Ezekiel 39:7

“En Ik zal Mijn heiligen6944 Naam8034 in het midden8432 van Mijn volk5971 Israel3478 bekend maken,3045 8686 en zal Mijn heiligen6944 Naam8034 niet meer laten ontheiligen;2490 8686 en de heidenen1471 zullen weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben, de Heilige6918 in Israel.3478”

Ezekiel 39:7 — Statenvertaling (1637)

Verse 7 of 29 in Ezekiel chapter 39 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 39 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Voorts, gij mensenkind!1121 120 profeteer5012 8734 tegen ,1463 en zeg:559 8804 Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 , Ik [wil] aan u, o ,1463 hoofdvorst7218 5387 van Mesech4902 en !8422 En Ik zal u omwenden,7725 8790 en een zeshaak in u slaan,8338 8765 en u optrekken5927 8689 uit de zijden3411 van het noorden,6828 en Ik zal u brengen935 8689 op de bergen2022 .3478 Maar Ik zal uw boog7198 uit uw linkerhand8040 3027 slaan,5221 8689 en Ik zal uw pijlen2671 uit uw rechterhand3225 3027 doen vallen.5307 8686 Op de bergen2022 Israels3478 zult gij vallen,5307 8799 gij en al uw benden,102 en de volken,5971 die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen,5861 aan het gevogelte6833 van allen vleugel,3671 en aan het gedierte2416 des velds7704 ter spijze402 gegeven.5414 8804 Op het open6440 veld7704 zult gij vallen;5307 8799 want Ik heb het gesproken,1696 8765 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 En Ik zal een vuur784 zenden7971 8765 in ,4031 en onder degenen, die in de eilanden339 zeker983 wonen;3427 8802 en zij zullen weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben. En Ik zal heiligen6944 Naam8034 in het midden8432 van volk5971 3478 bekend maken,3045 8686 en zal heiligen6944 Naam8034 niet meer laten ontheiligen;2490 8686 en de heidenen1471 zullen weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben, de Heilige6918 in .3478 Ziet, het komt935 8804 en zal geschieden,1961 8738 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE;3069 dit is de dag,3117 [van] welken Ik gesproken heb.1696 8765 En de inwoners3427 8802 der steden5892 Israels3478 zullen uitgaan,3318 8804 en [vuur784 ] stoken1197 8765 en branden5400 8689 van de wapenen,5402 zo [van] schilden4043 als rondassen,6793 van bogen7198 en van pijlen,2671 zo van handstokken3027 4731 als van spiesen;7420 en zij zullen daarvan vuur784 stoken1197 8765 zeven7651 jaren;8141 Zodat zij geen hout6086 uit het veld7704 zullen dragen,5375 8799 noch uit de wouden3293 houwen,2404 8799 maar van de wapenen5402 vuur784 stoken;1197 8762 en zij zullen beroven7997 8804 degenen, die hen beroofd hadden,7997 8802 en plunderen,962 8804 die hen geplunderd hadden,962 8802 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 En het zal te dien dage3117 geschieden, dat Ik aan Gog1463 aldaar een grafstede4725 6913 in 3478 zal geven,5414 8799 het dal1516 der doorgangers5674 8802 naar het oosten6926 der zee;3220 en datzelve zal den doorgangers5674 8802 [den] [neus] stoppen;2629 8802 en aldaar zullen zij begraven6912 8804 Gog1463 en zijn ganse menigte,1995 en zullen het noemen:7121 8804 dal1516 van menigte.1996 Het huis1004 Israels3478 nu zal hen begraven,6912 8804 om het land776 te reinigen,2891 8763 zeven7651 maanden2320 [lang]. Ja, al het volk5971 des lands776 zal begraven,6912 8804 en het zal hun tot een naam8034 zijn, ten dage3117 als Ik zal verheerlijkt zijn,3513 8736 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Ook zullen zij mannen582 uitscheiden,914 8686 die gestadig8548 door het land776 doorgaan,5674 8802 [en] doodgravers6912 8764 met de doorgangers,5674 8802 [om] [te] [begraven] degenen, die op den aardbodem6440 