Ezekiel 42:11
“En de weg1870 voor dezelve henen6440 was als de gedaante4758 der kameren,3957 die den weg1870 naar het noorden6828 waren, naar derzelver lengte,753 alzo3651 [naar] derzelver breedte;7341 en al haar uitgangen4161 waren ook naar derzelver wijzen4941 en naar derzelver deuren.6607”
Ezekiel 42:11 — Statenvertaling (1637)
Verse 11 of 20 in Ezekiel chapter 42 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Ezekiel 42 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Daarna bracht hij3318 mij uit3318 8686 tot het buitenste2435 voorhof;2691 den weg1870 naar den weg1870 van het noorden;6828 en hij bracht935 8686 mij tot de kameren,3957 die tegenover de afgesneden plaats,1508 en die tegenover het gebouw1146 tegen het noorden6828 waren: Voor aan6440 de lengte753 van de honderd3967 ellen520 [naar] de deur6607 van het noorden;6828 en de breedte7341 was vijftig2572 ellen.520 Tegenover de twintig6242 [ellen], die het binnenste6442 voorhof2691 had, en tegenover het plaveisel,7531 dat het buitenste2435 voorhof2691 had, [was] galerij862 tegen6440 galerij,862 in drie7992 [rijen]. En voor6440 de kameren3957 was een wandeling4109 van tien6235 ellen520 de breedte;7341 naar binnen toe,6442 [en] een weg1870 van een259 el;520 en de deuren6607 van dezelve waren tegen het noorden.6828 De bovenste5945 kameren3957 nu waren nauwer7114 8803 (omdat de galerijen862 hoger waren398 8799 dezelve2007), de onderste8481 en de middelste8484 des gebouws.1146 Want zij waren wel van drie8027 8794 [rijen], maar hadden geen pilaren5982 gelijk de pilaren5982 der voorhoven;2691 daarom waren zij benauwder680 8738 de onderste8481 en de middelste8484 van de aarde776 af. De muur1447 nu, die naar buiten2351 tegenover5980 de kameren3957 was, den weg1870 naar het buitenste2435 voorhof,2691 voor aan6440 de kameren,3957 de lengte753 van dien was vijftig2572 ellen.520 Want de lengte753 der kameren,3957 die het buitenste2435 voorhof2691 had, was vijftig2572 ellen;520 en ziet, voor aan6440 den tempel1964 waren honderd3967 ellen.520 Van onder deze kameren3957 nu was de ingang3996 8675 935 8688 van het oosten,6921 als iemand tot dezelve2007 ingaat,935 8800 uit het buitenste2435 voorhof.2691 Aan de breedte7341 van den muur1444 des voorhofs,2691 den weg1870 naar het oosten,6921 voor aan6440 de afgesneden plaats,1508 en voor aan6440 het gebouw,1146 waren kameren.3957 En de weg1870 voor dezelve henen6440 was als de gedaante4758 der kameren,3957 die den weg1870 naar het noorden6828 waren, naar derzelver lengte,753 alzo3651 [naar] derzelver breedte;7341 en al haar uitgangen4161 waren ook naar derzelver wijzen4941 en naar derzelver deuren.6607 En gelijk de deuren6607 der kameren,3957 die den weg1870 naar het zuiden1864 waren, was er een deur6607 in het hoofd7218 van den weg,1870 den weg1870 voor aan6440 den rechten1903 muur,1448 den weg1870 naar het oosten,6921 als men daar ingaat.935 8800 Toen zeide hij559 8799 tot mij: De kameren3957 van het noorden,6828 [en] de kameren3957 van het zuiden,1864 die voor aan6440 de afgesneden plaats1508 zijn, dat zijn heilige6944 kameren,3957 waarin de priesters,3548 die tot den HEERE3068 naderen,7138 die allerheiligste6944 6944 dingen zullen eten;398 8799 aldaar zullen zij de allerheiligste6944 6944 dingen henenleggen,3240 8686 en het spijsoffer,4503 en het zondoffer,2403 en het schuldoffer,817 want de plaats4725 is heilig.6918 Als de priesters3548 ingegaan zullen zijn,935 8800 zo zullen zij uit het heiligdom6944 niet [weder] uitgaan3318 8799 in het buitenste2435 voorhof,2691 maar aldaar hun klederen899 henenleggen,3240 8686 in dewelke zij gediend hebben,8334 8762 want die zijn een heiligheid;6944 en zij zullen andere312 klederen899 aantrekken,3847 8804 8675 3847 8799 en naderen7126 8804 tot hetgeen voor het volk5971 is. Als hij nu de maten4060 van het binnenste6442 huis1004 geeindigd had,3615 8765 zo bracht hij mij uit,3318 8689 den weg1870 naar de poort,8179 die den weg1870 naar het oosten6921 zag,6440 en hij mat4058 8804 ze rondom5439 henen. Hij mat4058 8804 de oostzijde6921 7307 met het meetriet;4060 7070 vijfhonderd2568 8675 520 3967 rieten,7070 met het meetriet,4060 7070 rondom.5439 Hij mat4058 8804 de noordzijde,6828 7307 vijfhonderd2568 3967 rieten,7070 met het meetriet,4060 7070 rondom.5439 De zuidzijde1864 7307 mat hij,4058 8804 vijfhonderd2568 3967 rieten,7070 met het meetriet.4060 7070 Hij ging om5437 8804 naar de westzijde,3220 7307 [en] hij mat4058 8804 vijfhonderd2568 3967 rieten,7070 met het meetriet.4060 7070 Hij mat4058 8804 het aan de vier702 zijden;7307 het had een muur2346 rondom5439 henen, de lengte753 was vijfhonderd2568 3967 [rieten], en de breedte7341 vijfhonderd,2568 3967 om onderscheid te maken914 8687 tussen het heilige6944 en onheilige.2455