Ezekiel 7:14
“Zij hebben met de trompet8619 getrompet,8628 8804 en hebben alles bereid,3559 8687 maar niemand trekt1980 8802 ten strijde;4421 want Mijn brandende toorn2740 is over de gehele menigte1995 van het [land].”
Ezekiel 7:14 — Statenvertaling (1637)
Verse 14 of 27 in Ezekiel chapter 7 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Ezekiel 7 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Daarna geschiedde het woord1697 des HEEREN3068 tot mij, zeggende:559 8800 Verder, gij mensenkind,1121 120 zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE,3069 van het land127 :3478 einde7093 is er, het einde7093 is gekomen935 8804 over de vier702 hoeken3671 des lands.776 Nu is het einde7093 over u; want Ik zal toorn639 tegen u zenden,7971 8765 en Ik zal u richten8199 8804 naar uw wegen,1870 en Ik zal op u brengen5414 8804 al uw gruwelen.8441 En oog5869 zal u niet verschonen,2347 8799 en Ik zal niet sparen;2550 8799 maar Ik zal uw wegen1870 op u brengen,5414 8799 en uw gruwelen8441 zullen in het midden8432 van u zijn, en gijlieden zult weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben. Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 kwaad,7451 een enig259 kwaad,7451 ziet, is gekomen;935 8802 Een einde7093 is er gekomen,935 8804 dat einde7093 is gekomen,935 8804 het is opgewaakt6974 8689 tegen u; ziet, het [kwaad] is gekomen!935 8802 De morgenstond6843 is tot u gekomen,935 8804 o inwoner3427 8802 des lands,776 de tijd6256 is gekomen,935 8804 8676 935 8802 de dag3117 der beroerte4103 is nabij,7138 en er is geen wederklank1906 der bergen.2022 Nu zal Ik in kort7138 grimmigheid2534 over u uitgieten,8210 8799 en toorn639 tegen u volbrengen,3615 8765 en u richten8199 8804 naar uw wegen,1870 en zal op u brengen5414 8804 al uw gruwelen.8441 En oog5869 zal niet verschonen,2347 8799 en Ik zal niet sparen;2550 8799 Ik zal u geven5414 8799 naar uw wegen,1870 en uw gruwelen8441 zullen in het midden8432 van u zijn; en gijlieden zult weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben, Die slaat.5221 8688 Ziet, de dag,3117 ziet, [de] [morgenstond] is gekomen,935 8802 de morgenstond6843 is voortgekomen,3318 8804 de roede4294 heeft gebloeid,6692 8804 de hovaardij2087 heeft gegroend.6524 8804 Het geweld2555 is opgerezen6965 8804 tot een roede4294 der goddeloosheid;7562 niets van hen zal [overblijven], noch van hun menigte,1995 noch van hun gedruis,1991 en geen klage5089 zal over hen zijn. De tijd6256 is gekomen,935 8804 de dag3117 is genaakt;5060 8689 de koper7069 8802 zij niet blijde,8055 8799 en de verkoper4376 8802 bedrijve geen rouw;56 8691 want een brandende toorn2740 is over de gehele menigte1995 van het [land]. Want de verkoper4376 8802 zal tot het verkochte4465 niet wederkeren,7725 8799 ofschoon hun leven nog onder de levenden2416 ware; overmits het gezicht,2377 aangaande de gehele menigte1995 van het [land], niet zal terugkeren;7725 8799 en niemand376 zal door zijn ongerechtigheid5771 zijn leven2416 sterken.2388 8691 Zij hebben met de trompet8619 getrompet,8628 8804 en hebben alles bereid,3559 8687 maar niemand trekt1980 8802 ten strijde;4421 want brandende toorn2740 is over de gehele menigte1995 van het [land]. Het zwaard2719 is buiten,2351 en de pest,1698 en de honger7458 van binnen;1004 die op het veld7704 is, zal door het zwaard2719 sterven,4191 8799 en die in de stad5892 is, dien zal de honger7458 en de pest1698 verteren.398 8799 En hun ontkomenden6403 8804 zullen [wel] ontkomen,6412 maar zij zullen op de bergen2022 zijn, zij allen zullen zijn gelijk duiven3123 der dalen,1516 kermende,1993 8802 een ieder376 om zijn ongerechtigheid.5771 Alle handen3027 zullen slap worden,7503 8799 en alle knieen1290 zullen henenvlieten3212 8799 [als] water.4325 Ook zullen zij zakken8242 aangorden,2296 8804 gruwen6427 zal ze bedekken,3680 8765 en over alle aangezichten6440 zal schaamte955 wezen, en op al hun hoofden7218 kaalheid.7144 Zij zullen hun zilver3701 op de straten2351 werpen,7993 8686 en hun goud2091 zal tot onreinigheid5079 zijn; hun zilver3701 en hun goud2091 zal hen niet kunnen3201 8799 uithelpen5337 8687 ten dage3117 der verbolgenheid5678 des HEEREN;3068 hun ziel5315 zullen zij niet verzadigen,7646 8762 en hun ingewanden4578 zullen zij niet vullen;4390 8762 want het zal de aanstoot4383 hunner ongerechtigheid5771 zijn. En heeft de schoonheid6643 sieraads5716 ter overtreffelijkheid1347 gezet;7760 8804 maar zij hebben daarin beelden6754 hunner gruwelen8441 [en] hunner verfoeiselen8251 gemaakt;6213 8804 daarom heb Ik dat hun tot onreinigheid5079 gesteld.5414 8804 En Ik zal het in de hand3027 der vreemden2114 8801 overgeven5414 8804 ten roof,957 en den goddelozen7563 der aarde776 ten buit,7998 en zij zullen het ontheiligen.2490 8765 Ook zal Ik aangezicht6440 van hen omwenden,5437 8689 en zij zullen verborgen6845 8803 plaats ontheiligen;2490 8765 want inbrekers6530 zullen daar inkomen935 8804 en die ontheiligen.2490 8765 Maak6213 8798 een keten;7569 want het land776 is vol4390 8804 van bloedgerichten,1818 4941 en de stad5892 is vol4390 8804 van geweld.2555 Daarom zal Ik de kwaadste7451 der heidenen1471 doen komen,935 8689 die hun huizen1004 erfelijk bezitten zullen,3423 8804 en zal den hoogmoed1347 der sterken5794 doen ophouden,7673 8689 en die hen heiligen,6942 8764 zullen ontheiligd worden.2490 8738 8676 5157 8765 De ondergang7089 komt;935 8804 en zij zullen den vrede7965 zoeken,1245 8765 maar hij zal er niet zijn. Ellende1943 zal op ellende1943 komen,935 8799 en er zal gerucht8052 op gerucht8052 wezen; zullen zij het gezicht2377 van een profeet5030 zoeken;1245 8765 maar de wet8451 zal vergaan6 8799 van den priester,3548 en de raad6098 van de oudsten.2205 De koning4428 zal rouw bedrijven,56 8691 en de vorsten5387 zullen met verwoesting8077 bekleed zijn,3847 8799 en de handen3027 van het volk5971 des lands776 zullen beroerd zijn;926 8735 Ik zal hun doen6213 8799 naar hun weg,1870 en met hun rechten4941 zal Ik ze richten;8199 8799 en zij zullen weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben.