Ezra 6:10

“Opdat zij offeranden van liefelijken reuk5208 aan den God426 des hemels8065 offeren,1934 8748 7127 8683 en bidden6739 8743 voor het leven2417 des konings4430 en zijner kinderen.1123”

Ezra 6:10 — Statenvertaling (1637)

Verse 10 of 22 in Ezra chapter 6 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezra 6 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen116 gaf7761 8754 de koning4430 1868 bevel;2942 en zij zochten1240 8745 in de kanselarij,1005 5609 waar8536 de schatten1596 waren weggelegd,5182 8683 in .895 En te ,307 in de burcht,1001 die in het landschap4083 Medie4076 is, werd een2298 rol4040 gevonden;7912 8728 en daarin1459 was aldus3652 geschreven:3790 8752 GEDACHTENIS;1799 In het eerste2298 jaar8140 van den koning4430 ,3567 gaf7761 8754 de koning4430 Kores3567 [dit] bevel:2942 huis1005 Gods426 te ,3390 dat huis1005 zal gebouwd worden,1124 8731 ter plaatse,870 waar zij offeranden1685 offeren,1684 8751 en de fondamenten787 daarvan zullen zwaar zijn;5446 8775 zijn hoogte7314 van zestig8361 ellen,521 en zijn breedte6613 van zestig8361 ellen;521 Met drie8532 rijen5073 van groten1560 steen,69 en een rij5073 van nieuw2323 hout;636 en de onkosten5313 zullen uit4481 des konings4430 huis1005 gegeven worden.3052 8725 Daartoe zal men ook638 de gouden1722 en zilveren3702 vaten3984 van het huis1005 ,426 die Nebukadnezar5020 uit4481 den tempel,1965 die te Jeruzalem3390 was, heeft weggevoerd,5312 8684 en naar 895 gebracht,2987 8684 wedergeven,8421 8681 dat zij gaan1946 8748 naar den tempel,1965 die te Jeruzalem3390 is, aan zijn plaats,870 en men zal ze afvoeren5182 8681 ten huize1005 .426 Nu,3705 gij ,8674 landvoogd6347 aan gene zijde5675 der rivier,5103 gij -boznai,8370 met ulieder gezelschap,3675 gij ,671 die aan gene zijde5675 der rivier5103 zijt, weest1934 8754 verre7352 van4481 daar!8536 Laat hen aan7662 8747 den arbeid5673 van dit1791 huis1005 ;426 dat de landvoogd6347 der Joden3062 en de oudsten7868 8750 der Joden3062 dit1791 huis1005 Gods426 bouwen1124 8748 aan5922 zijn plaats.870 Ook wordt mij4481 mij bevel2942 gegeven,7761 8752 wat3964 gijlieden doen zult5648 8748 aan5974 de oudsten7868 8750 dezer479 ,3062 om dit1791 huis1005 Gods426 te bouwen;1124 8749 te weten, dat uit des konings4430 goederen,5232 van1768 den cijns4061 aan gene zijde5675 der rivier,5103 de onkosten5313 dezen479 mannen1400 spoediglijk629 gegeven worden,1934 8748 3052 8727 opdat men hen niet3809 belette.989 8749 En wat4101 nodig is,2818 8750 als jonge1123 runderen,8450 en rammen,1798 en lammeren,563 tot brandofferen5928 aan den God426 des hemels,8065 tarwe,2591 zout,4416 wijn2562 en olie,4887 naar het zeggen3983 der priesteren,3549 die te Jeruzalem3390 zijn, dat het hun dag3118 bij dag3118 gegeven3052 8727 worde,1934 8748 dat er geen3809 feil7960 zij; Opdat zij offeranden van liefelijken reuk5208 aan den God426 des hemels8065 offeren,1934 8748 7127 8683 en bidden6739 8743 voor het leven2417 des konings4430 en zijner kinderen.1123 Voorts4481 wordt bevel2942 van mij gegeven,7761 8752 dat al3606 dengene,606 die dit1836 woord6600 zal