Ezekiel 31:18

“Wien zijt gij alzo gelijk1819 8804 in heerlijkheid3519 en grootheid,1433 onder de bomen6086 van Eden?5731 Ja, gij zult nedergevoerd worden3381 8717 met de bomen6086 van Eden,5731 tot het onderste8482 der aarde;776 in het midden8432 der onbesnedenen6189 zult gij liggen,7901 8799 met de verslagenen2491 door het zwaard.2719 Dat is Farao,6547 en zijn ganse menigte,1995 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069”

Ezekiel 31:18 — Statenvertaling (1637)

Verse 18 of 18 in Ezekiel chapter 31 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 31 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het gebeurde ook in het elfde259 6240 jaar,8141 in de derde7992 [maand], op den eersten259 der maand,2320 [dat] des HEEREN3068 woord1697 tot mij geschiedde, zeggende:559 8800 Mensenkind!1121 120 zeg559 8798 tot ,6547 den koning4428 van ,4714 en tot zijn menigte:1995 zijt gij gelijk1819 8804 in uw grootheid?1433 Zie, Assur804 was een ceder730 op den ,3844 schoon3303 van takken,6057 schaduwachtig6751 8688 van loof,2793 en hoog1362 van stam,6967 en zijn top6788 was tussen dichte takken.5688 De wateren4325 maakten hem groot,1431 8765 de afgrond8415 maakte hem hoog;7311 8790 die ging1980 8802 met zijn stromen5104 rondom5439 zijn planting,4302 en zond7971 8765 zijn waterleidingen8585 uit tot alle bomen6086 des velds.7704 Daarom werd zijn stam6967 hoger1361 8804 alle bomen6086 des velds;7704 en zijn takjes5634 werden menigvuldig,7235 8799 en zijn scheuten6288 lang,748 8799 vanwege de grote7227 wateren,4325 als hij uitschoot.7971 8763 Alle vogelen5775 des hemels8064 nestelden7077 8765 op zijn takjes,5589 en alle dieren2416 des velds7704 teelden3205 8804 onder zijn scheuten;6288 en alle grote7227 volken1471 zaten3427 8799 onder zijn schaduw.6738 Alzo was hij schoon3302 8799 in zijn grootheid1433 [en] in de lengte753 zijner takken,1808 omdat zijn wortel8328 aan grote7227 wateren4325 was. De cederen730 in Gods430 hof1588 verduisterden6004 8804 hem niet, de dennebomen1265 waren zijn takken5589 niet gelijk,1819 8804 en de kastanjebomen6196 waren niet gelijk zijn scheuten;6288 geen boom6086 in Gods430 hof1588 was hem gelijk1819 8804 in zijn schoonheid.3308 Ik had hem [zo] schoon3303 gemaakt6213 8804 door de veelheid7230 zijner takken,1808 dat alle bomen6086 van ,5731 die in Gods430 hof1588 waren, hem benijdden.7065 8762 Daarom, zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 gij u verheven hebt1361 8804 over [uw] stam,6967 ja, hij stak5414 zijn top6788 op5414 8799 boven het midden der dichte takken,5688 en zijn hart3824 verhief zich7311 8804 over zijn hoogte;1363 Daarom gaf Ik5414 8799 hem in de hand3027 van den machtigste410 der heidenen,1471 [dat] die hem rechtschapen6213 8800 zou behandelen;6213 8799 Ik dreef hem uit1644 8765 om zijn goddeloosheid.7562 En vreemden,2114 8801 de tirannigste6184 der heidenen,1471 roeiden hem uit3772 8799 en verlieten5203 8799 hem; zijn takken1808 vielen5307 8804 op de bergen2022 en in alle valleien,1516 en zijn scheuten6288 werden verbroken7665 8735 bij alle stromen650 des lands;776 en alle volken5971 der aarde776 gingen af3381 8799 uit zijn schaduw,6738 en verlieten5203 8799 hem. Alle vogelen5775 des hemels8064 woonden7931 8799 op zijn omgevallen stam,4658 en alle dieren2416 des velds7704 waren op zijn scheuten;6288 Opdat zich geen waterrijke4325 bomen6086 verheffen1361 8799 over hun stam,6967 en hun top6788 niet opsteken5414 8799 boven het midden der dichte takken,5688 en geen [bomen352 ], die water4325 drinken,8354 8802 op zichzelven staan5975 8799 vanwege hun hoogte;1363 want zij zijn allen overgegeven5414 8738 ter dood,4194 tot het onderste8482 der aarde,776 in het midden8432 der mensenkinderen,1121 120 tot degenen, die in den kuil953 nederdalen.3381 8802 Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 dage,3117 als hij ter helle7585 nederdaalde,3381 8800 maakte Ik een treuren;56 8689 Ik bedekte3680 8765 om zijnentwil den afgrond,8415 en weerde4513 8799 de stromen5104 van dien, en de grote7227 wateren4325 werden geschut;3607 8735 en Ik maakte6937 den Libanon3844 om zijnentwil zwart,6937 8686 en al het geboomte6086 des velds7704 was om zijnentwil bewonden.5969 Van het geluid6963 zijns vals4658 deed Ik de heidenen1471 beven,7493 8689 als Ik hem ter helle7585 deed nederdalen,3381 8687 met degenen, die in den kuil953 nederdalen;3381 8802 en alle bomen6086 van ,5731 de keur4005 en het beste2896 van ,3844 alle [bomen], die water4325 drinken,8354 8802 troostten zich5162 8735 in het onderste8482 der aarde.776 Diezelve daalden3381 ook met hem neder3381 8804 ter helle,7585 tot de verslagenen2491 van het zwaard;2719 en die zijn arm2220 geweest waren, [die] onder zijn schaduw6738 in het midden8432 der heidenen1471 gezeten hadden.3427 8804 Wien zijt gij alzo gelijk1819 8804 in heerlijkheid3519 en grootheid,1433 onder de bomen6086 van ?5731 Ja, gij zult nedergevoerd worden3381 8717 met de bomen6086 van ,5731 tot het onderste8482 der aarde;776 in het midden8432 der onbesnedenen6189 zult gij liggen,7901 8799 met de verslagenen2491 door het zwaard.2719 is ,6547 en zijn ganse menigte,1995 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069

Every verse in Ezekiel 31

Chapter navigation

0:000:00