Ezekiel 5:15

“Zo zal de smaadheid2781 en hoon1422 een onderwijs4148 en ontzetting4923 den heidenen1471 zijn, die rondom5439 u zijn, wanneer Ik over u gerichten8201 in toorn,639 en in grimmigheid,2534 en in grimmige2534 straffen8433 oefenen zal;6213 8800 Ik, de HEERE,3068 heb [het] gesproken!1696 8765”

Ezekiel 5:15 — Statenvertaling (1637)

Verse 15 of 17 in Ezekiel chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En gij, mensenkind,1121 120 neem3947 8798 u een scherp2299 mes,2719 een scheermes8593 der barbieren1532 zult gij u nemen,3947 8799 hetwelk gij zult laten gaan5674 8689 over uw hoofd7218 en over uw baard;2206 daarna zult gij u een weegschaal3976 4948 nemen,3947 8804 en die [haren] delen.2505 8765 Een derde deel7992 zult gij in het midden8432 der stad5892 met vuur217 verbranden,1197 8686 nadat de dagen3117 der belegering4692 vervuld worden;4390 8800 zult gij een derde deel7992 nemen,3947 8804 slaande5221 8686 met een zwaard2719 rondom5439 hetzelve, en een derde deel7992 zult gij in den wind7307 strooien;2219 8799 want Ik zal het zwaard2719 achter310 hen uittrekken.7324 8686 Gij zult ook weinige4592 in getal4557 daarvan nemen,3947 8804 en in uw slippen3671 binden.6696 8804 En nog zult gij van die nemen,3947 8799 en die werpen7993 8689 in het midden8432 des vuurs,784 en zult ze verbranden8313 8804 met vuur;784 daaruit zal voortkomen3318 8799 een vuur784 tegen het gehele huis1004 van .3478 Alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 is ,3389 welke Ik in het midden8432 der heidenen1471 gezet heb,7760 8804 en landen776 rondom5439 haar henen. Doch zij heeft rechten4941 veranderd4784 8686 in goddeloosheid7564 meer de heidenen,1471 en inzettingen2708 meer de landen,776 die rondom5439 haar zijn; want zij hebben rechten4941 verworpen,3988 8804 en in inzettingen2708 hebben zij niet gewandeld.1980 8804 Daarom zegt559 8804 de Heere136 HEERE3069 alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt1995 8800 de heidenen,1471 die rondom5439 u zijn, in inzettingen2708 niet gewandeld hebt,1980 8804 en rechten4941 niet gedaan hebt,6213 8804 zelfs naar de rechten4941 der heidenen,1471 die rondom5439 u zijn, niet gedaan hebt;6213 8804 Daarom zegt559 8804 de Heere136 HEERE3069 alzo: Ziet, Ik [wil] aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten4941 in het midden8432 van u oefenen,6213 8804 voor de ogen5869 van die heidenen.1471 En Ik zal onder u doen,6213 8804 hetgeen Ik niet gedaan heb,6213 8804 en desgelijks Ik voortaan niet doen zal,6213 8799 om3282 al uwer gruwelen8441 wil. Daarom zullen de vaders1 de kinderen1121 eten398 8799 in het midden8432 van u, en de kinderen1121 zullen hun vaderen1 eten;398 8799 en Ik zal gerichten8201 onder u oefenen,6213 8804 en zal al uw overblijfsel7611 in alle winden7307 verstrooien.2219 8765 Daarom [zo] [waarachtig] [als] Ik leef,2416 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE3069 (omdat gij heiligdom4720 verontreinigd hebt2930 8765 met al uw verfoeiselen,8251 en met al uw gruwelen8441), zo Ik ook niet daarom [u] verminderen,1639 8799 en oog5869 [u] niet verschonen zal,2347 8799 en Ik ook niet zal sparen!2550 8799 Een derde deel7992 van u zal van de pestilentie1698 sterven,4191 8799 en zal door honger7458 in het midden8432 van u te niet worden;3615 8799 en een derde deel7992 zal in het zwaard2719 vallen5307 8799 rondom5439 u; en een derde deel7992 zal Ik in alle winden7307 verstrooien,2219 8762 en Ik zal het zwaard2719 achter310 hen uittrekken.7324 8686 Alzo zal toorn639 volbracht worden,3615 8804 en Ik zal grimmigheid2534 op hen doen rusten,5117 8689 en troosten;5162 8694 en zij zullen weten,3045 8804 dat Ik, de HEERE,3068 in ijver7068 gesproken heb,1696 8765 als Ik grimmigheid2534 tegen hen volbracht zal hebben.3615 8763 Daartoe zal Ik u ter woestheid2723 en ter smaadheid2781 zetten5414 8799 onder de heidenen,1471 die rondom5439 u zijn, voor de ogen5869 van al degene, die voorbijgaat.5674 8802 Zo zal de smaadheid2781 en hoon1422 een onderwijs4148 en ontzetting4923 den heidenen1471 zijn, die rondom5439 u zijn, wanneer Ik over u gerichten8201 in toorn,639 en in grimmigheid,2534 en in grimmige2534 straffen8433 oefenen zal;6213 8800 Ik, de HEERE,3068 heb [het] gesproken!1696 8765 Wanneer Ik de boze7451 pijlen2671 des hongers7458 tegen hen uitzenden zal,7971 8762 die ten verderve4889 zijn zullen, die Ik uitzenden zal7971 8763 om u te verderven;7843 8763 zo zal Ik den honger7458 over u vermeerderen,3254 8686 en u den staf4294 des broods3899 breken.7665 8804 Ja, honger7458 en boos7451 gedierte,2416 die u van kinderen beroven zullen,7921 8765 zal Ik over u zenden;7971 8765 ook zal pestilentie1698 en bloed1818 onder u omgaan;5674 8799 en het zwaard2719 zal Ik over u brengen;935 8686 Ik, de HEERE,3068 heb [het] gesproken!1696 8765

Every verse in Ezekiel 5

Chapter navigation

0:000:00