Ezekiel 32:2

“Mensenkind!1121 120 hef5375 8798 een klaaglied7015 op over Farao,6547 den koning4428 van Egypte,4714 en zeg559 8804 tot hem: Gij waart een jongen leeuw3715 onder de heidenen1471 gelijk;1819 8738 en gij waart als een zeedraak8577 8676 8565 in de zeeen,3220 en braakt voort1518 8799 in uw rivieren,5104 en beroerdet1804 8799 het water4325 met uw voeten,7272 en vermodderdet7515 8799 hunlieder rivieren.5104”

Ezekiel 32:2 — Statenvertaling (1637)

Verse 2 of 32 in Ezekiel chapter 32 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 32 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het gebeurde ook in het twaalfde8147 6240 jaar,8141 in de twaalfde maand2320 op den eersten259 der maand,2320 [dat] het woord1697 des HEEREN3068 tot mij geschiedde, zeggende:559 8800 Mensenkind!1121 120 hef5375 8798 een klaaglied7015 op over ,6547 den koning4428 van ,4714 en zeg559 8804 tot hem: Gij waart een jongen leeuw3715 onder de heidenen1471 gelijk;1819 8738 en gij waart als een zeedraak8577 8676 8565 in de zeeen,3220 en braakt voort1518 8799 in uw rivieren,5104 en beroerdet1804 8799 het water4325 met uw voeten,7272 en vermodderdet7515 8799 hunlieder rivieren.5104 Alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 Ik zal daarom 7568 over u uitspreiden6566 8804 door een vergadering6951 van vele7227 volken;5971 die zullen u optrekken5927 8689 in garen.2764 zal Ik u laten5203 8804 op het land,776 Ik zal u henenwerpen2904 8686 op het open6440 veld;7704 en Ik zal al het gevogelte5775 des hemels8064 op u doen wonen,7931 8689 en het gedierte2416 der ganse aarde776 van u verzadigen.7646 8689 En Ik zal uw vlees1320 henengeven5414 8804 op de bergen,2022 en de dalen1516 met uw hoogheid7419 vervullen.4390 8765 En Ik zal het land,776 waarin gij zwemt,6824 van uw bloed1818 drenken8248 8689 tot aan de bergen;2022 en de stromen650 zullen van u vervuld worden.4390 8735 En als Ik u zal uitblussen,3518 8763 zal Ik den hemel8064 bedekken,3680 8765 en zijn sterren3556 zwart maken;6937 8689 Ik zal de zon8121 met wolken6051 bedekken,3680 8762 en de maan3394 zal haar licht216 niet laten lichten.215 8686 Alle lichtende3974 lichten216 aan den hemel,8064 die zal Ik om uwentwil zwart maken;6937 8686 en Ik zal een duisternis2822 over uw land776 maken,5414 8804 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Daartoe zal Ik het hart3820 van vele7227 volken5971 verdrietig maken,3707 8689 als Ik uw verbreking7667 onder de heidenen1471 zal brengen935 8687 in de landen,776 die gij niet gekend hebt.3045 8804 En Ik zal maken, dat zich vele7227 volken5971 over u ontzetten,8074 8689 en hun koningen4428 zullen de haren over u te berge staan,8178 8175 8799 als Ik zwaard2719 zal zwaaien5774 8788 voor hun aangezichten;6440 en zij zullen elk ogenblik7281 sidderen,2729 8804 een ieder376 voor zijn ziel,5315 ten dage3117 uws vals.4658 Want zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 zwaard2719 des konings4428 van 894 zal u overkomen.935 8799 Ik zal uw menigte1995 vellen5307 8686 door de zwaarden2719 der helden,1368 die al te zamen de tirannigste6184 der heidenen1471 zijn; die zullen de hovaardij1347 van Egypte4714 verstoren,7703 8804 en haar ganse menigte1995 zal verdelgd worden.8045 8738 En Ik zal haar beesten929 verdoen6 8689 van bij5921 de grote7227 wateren;4325 en geen mensenvoet7272 120 zal ze meer beroeren,1804 8799 en geen beestenklauwen6541 929 zullen ze beroeren.1804 8799 zal Ik hunlieder wateren4325 doen zinken,8257 8686 en Ik zal hunlieder rivieren5104 doen gaan3212 8686 als olie,8081 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE:3069 Als Ik Egypteland776 4714 zal hebben gesteld5414 8800 [tot] een verwoesting,8077 en het land776 van zijn volheid4393 zal woest zijn geworden,8074 8737 als Ik geslagen zal hebben5221 8687 allen, die daarin wonen;3427 8802 alzo zullen zij weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben. Dat is het klaaglied,7015 en dat zullen zij klagelijk zingen;6969 8790 de dochteren1323 der heidenen1471 zullen het klagelijk zingen;6969 8787 zij zullen het klagelijk zingen6969 8787 over Egypte4714 en over haar ganse menigte,1995 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Voorts gebeurde