3027 op tot het zaad2233 van het huis1004 ,3290 en maakte Mijzelven3045 hun in Egypteland776 4714 bekend;3045 8735 ja, Ik hief5375 8799 hand3027 tot hen op, zeggende:559 8800 Ik ben de HEERE,3068 uw God.430 Ten zelven dage3117 hief Ik5375 8804 hand3027 tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland776 4714 uitvoeren zou,3318 8687 in een land,776 dat Ik voor hen uitgespeurd had,8446 8804 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig,1706 hetwelk het sieraad6643 is van alle landen.776 En Ik zeide559 8799 tot hen: Een ieder376 werpe7993 de verfoeiselen8251 zijner ogen5869 weg;7993 8685 en verontreinigt2930 8691 ulieden niet met de drekgoden1544 van ;4714 Ik, de HEERE,3068 ben uw God.430 Maar zij waren wederspannig4784 8686 tegen , en wilden14 8804 naar niet horen;8085 8800 niemand376 wierp7993 de verfoeiselen8251 zijner ogen5869 weg,7993 8689 noch verliet5800 8804 de drekgoden1544 van ;4714 daarom zeide Ik,559 8799 dat Ik grimmigheid2534 over hen uitgieten zou,8210 8800 om toorn639 tegen hen te volbrengen3615 8763 in het midden8432 van .776 4714 Doch Ik deed6213 8799 het om Naams8034 wil, opdat hij niet ontheiligd wierde2490 8736 voor de ogen5869 der heidenen,1471 in welker midden8432 zij waren; aan welke Ik , voor derzelver ogen,5869 bekend gemaakt heb,3045 8738 om hen uit Egypteland776 4714 uit te voeren.3318 8687 En Ik voerde3318 8686 hen uit ,776 4714 en bracht935 8686 hen in de woestijn.4057 Daar gaf Ik5414 8799 hun inzettingen,2708 en maakte3045 hun rechten4941 bekend,3045 8689 dewelke, zo ze een mens120 doet,6213 8799 zal [hij] door dezelve leven.2425 8804 Daartoe ook gaf Ik5414 8804 hun sabbatten,7676 om een teken226 te zijn tussen en tussen hen, opdat zij zouden weten,3045 8800 dat Ik de HEERE3068 ben, Die hen heilige.6942 8764 Maar het huis1004 Israels3478 werd wederspannig4784 8686 tegen in de woestijn;4057 zij wandelden1980 8804 in inzettingen2708 niet, en verwierpen3988 8804 rechten;4941 dewelke, zo ze een mens120 doet,6213 8799 zal [hij] door dezelve leven;2425 8804 en zij ontheiligden2490 8765 sabbatten7676 zeer,3966 dat Ik zeide,559 8799 grimmigheid2534 te zullen uitgieten8210 8800 over hen in de woestijn,4057 om hen te verdoen.3615 8763 Maar Ik deed6213 8799 het om Naams8034 wil, opdat die niet ontheiligd werd2490 8736 voor de ogen5869 van die heidenen,1471 voor welker ogen5869 Ik hen uitvoerde.3318 8689 Evenwel hief Ik5375 8804 ook hand3027 op tot hen in de woestijn,4057 dat Ik hen niet zou brengen935 8687 in het land,776 dat Ik [hun] gegeven had,5414 8804 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig,1706 hetwelk het sieraad6643 is van alle landen;776 Daarom dat zij rechten4941 verwierpen,3988 8804 en in inzettingen2708 niet wandelden,1980 8804 en sabbatten7676 ontheiligden;2490 8765 want hun hart3820 wandelde1980 8802 hun drekgoden1544 na.310 Doch oog5869 verschoonde2347 8799 hen, dat Ik hen niet verdierf,7843 8763 en geen voleinding3617 met hen maakte6213 8804 in de woestijn.4057 Maar Ik zeide559 8799 tot hun kinderen1121 in de woestijn:4057 Wandelt3212 8799 niet in de inzettingen2706 uwer vaderen,1 en onderhoudt8104 8799 hun rechten4941 niet, en verontreinigt u2930 8691 niet met hun drekgoden.1544 Ik ben de HEERE,3068 uw God,430 wandelt3212 8798 in inzettingen,2708 en onderhoudt8104 8798 rechten,4941 en doet6213 8798 dezelve. En heiligt6942 8761 sabbatten,7676 en zij zullen tot een teken226 zijn tussen en tussen ulieden, opdat gij weet,3045 8800 dat Ik, de HEERE,3068 uw God430 ben. Maar die kinderen1121 waren [ook] wederspannig4784 