776 zijn overgelaten,3498 8737 om dien te reinigen;2891 8763 ten einde7097 van zeven7651 maanden2320 zullen zij onderzoek doen.2713 8799 En deze doorgangers5674 8802 zullen door het land776 doorgaan,5674 8804 en [als] [iemand] een mensenbeen120 6106 ziet,7200 8804 zo zal hij een merkteken6725 daarbij681 oprichten;1129 8804 totdat de doodgravers6912 8764 hetzelve zullen hebben begraven6912 8804 in het dal1516 van menigte.1996 Ook zo zal de naam8034 der stad5892 Hamona1997 zijn. Alzo zullen zij het land776 reinigen.2891 8765 Gij , mensenkind!1121 120 zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 Zeg559 8798 tot het gevogelte6833 van allen vleugel,3671 en tot al het gedierte2416 des velds:7704 u,6908 8734 en komt aan,935 8798 verzamelt u622 8734 van rondom,5439 tot slachtoffer,2077 dat Ik voor u geslacht heb,2076 8802 een groot1419 slachtoffer,2077 op de bergen2022 ,3478 en eet398 8804 vlees,1320 en drinkt8354 8804 bloed.1818 Het vlees1320 der helden1368 zult gij eten,398 8799 en het bloed1818 van de vorsten5387 der aarde776 drinken;8354 8799 der rammen,352 der lammeren,3733 en bokken,6260 [en] varren,6499 die altemaal gemesten4806 van Basan1316 zijn. En gij zult het vette2459 eten398 8804 tot verzadiging7654 toe, en bloed1818 drinken8354 8804 tot dronkenschap7943 toe; van slachtoffer,2077 dat Ik voor u geslacht heb.2076 8804 En gij zult verzadigd worden7646 8804 aan tafel7979 van [rij] paarden5483 en wagen7393 [paarden], van helden1368 en alle krijgslieden,376 4421 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 En Ik zal eer3519 zetten5414 8804 onder de heidenen;1471 en alle heidenen1471 zullen oordeel4941 zien,7200 8804 dat Ik gedaan heb,6213 8804 en hand,3027 die Ik aan hen gelegd heb.7760 8804 En die van het huis1004 Israels3478 zullen weten,3045 8804 dat Ik, de HEERE,3068 hunlieder God430 ben, van dien dag3117 af en voortaan.1973 En de heidenen1471 zullen weten,3045 8804 dat die van het huis1004 Israels3478 gevankelijk zijn weggevoerd1540 8804 om hun ongerechtigheid,5771 omdat zij tegen hadden overtreden,4603 8804 en dat Ik aangezicht6440 voor hen verborgen heb,5641 8686 en heb ze overgegeven5414 8799 in de hand3027 hunner wederpartijders,6862 zodat zij altemaal door het zwaard2719 gevallen zijn;5307 8799 Naar hun onreinigheid2932 en naar hun overtredingen6588 heb Ik met hen gehandeld,6213 8804 en Ik heb aangezicht6440 voor hen verborgen.5641 8686 Daarom zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 Nu zal Ik Jakobs3290 gevangenen7622 8675 7622 wederbrengen,7725 8686 en zal ontfermen7355 8765 over het ganse huis1004 ,3478 en Ik zal ijveren7065 8765 over heiligen6944 ;8034 Als zij hun schande3639 zullen gedragen hebben,5375 8804 en al hun overtreding,4604 [met] dewelke zij tegen hebben overtreden,4603 8804 toen zij in hun land127 zeker983 woonden,3427 8800 en er niemand was, die hen verschrikte.2729 8688 Als Ik hen zal hebben wedergebracht7725 8788 uit de volken,5971 en hen vergaderd zal hebben6908 8765 uit de landen776 hunner vijanden,341 8802 en Ik aan hen geheiligd zal zijn6942 8738 voor de ogen5869 van vele7227 heidenen;1471 zullen zij weten,3045 8804 dat Ik, de HEERE,3068 hunlieder God430 ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren1540 8687 onder de heidenen,1471 maar heb ze [weder] verzameld3664 8765 in hun land,127 en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.3498 8686 En Ik zal aangezicht6440 voor hen niet meer verbergen,5641 8686 wanneer Ik Geest7307 over het huis1004 Israels3478 zal hebben uitgegoten,8210 8804 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069

Every verse in Ezekiel 39

Chapter navigation

0:000:00