veranderen,8133 8681 een hout636 uit4481 zijn huis1005 zal gerukt5256 8725 en opgericht worden,2211 8752 waaraan5922 hij zal worden opgehangen;4223 8725 en zijn huis1005 zal om5922 diens1836 wille tot een drekhoop5122 gemaakt worden.5648 8725 De God426 nu, die Naam8036 aldaar8536 heeft doen wonen,7932 8745 werpe ter neder4049 8741 alle3606 koningen4430 en volken,5972 die hun hand3028 zullen uitstrekken,7972 8748 om te veranderen8133 8682 [en] te verderven2255 8742 dit1791 huis1005 ,426 dat te Jeruzalem3390 is. Ik,576 ,1868 heb het bevel2942 gegeven,7761 8754 dat het spoediglijk629 gedaan worde.5648 8725 Toen116 deden5648 8754 ,8674 de landvoogd6347 aan gene zijde5675 der rivier,5103 -boznai,8370 en hun gezelschap,3675 spoediglijk629 alzo,3660 naar6903 hetgeen de koning4430 1868 gezonden had.7972 8754 En de oudsten7868 8750 der Joden3062 bouwden1124 8750 en gingen voorspoediglijk voort,6744 8683 door de profetie5017 van den profeet5029 2292 en ,2148 den zoon1247 van ;5714 en zij bouwden1124 8754 en voltrokken3635 8806 het, naar4481 het bevel2941 van den God426 ,3479 en naar het bevel2942 van ,3567 en ,1868 en ,783 koning4430 van .6540 En dit1836 huis1005 werd volbracht3319 8806 op5705 den derden8532 dag3118 der maand3393 ;144 datzelve1932 was het zesde8353 jaar8140 van het koninkrijk4437 van den koning4430 .1868 En de kinderen1123 ,3479 de priesteren3549 en ,3879 en de overige7606 kinderen1123 der gevangenis1547 deden5648 8754 de inwijding2597 van dit1836 huis1005 Gods426 met vreugde.2305 En zij offerden,7127 8684 ter inwijding2597 van dit1836 huis1005 ,426 honderd3969 runderen,8450 tweehonderd3969 rammen,1798 vierhonderd703 3969 lammeren563 en twaalf8648 6236 geitenbokken,6841 5796 ten zondoffer2402 8675 2409 voor5922 gans3606 ,3479 naar het getal4510 der stammen7625 .3479 En zij stelden6966 8684 de priesteren3549 in hun onderscheidingen,6392 en de Levieten3879 in hun verdelingen,4255 tot5922 den dienst5673 ,426 te Jeruzalem3390 is, naar het voorschrift3792 des boeks5609 van .4873 Ook hielden6213 8799 de kinderen1121 der gevangenis1473 het pascha,6453 op den veertienden702 6240 der eerste7223 maand.2320 Want3588 de priesters3548 en de Levieten3881 hadden zich gereinigd2891 8694 als een enig259 [man]; zij waren allen3605 rein;2889 en zij slachtten7819 8799 het pascha6453 voor alle3605 kinderen1121 der gevangenis,1473 en voor hun broederen,251 de priesteren,3548 en voor zichzelven. Alzo aten398 8799 de kinderen1121 ,3478 die uit4480 de gevangenis1473 wedergekomen waren,7725 8802 mitsgaders al3605 wie zich van4480 de onreinigheid2932 der heidenen1471 des lands776 tot hen afgezonderd had,914 8737 om den HEERE,3068 den God430 ,3478 te zoeken.1875 8800 En zij hielden6213 8799 het feest2282 der ongezuurde4682 [broden] zeven7651 dagen,3117 met blijdschap;8057 want3588 de HEERE3068 had hen verblijd,8055 8765 en het hart3820 des konings4428 van Assur804 tot5921 hen gewend,5437 8689 om hun handen3027 te sterken2388 8763 in het werk4399 van het huis1004 ,430 des Gods430 van .3478

Every verse in Ezra 6

Chapter navigation

0:000:00