8686 tegen ; zij wandelden1980 8804 niet in inzettingen,2708 en rechten4941 namen zij niet waar,8104 8804 om die te doen;6213 8800 dewelke, zo ze een mens120 doet,6213 8799 zal [hij] door dezelve leven;2425 8804 zij ontheiligden2490 8765 sabbatten,7676 dat Ik zeide,559 8799 grimmigheid2534 te zullen uitgieten8210 8800 over hen, volbrengende3615 8763 toorn639 tegen hen in de woestijn.4057 Doch Ik keerde7725 hand3027 af,7725 8689 en deed6213 8799 het om Naams8034 wil, opdat hij voor de ogen5869 der heidenen1471 niet zou ontheiligd worden,2490 8736 voor welker ogen5869 Ik hen uitgevoerd had.3318 8689 Ik hief5375 8804 ook hand3027 tot hen op in de woestijn,4057 dat Ik hen verspreiden zou6327 8687 onder de heidenen,1471 en hen verstrooien2219 8763 in de landen;776 Omdat zij rechten4941 niet gedaan hadden,6213 8804 maar inzettingen2708 verworpen3988 8804 en sabbatten7676 ontheiligd hadden,2490 8765 en hun ogen5869 achter310 de drekgoden1544 hunner vaderen1 waren. Daarom gaf Ik5414 8804 hun ook besluitingen,2706 die niet goed2896 waren, en rechten,4941 waarbij zij niet leven zouden.2421 8799 En Ik verontreinigde2930 8762 hen in hun giften,4979 omdat zij [door] [het] [vuur] deden doorgaan5674 8687 al wat de baarmoeder7356 opent;6363 opdat Ik ze verwoesten zou,8074 8686 ten einde dat zij zouden weten,3045 8799 dat Ik de HEERE3068 ben. Daarom, mensenkind,1121 120 spreek1696 8761 tot het huis1004 ,3478 en zeg559 8804 tot hen: Alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 nog hebben uw vaderen1 gesmaad,1442 8765 dat zij door overtreding4604 tegen overtreden hebben.4603 8800 Als Ik hen in het land776 gebracht had,935 8686 over hetwelk Ik hand3027 opgeheven had,5375 8804 om hetzelve hun te geven,5414 8800 zo zagen zij7200 8799 naar allen hogen7311 8802 heuvel1389 en alle dicht5687 geboomte,6086 en offerden2076 8799 daar hun offeren,2077 en zij gaven5414 8799 daar hun tergende3708 offeranden,7133 en daar zetten zij7760 8799 hun liefelijken5207 reuk,7381 en daar offerden zij5258 8686 hun drankofferen.5262 En Ik zeide559 8799 tot hen: Wat is die hoogte,1116 waarhenen gij gaat?935 8802 is de naam8034 daarvan genoemd7121 8735 hoogte,1117 tot op dezen dag3117 toe. Daarom zeg559 8798 tot het huis1004 :3478 zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 gij verontreinigd geworden2930 8737 in den weg1870 uwer vaderen,1 en hoereert gij2181 8802 achter310 hun verfoeiselen?8251 Ja, met het offeren5375 8800 uwer gaven,4979 met uw kinderen1121 door het vuur784 te doen doorgaan,5674 8687 zijt gij verontreinigd2930 8737 aan al uw drekgoden1544 tot op dezen dag3117 toe; en zou Ik van u gevraagd worden,1875 8735 o huis1004 ?3478 [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef,2416 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE,3069 zo Ik van u gevraagd worde!1875 8735 Daarom, dat in uw geest7307 opgeklommen is,5927 8802 zal geenszins geschieden, dat gij zegt:559 8802 zullen als de heidenen1471 en als de geslachten4940 der landen776 zijn,1961 8799 dienende8334 8763 hout6086 en steen.68 [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef,2416 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE:3069 Zo Ik niet met een sterke2389 hand,3027 en uitgestrekten5186 8803 arm,2220 en met een uitgegoten8210 8803 grimmigheid2534 over u zal regeren!4427 8799 Want Ik zal u uit de volken5971 voeren,3318 8689 en u vergaderen6908 8765 uit de landen,776 waarin gij verstrooid zijt,6327 8738 door een sterke2389 hand,3027 en door een uitgestrekten5186 8803 arm,2220 en door een uitgegoten8210 8803 grimmigheid.2534 Daartoe zal Ik u brengen935 8689 in de woestijn4057 der volken,5971 en Ik zal met u aldaar rechten,8199 8738 aangezicht6440 aan aangezicht;6440 Gelijk als Ik gerecht heb8199 8738 met uw vaderen1 in de woestijn4057 van ,776 4714 alzo zal Ik met u rechten,8199 8735 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 En Ik zal ulieden onder de roede7626 doen doorgaan,5674 8689 en Ik zal u brengen935 8689 onder den band4562 des verbonds.1285 Daartoe zal Ik, die rebel zijn,4775 8802 en die tegen overtreden,6586 8802 uit ulieden uitzuiveren;1305 8804 Ik zal hen uit het land776 hunner vreemdelingschappen4033 uitvoeren,3318 8686 en zij zullen in het landschap127 Israels3478 niet [weder] komen,935 8799 en gij zult weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben. En gijlieden, o huis1004 ,3478 alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 henen,3212 8798 dient5647 8798 een ieder376 zijn drekgoden,1544 ook hierna,310 dewijl gijlieden naar niet hoort;8085 8802 doch ontheiligt2490 8762 niet meer heiligen6944 ,8034 met uw giften4979 en met uw drekgoden.1544 Want op heiligen6944 berg,2022 op den hogen4791 berg2022 ,3478 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE,3069 daar zal het ganse huis1004 Israels3478 in het land776 dienen,5647 8799 zij allen; daar zal Ik welgevallen aan hen nemen,7521 8799 en daar zal Ik uw hefofferen8641 eisen,1875 8799 en de eerstelingen7225 uwer heffingen4864 met al uw geheiligde dingen.6944 Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen7521 8799 om den liefelijken5207 reuk,7381 wanneer Ik u van de volken5971 uitvoeren,3318 8687 en u vergaderen zal6908 8765 uit de landen,776 in dewelke gij zult verstrooid zijn,6327 8738 en Ik zal in u geheiligd worden6942 8738 voor de ogen5869 der heidenen.1471 En gij zult weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben, als Ik u in het landschap127 Israels3478 gebracht zal hebben,935 8687 in het land,776 waarover Ik hand3027 opgeheven heb,5375 8804 om hetzelve uw vaderen1 te geven.5414 8800 Daar zult gij gedenken2142 8804 aan uw wegen,1870 en aan al uw handelingen5949 waarmede gij u verontreinigd hebt,2930 8738 en gij zult van u zelven6440 een walging hebben6962 8738 over al uw boosheden,7451 die gij gedaan hebt.6213 8804 Zo zult gij weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben, als Ik met u gedaan zal hebben,6213 8800 om Naams8034 wil, niet naar uw boze7451 wegen,1870 noch naar uw verdorven7843 8737 handelingen,5949 o huis1004 ,3478 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Verder geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind,1121 120 zet7760 8798 uw aangezicht6440 naar den weg1870 van het zuiden,8486 en drup5197 8685 tegen het zuiden;1864 en profeteer5012 8734 tegen het woud3293 van het veld7704 [in] [het] zuiden.5045 En zeg559 8804 tot het zuiderwoud:3293 5045 Hoor8085 8798 des HEEREN3068 woord:1697 zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 , Ik zal een vuur784 in u aansteken,3341 8688 hetwelk in u allen groenen3892 boom6086 en allen dorren3002 boom6086 verteren zal;398 8804 de vlammende3852 vlam7957 zal niet uitgeblust worden,3518 8799 maar daardoor zullen verbrand worden6866 8738 alle aangezichten6440 van het zuiden5045 tot het noorden6828 toe. En alle vlees1320 zal zien,7200 8804 dat Ik, de HEERE,3068 dat aangestoken heb;1197 8765 het zal niet uitgeblust worden.3518 8799 En ik zeide:559 8799 ,162 Heere136 HEERE,3069 zij zeggen559 8802 van mij: Is hij niet een verdichter4911 8764 van gelijkenissen?4912