Ezra 3:8
“In het tweede8145 jaar8141 nu hunner aankomst935 8800 ten413 huize1004 Gods430 te Jeruzalem,3389 in de tweede8145 maand,2320 begonnen2490 8689 Zerubbabel,2216 de zoon1121 van Sealthiel,7597 en Jesua,3442 de zoon1121 van Jozadak,3136 en de overige7605 hunner broederen,251 de priesters3548 en de Levieten,3881 en allen,3605 die uit4480 de gevangenis7628 te Jeruzalem3389 gekomen waren;935 8802 en zij stelden5975 8686 de Levieten,3881 van4480 twintig6242 jaren8141 oud1121 en daarboven,4605 om opzicht te nemen5329 8763 over5921 het werk4399 van des HEEREN3068 huis.1004”
Ezra 3:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 13 in Ezra chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Ezra 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen nu de zevende7637 maand2320 aankwam,5060 8799 en de kinderen1121 Israels3478 in de steden5892 waren, verzamelde zich622 8735 het volk,5971 als een enig259 man,376 te413 .3389 En ,3442 de zoon1121 van ,3136 maakte zich op,6965 8799 en zijn broederen,251 de priesters3548 en ,2216 de zoon1121 van ,7597 en zijn broederen,251 en zij bouwden1129 8799 het altaar4196 des Gods430 van ,3478 om daarop5921 brandofferen5930 te offeren,5927 8687 gelijk geschreven is3789 8803 in de wet8451 van ,4872 den man376 .430 En zij vestigden3559 8686 het altaar4196 op5921 zijn stelling,4350 maar3588 met verschrikking,367 [die] over5921 hen was, vanwege4480 de volken5971 der landen;776 en zij offerden5927 8686 daarop5921 brandofferen5930 den HEERE,3068 brandofferen5930 des morgens1242 en des avonds.6153 En zij hielden6213 8799 het feest2282 der loofhutten,5521 gelijk geschreven is;3789 8803 en [zij] [offerden] brandofferen5930 dag3117 bij dag3117 in getal,4557 naar het recht,4941 van elk1697 dagelijks3117 op zijn dag.3117 Daarna310 3651 ook het gedurig8548 brandoffer,5930 en van de nieuwe maanden,2320 en van alle3605 gezette hoogtijden4150 des HEEREN,3068 die geheiligd waren;6942 8794 ook van een ieder,3605 die een vrijwillige offerande5071 den HEERE3068 vrijwilliglijk offerde.5068 8693 Van4480 den eersten259 dag3117 af der zevende7637 maand2320 begonnen zij2490 8689 den HEERE3068 brandofferen5930 te offeren;5927 8687 doch de grond3245 van den tempel1964 des HEEREN3068 was niet3808 gelegd.3245 8795 Zo gaven zij5414 8799 geld3701 aan de houwers2672 8802 en werkmeesters,2796 ook spijs3978 en drank,4960 en olie8081 aan de Sidoniers6722 en aan de ,6876 om cederenhout730 6086 van4480 den Libanon3844 te brengen935 8687 aan413 de zee3220 naar ,3305 naar de vergunning7558 van ,3566 koning4428 van ,6539 aan5921 hen. In het tweede8145 jaar8141 nu hunner aankomst935 8800 ten413 huize1004 Gods430 te ,3389 in de tweede8145 maand,2320 begonnen2490 8689 ,2216 de zoon1121 van ,7597 en ,3442 de zoon1121 van ,3136 en de overige7605 hunner broederen,251 de priesters3548 en de ,3881 en allen,3605 die uit4480 de gevangenis7628 te Jeruzalem3389 gekomen waren;935 8802 en zij stelden5975 8686 de ,3881 van4480 twintig6242 jaren8141 oud1121 en daarboven,4605 om opzicht te nemen5329 8763 over5921 het werk4399 van des HEEREN3068 huis.1004 Toen stond5975 8799 ,3442 zijn zonen1121 en zijn broederen,251 [en] Kadmiel6934 met zijn zonen,1121 kinderen1121 van ,3063 als een259 [man], om opzicht te hebben5329 8763 over5921 degenen, die het werk4399 deden6213 8802 aan het huis1004 ,430 met de zonen1121 van ,2582 hun zonen1121 en hun broederen,251 de .3881 Als nu de bouwlieden1129 8802 den grond3245 van des HEEREN3068 tempel1964 leiden,3245 8765 zo stelden zij5975 8686 de priesteren,3548 aangekleed zijnde,3847 8794 met trompetten,2689 en de ,3881 Asafs623 zonen,1121 met cimbalen,4700 om den HEERE3068 te loven,1984 8763 naar5921 de instelling3027 van ,1732 den koning4428 van .3478 En zij zongen bij beurten,6030 8799 met den HEERE3068 te loven1984 8763 en te danken,3034 8687 dat3588 goed2896 is, dat3588 weldadigheid2617 tot in eeuwigheid5769 is over5921 .3478 En al3605 het volk5971 juichte7321 8689 met groot1419 gejuich,8643 als men den HEERE3068 loofde1984 8763 over5921 de grondlegging3245 8717 van het huis1004 des HEEREN.3068 Maar velen7227 van4480 de priesteren,3548 en de ,3881 en hoofden7218 der vaderen,1 die oud2205 waren, die834 het eerste7223 huis1004 gezien hadden,7200 8804 dit2088 huis1004 in zijn grondlegging3245 8800 voor hun ogen5869 zijnde, weenden1058 8802 met luider1419 stem;6963 maar velen7227 verhieven7311 8687 de stem6963 met gejuich8643 [en] met vreugde.8057 Zodat het volk5971 niet369 onderkende5234 8688 de stem6963 van het gejuich8643 der vreugde,8057 van de stem6963 des geweens1065 van het volk;5971 want3588 het volk5971 juichte7321 8688 met groot1419 gejuich,8643 dat de stem6963 tot5704 van4480 verre7350 gehoord werd.8085 8738