Ezekiel 43:17

“En het afzetsel5835 veertien702 6240 [ellen] de lengte,753 met veertien702 6240 [ellen] breedte,7341 aan zijn vier702 zijden,7253 en de rand1366 rondom5439 hetzelve, de helft2677 ener el;520 en de boezem2436 daaraan, een el520 rondom;5439 en zijn trappen4609 ziende6437 8800 naar het oosten.6921”

Ezekiel 43:17 — Statenvertaling (1637)

Verse 17 of 27 in Ezekiel chapter 43 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 43 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen leidde hij3212 8686 mij tot de poort,8179 de poort,8179 die den weg1870 naar het oosten6921 zag.6437 8802 En ziet, de heerlijkheid3519 des Gods430 van 3478 kwam935 8804 van den weg1870 naar het oosten;6921 en stem6963 was als het geruis6963 van vele7227 wateren,4325 en de aarde776 werd verlicht215 8689 van heerlijkheid.3519 En alzo was de gedaante4758 van het gezicht,4758 dat ik zag,7200 8804 gelijk het gezicht,4758 dat ik gezien had,7200 8804 toen ik kwam,935 8800 om de stad5892 te verderven;7843 8763 en het waren gezichten,4759 als het gezicht,4758 dat ik gezien had7200 8804 aan de rivier5104 ;3529 en ik viel5307 8799 op mijn aangezicht.6440 En de heerlijkheid3519 des HEEREN3068 kwam935 8804 in het huis,1004 [door] den weg1870 der poort,8179 die den weg1870 naar het oosten6921 zag.6440 En de Geest7307 nam mij op,5375 8799 en bracht935 8686 mij in het binnenste6442 voorhof;2691 en ziet, de heerlijkheid3519 des HEEREN3068 had het huis1004 vervuld.4390 8804 En ik hoorde8085 8799 , Die met mij sprak,1696 8693 uit het huis;1004 en de man376 was bij681 mij, staande.5975 8802 En zeide559 8799 tot mij: Mensenkind!1121 120 [dit] is de plaats4725 troons,3678 en de plaats4725 der zolen3709 voeten,7272 alwaar Ik wonen zal7931 8799 in het midden8432 der kinderen1121 ,3478 in eeuwigheid;5769 en die van het huis1004 Israels3478 zullen heiligen6944 Naam8034 niet meer verontreinigen,2930 8762 zij noch hun koningen,4428 met hun hoererij2184 en met de dode lichamen6297 hunner koningen,4428 [op] hun hoogten;1116 Als zij hun dorpel5592 stelden5414 8800 aan dorpel,5592 en hun post4201 nevens681 post,4201 dat er [maar] een wand7023 tussen en tussen hen was, en verontreinigden2930 8765 heiligen6944 Naam8034 met hun gruwelen,8441 die zij deden;6213 8804 waarom Ik ze verteerd heb3615 8762 in toorn.639 Nu zullen zij hun hoererij2184 en de dode lichamen6297 hunner koningen4428 verre van wegdoen;7368 8762 en Ik zal in het midden8432 van hen wonen7931 8804 in eeuwigheid.5769 Gij mensenkind;1121 120 wijs5046 8685 den huize1004 Israels3478 dit huis,1004 opdat zij schaamrood worden3637 8735 vanwege hun ongerechtigheden,5771 en laat ze het patroon8508 afmeten.4058 8804 En indien zij schaamrood worden3637 8738 vanwege alles, wat zij gedaan hebben,6213 8804 zo maak hun bekend3045 8685 den vorm6699 van het huis,1004 en zijn gestaltenis,8498 en zijn uitgangen,4161 en zijn ingangen,4126 en al zijn vormen,6699 en al zijn ordinantien,2708 ja, al zijn vormen6699 en al zijn wetten;8451 en schrijf3789 8798 het voor hun ogen,5869 opdat zij zijn gansen vorm6699 en al zijn ordinantien2708 bewaren,8104 8799 en dezelve doen.6213 8804 Dit is de wet8451 van het huis:1004 op de hoogte7218 des bergs2022 zal zijn ganse grens,1366 rondom5439 henen, een heiligheid6944 der heiligheden6944 zijn; ziet, dit is de wet8451 van het huis.1004 En dit zijn de maten4060 des altaars4196 naar de ellen,520 zijnde de el520 een el520 en een handbreed;2948 de boezem2436 van een el,520 en een el520 de breedte;7341 en zijn einde1366 aan zijn rand8193 rondom5439 een259 ;2239 en dit is de rug1354 des altaars.4196 Van den boezem2436 nu [op] de aarde776 tot aan het onderste8481 afzetsel,5835 twee8147 ellen;520 en de breedte7341 een259 el;520 en van het kleinste6996 afzetsel5835 tot aan het grootste1419 afzetsel,5835 vier702 ellen,520 en de breedte7341 een el.520 En de Harel741 2025 vier702 ellen;520 en van den Ariel741 voorts opwaarts,4605 de vier702 hoornen.7161 De Ariel741 nu, twaalf8147 6240 [ellen] de lengte,753 met twaalf8147 6240 [ellen] breedte,7341 vierkant7251 8803 aan zijn vier702 zijden.7253 En het afzetsel5835 veertien702 6240 [ellen] de lengte,753 met veertien702 6240 [ellen] breedte,7341 aan zijn vier702 zijden,7253 en de rand1366 rondom5439 hetzelve, de helft2677 ener el;520 en de boezem2436 daaraan, een el520 rondom;5439 en zijn trappen4609 ziende6437 8800 naar het oosten.6921 En zeide559 8799 tot mij: Mensenkind!1121 120 zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 zijn de ordinantien2708 des altaars,4196 ten dage3117 als men het zal maken,6213 8736 om brandoffer5930 daarop te offeren,5927 8687 en om bloed1818 daarop te sprengen.2236 8800 En gij zult aan de Levietische3881 priesteren,3548 dewelke uit het zaad2233 van Zadok6659 zijn, die tot naderen7138 (spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE3069), om te dienen,8334 8763 geven5414 8804 een var,6499 een jong1121 rund,1241 ten zondoffer.2403 En gij zult van deszelfs bloed1818 nemen,3947 8804 en doen5414 8804 het aan zijn vier702 hoornen,7161 en aan de vier702 hoeken6438 der afzetsels,5835 en aan den rand1366 rondom;5439 alzo zult gij het ontzondigen,2398 8765 en het verzoenen.3722 8765 Daarna zult gij den var6499 des zondoffers2403 nemen;3947 8804 en hij zal hem verbranden8313 8804 in een bestelde plaats4662 van het huis1004 buiten2351 het heiligdom.4720 En op den tweeden8145 dag3117 zult gij een volkomen8549 geitenbok8163 5795 offeren7126 8686 ten zondoffer;2403 en zij zullen het altaar4196 ontzondigen,2398 8765 gelijk als zij [dat] ontzondigd hebben2398 8765 met den var.6499 Als gij een einde zult gemaakt hebben3615 8763 van het ontzondigen,2398 8763 [] zult gij een var,6499 een volkomen8549 jong1121 rund,1241 offeren,7126 8686 en een volkomen8549 352 van de kudde.6629 En gij zult ze offeren7126 8689 voor het aangezicht6440 des HEEREN;3068 en de priesteren3548 zullen zout4417 daarop werpen,7993 8689 en zullen ze offeren5927 8689 [ten] brandoffer5930 den HEERE.3068 Zeven7651 dagen3117 zult gij dagelijks3117 een bok8163 des zondoffers2403 bereiden;6213 8799 ook zullen zij een var,6499 een jong1121 rund,1241 en een 352 van de kudde,6629 [beide] volkomen8549 bereiden.6213 8799 Zeven7651 dagen3117 zullen zij het altaar4196 verzoenen,3722 8762 en het reinigen,2891 8765 en zijn handen3027 vullen.4390 8765 Als zij nu deze dagen3117 zullen voleind hebben,3615 8762 zal het op den achtsten8066 dag3117 en voortaan1973 geschieden, dat de priesters3548 uw brandofferen5930 en uw dankofferen8002 op het altaar4196 zullen bereiden;6213 8799 en Ik zal een welgevallen aan ulieden hebben,7521 8804 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069

Every verse in Ezekiel 43

Chapter navigation

0:000:00