Ezekiel 21:12
“Schreeuw2199 8798 en huil,3213 8685 o mensenkind,1121 120 want hetzelve zal zijn tegen Mijn volk,5971 het zal zijn tegen al de vorsten5387 van Israel;3478 verschrikkingen4048 8803 zullen vanwege413 het zwaard2719 bij Mijn volk5971 zijn; daarom klop5606 8798 op de heup.3409”
Ezekiel 21:12 — Statenvertaling (1637)
Verse 12 of 32 in Ezekiel chapter 21 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Ezekiel 21 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En des HEEREN3068 woord1697 geschiedde tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind!1121 120 zet7760 8798 uw aangezicht6440 tegen ,3389 en drup5197 8685 tegen de heiligdommen,4720 en profeteer5012 8734 tegen het land127 van ;3478 En zeg559 8804 tot het land127 van :3478 zegt559 8804 de HEERE:3068 , Ik [wil] aan u, en Ik zal zwaard2719 uit zijn schede8593 trekken;3318 8689 en Ik zal van u uitroeien3772 8689 den rechtvaardige6662 en den goddeloze.7563 Omdat3282 Ik [] van u uitroeien zal3772 8689 den rechtvaardige6662 en den goddeloze,7563 daarom zal zwaard2719 uit zijn schede8593 uitgaan3318 8799 tegen alle vlees,1320 van het zuiden5045 [tot] het noorden.6828 En alle vlees1320 zal weten,3045 8804 dat Ik, de HEERE,3068 zwaard2719 uit zijn schede8593 getrokken heb;3318 8689 het zal niet meer wederkeren.7725 8799 Maar gij, mensenkind,1121 120 zucht;584 8734 zucht584 8735 voor hun ogen5869 met verbreking7670 der lenden4975 en met bitterheid.4814 En het zal geschieden, als zij tot u zeggen zullen:559 8799 zucht gij,584 8737 dat gij zeggen zult:559 8804 Om het gerucht,8052 want het komt!935 8802 en alle hart3820 zal versmelten,4549 8738 en alle handen3027 zullen verslappen,7503 8804 en alle geest7307 zal inkrimpen,3543 8765 en alle knieen1290 [als] water4325 henenvlieten;3212 8799 ziet, het komt,935 8802 en het zal geschieden,1961 8738 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Wederom geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind,1121 120 profeteer5012 8734 en zeg:559 8804 zegt559 8804 de HEERE:3068 :559 8798 zwaard,2719 het zwaard2719 is gescherpt,2300 8717 en ook geveegd.4803 8803 Het is gescherpt,2300 8717 opdat het een slachting2874 slachte;2873 8800 het is geveegd,4178 8794 opdat het een glinster1300 hebbe; of176 wij [] zullen vrolijk zijn?7797 8799 het is de roede7626 ,1121 die alle hout6086 versmaadt.3988 8802 En heeft hetzelve te vegen4803 8800 gegeven,5414 8799 opdat men het met de hand3709 handelen zou;8610 8800 dat zwaard2719 is gescherpt,2300 8717 en dat is geveegd,4178 8794 om hetzelve in de hand3027 des doodslagers2026 8802 te geven.5414 8800 Schreeuw2199 8798 en huil,3213 8685 o mensenkind,1121 120 want hetzelve zal zijn tegen volk,5971 het zal zijn tegen al de vorsten5387 van ;3478 verschrikkingen4048 8803 zullen vanwege413 het zwaard2719 bij volk5971 zijn; daarom klop5606 8798 op de heup.3409 Als er beproeving was,974 8795 wat was het toen? Zou er ook geen versmadende3988 8802 roede7626 zijn, spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Daarom gij, mensenkind,1121 120 profeteer,5012 8734 en sla5221 8685 hand3709 tegen hand; want het zwaard2719 zal verdubbeld worden3717 8735 ten derden7992 male, het is het zwaard2719 dergenen, die verslagen2491 zullen worden; het is het zwaard2719 der groten,1419 die verslagen2491 zullen worden, dat tot hen in de binnenste kameren indringen zal.2314 8802 Ik heb de punt19 des zwaards2719 gezet5414 8804 tegen al hun poorten,8179 opdat het hart3820 versmelte,4127 8800 en de aanstoten4383 vermenigvuldigen;7235 8687 ach,253 het is toegemaakt,6213 8803 opdat het glinstere,1300 het is ingewonden4593 om te slachten.2874 Houd u bijeen,258 8690 o [zwaard]! keer u7760 8685 rechtsom,3231 8685 schik u, keer u linksom,8041 8685 waarhenen575 uw aangezicht6440 gesteld is.3259 8716 En Ik zal ook hand3709 tegen hand3709 slaan,5221 8686 en grimmigheid2534 doen rusten;5117 8689 Ik, de HEERE,3068 heb het gesproken.1696 8765 Wederom geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Gij nu, mensenkind,1121 120 stel u7760 twee8147 wegen1870 voor,7760 8798 waardoor het zwaard2719 des konings4428 van 894 komt;935 8800 uit een259 land776 zullen zij beide8147 voortkomen;3318 8799 en kies1254 8761 een zijde,3027 kies1254 8761 ze aan het hoofd7218 van den weg1870 der stad.5892 Gij zult een weg1870 voorstellen,7760 8799 waardoor het zwaard2719 inkomen zal935 8800 tegen Rabba7237 der kinderen1121 ,5983 of tegen ,3063 tot de vaste1219 8803 [stad] .3389 Want de koning4428 van 894 zal aan de wegscheiding517 1870 staan,5975 8804 aan het hoofd7218 van de twee8147 wegen,1870 om waarzegging7081 te gebruiken;7080 8800 hij zal zijn pijlen2671 slijpen;7043 8773 hij zal de terafim8655 vragen,7592 8804 hij zal de lever3516 bezien.7200 8804 De waarzegging7081 zal aan zijn rechterhand3225 zijn op ,3389 om hoofdmannen3733 te stellen,7760 8800 om den mond6310 te openen6605 8800 in het doodslaan,7524 om de stem6963 op te heffen7311 8687 met gejuich,8643 om stormrammen3733 te stellen7760 8800 tegen de poorten,8179 om sterkten5550 op te werpen,8210 8800 om bolwerken1785 te bouwen.1129 8800 Dit zal hun in hun ogen5869 als een ijdel7723 waarzeggen7080 8800 zijn, [omdat] [zij] met 7621 beedigd zijn7650 8803 onder hen; maar hij zal der ongerechtigheid5771 gedenken,2142 8688 opdat zij gegrepen worden.8610 8736 Daarom zegt559 8804 de Heere136 HEERE3069 alzo: Omdat gijlieden uwer ongerechtigheid5771 doet gedenken,2142 8687 doordien uw overtredingen6588 ontdekt worden,1540 8736 zodat uw zonden2403 gezien worden7200 8736 in al uw handelingen;5949 omdat uwer gedacht wordt,2142 8736 zult gij met de hand3709 gegrepen worden.8610 8735 En gij, o onheilig,2491 goddeloos7563 vorst5387 van ,3478 wiens dag3117 komen zal,935 8804 ten tijde6256 der uiterste7093 ongerechtigheid;5771 Alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 Doe5493 dien hoed4701 weg,5493 8685 en hef7311 dien kroon5850 af,7311 8685 deze zal dezelfde2063 niet wezen; Ik zal verhogen1361 8687 dien, die nederig8217 is, en vernederen8213 8687 dien, die hoog1364 is. Ik zal die [kroon] omgekeerd,5754 omgekeerd,5754 omgekeerd5754 stellen;7760 8799 ja,1571 zij2063 zal niet3808 zijn,1961 8804 totdat5704 hij kome,935 8800 die834 [daartoe] recht4941 heeft, en [dien] Ik geven zal.5414 8804 En gij, mensenkind,1121 120 profeteer5012 8734 en zeg:559 8804 zegt559 8804 de Heere136 HEERE,3069 van de kinderen1121 ,5983 en van hun smading;2781 zo zeg:559 8804 zwaard,2719 het zwaard2719 is uitgetrokken,6605 8803 het is ter slachting2874 geveegd4803 8803 om te verdoen,398 8687 om te glinsteren;1300 Terwijl zij u ijdelheid7723 zien,2372 8800 terwijl zij u leugen3577 voorzeggen,7080 8800 om u op de halzen6677 te stellen5414 8800 dergenen, die van de goddelozen7563 verslagen2491 zijn, welker dag3117 gekomen was935 8804 ten tijde6256 der uiterste7093 ongerechtigheid.5771 Keer [uw] [zwaard] weder7725 8685 in zijn schede!8593 In de plaats,4725 waar gij geschapen zijt,1254 8738 in het land776 uwer woningen4351 zal Ik u richten.8199 8799 En Ik zal over u gramschap2195 uitgieten,8210 8804 Ik zal tegen u door het vuur784 verbolgenheid5678 blazen;6315 8686 en Ik zal u overgeven5414 8804 in de hand3027 van brandende1197 8802 mensen,582 smeders2796 des verderfs.4889 Het vuur784 zult gij tot spijze402 zijn, uw bloed1818 zal zijn in het midden8432 des lands;776 uwer zal niet gedacht worden;2142 8735 want Ik, de HEERE,3068 heb het gesproken.1696 8765