het in het twaalfde8147 6240 jaar,8141 op den vijftienden2568 6240 der maand,2320 [dat] het woord1697 des HEEREN3068 tot mij geschiedde, zeggende:559 8800 Mensenkind!1121 120 weeklaag5091 8798 over de menigte1995 van ,4714 en doe ze nederdalen,3381 8685 (haar en de dochteren1323 der prachtige117 heidenen1471) in de onderste plaatsen8482 der aarde,776 bij degenen, die in den kuil953 zijn nedergedaald.3381 8802 Boven wien zijt gij liefelijk!5276 8804 neder,3381 8798 en leg u7901 8713 bij de onbesnedenen.6189 In het midden8432 der verslagenen2491 van het zwaard2719 zullen zij vallen;5307 8799 zij is aan het zwaard2719 overgegeven;5414 8738 trek4900 8798 haar henen met al haar menigte.1995 De machtigste410 der helden1368 zullen hem, met zijn helpers,5826 8802 toespreken,1696 8762 uit het midden8432 der hel;7585 zij zijn nedergedaald,3381 8804 de onbesnedenen6189 liggen7901 8804 er, verslagen2491 van het zwaard;2719 Daar is Assur804 met haar gansen hoop,6951 zijn graven6913 zijn rondom5439 hem; zij zijn allen verslagen,2491 gevallen5307 8802 door het zwaard;2719 Welker graven6913 gesteld zijn5414 8738 in de zijden3411 des kuils,953 en haar hoop6951 is rondom5439 haar graf;6900 zij zijn allen verslagen,2491 gevallen5307 8802 door het zwaard,2719 die een schrik2851 gaven5414 8804 in het land776 der levenden.2416 Daar is 5867 met haar ganse menigte1995 rondom5439 haar graf;6900 zij zijn allen verslagen,2491 de gevallenen5307 8802 door het zwaard,2719 die onbesneden6189 zijn nedergedaald3381 8804 tot de onderste plaatsen8482 der aarde,776 die hun schrik2851 hadden gegeven5414 8804 in het land776 der levenden;2416 nu dragen zij5375 8799 hun schande3639 met degenen, die in den kuil953 zijn nedergedaald.3381 8802 In het midden8432 der verslagenen2491 hebben zij haar een legerstede4904 gesteld5414 8804 onder haar ganse menigte,1995 rondom5439 hem zijn haar graven;6913 zij zijn allen onbesneden,6189 verslagenen2491 van het zwaard,2719 omdat een schrik2851 van hen gegeven is5414 8737 in het land776 der levenden;2416 nu dragen zij5375 8799 hun schande3639 met degenen, die in den kuil953 zijn nedergedaald;3381 8802 hij is geleid5414 8738 in het midden8432 der verslagenen.2491 Daar is ,4902 [en] ,8422 met haar ganse menigte;1995 rondom5439 hem zijn haar graven;6913 zij zijn allen onbesneden,6189 verslagenen2490 8794 van het zwaard,2719 omdat zij hun schrik2851 gegeven hebben5414 8804 in het land776 der levenden.2416 Maar zij liggen7901 8799 niet met de helden,1368 die onder de onbesnedenen6189 gevallen zijn;5307 8802 die ter helle7585 zijn nedergedaald3381 8804 met hun krijgswapenen,3627 4421 en welker zwaarden2719 men gelegd heeft5414 8799 onder hun hoofden;7218 welker ongerechtigheid5771 nochtans op hun beenderen6106 is, omdat der helden1368 schrik2851 in het land776 der levenden2416 geweest is. Gij ook zult verbroken worden7665 8735 in het midden8432 der onbesnedenen,6189 en zult liggen7901 8799 met de verslagenen2491 van het zwaard.2719 Daar is ,123 haar koningen4428 en al haar vorsten,5387 die met hunlieder macht1369 geleid zijn5414 8738 bij de verslagenen2491 van het zwaard;2719 diezelve liggen7901 8799 met de onbesnedenen6189 en met degenen, die in den kuil953 zijn nedergedaald.3381 8802 Daar zijn de geweldigen5257 van het ,6828 zij allen, en alle ,6722 die met de verslagenen2491 zijn nedergedaald,3381 8804 beschaamd zijnde954 8802 vanwege hun schrik,2851 [die] uit hun macht1369 [voortkwam], en zij liggen7901 8799 onbesneden6189 bij de verslagenen2491 van het zwaard,2719 en dragen5375 8799 hun schande3639 met degenen, die in den kuil953 zijn nedergedaald.3381 8802 Farao6547 zal henlieden zien,7200 8799 en zich troosten5162 8738 over zijn ganse menigte;1995 de verslagenen2491 van het zwaard2719 van Farao6547 en zijn ganse heir,2428 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Want Ik heb [ook] schrik2851 gegeven5414 8804 in het land776 der levenden;2416 dies zal hij geleid worden7901 8717 in het midden8432 der onbesnedenen6189 bij de verslagenen2491 van het zwaard,2719 Farao6547 en zijn ganse menigte,1995 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069

Every verse in Ezekiel 32

Chapter navigation

0:000:00