Ezra 8:3
“Van4480 de kinderen1121 van Sechanja,7935 van4480 de kinderen1121 van Paros,6551 Zacharja;2148 en met5973 hem werden bij geslachtsregisters gerekend,3187 8692 aan manspersonen,2145 honderd3967 en vijftig.2572”
Ezra 8:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 36 in Ezra chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Ezra 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Dit428 nu zijn de hoofden7218 hunner vaderen,1 met hun geslachtsrekening,3187 8692 die met5973 mij uit4480 894 optogen,5927 8802 onder het koninkrijk4438 van den koning4428 .783 Van4480 de kinderen1121 van ,6372 ;1647 van4480 de kinderen1121 van ,385 ;1840 van4480 de kinderen1121 van ,1732 .2407 Van4480 de kinderen1121 van ,7935 van4480 de kinderen1121 van ,6551 ;2148 en met5973 hem werden bij geslachtsregisters gerekend,3187 8692 aan manspersonen,2145 honderd3967 en vijftig.2572 Van4480 de kinderen1121 van -,6355 ,454 de zoon1121 van ;2228 en met5973 hem tweehonderd3967 manspersonen.2145 Van4480 de kinderen1121 van ,7935 de zoon1121 van ;3166 en met5973 hem driehonderd7969 3967 manspersonen.2145 En van4480 de kinderen1121 van ,5720 ,5651 de zoon1121 van ;3129 en met5973 hem vijftig2572 manspersonen.2145 En van4480 de kinderen1121 van ,5867 ,3470 de zoon1121 van ;6271 en met5973 hem zeventig7657 manspersonen.2145 En van4480 de kinderen1121 van ,8203 ,2069 de zoon1121 van ;4317 en met5973 hem tachtig8084 manspersonen.2145 En van4480 de kinderen1121 van ,3097 ,5662 de zoon1121 van ;3171 en met5973 hem tweehonderd3967 en achttien8083 6240 manspersonen.2145 En van4480 de kinderen1121 van ,8019 de zoon1121 van ;3131 en met hem5973 honderd3967 en zestig8346 manspersonen.2145 En van4480 de kinderen1121 van ,893 ,2148 de zoon1121 van ;893 en met5973 hem acht8083 en twintig6242 manspersonen.2145 En van4480 de kinderen1121 van ,5803 ,3110 de zoon1121 van ;6997 en met5973 hem honderd3967 en tien6235 manspersonen.2145 En van4480 de laatste314 kinderen1121 van ,140 welker namen8034 deze428 waren: Elifelet,467 ,3273 en ;8098 en met5973 hen zestig8346 manspersonen.2145 En van4480 de kinderen1121 van ,902 Uthai5793 en ;2072 8675 2139 en met5973 hen zeventig7657 manspersonen.2145 En ik vergaderde6908 8799 hen aan413 de rivier,5104 gaande935 8802 naar413 ,163 en wij legerden ons2583 8799 aldaar8033 drie7969 dagen;3117 toen lette ik op995 8799 het volk5971 en de priesteren,3548 en vond4672 8804 aldaar8033 geen3808 van4480 de kinderen1121 van .3878 Zo zond ik7971 8799 tot ,461 tot ,740 tot ,8098 en tot ,494 en tot ,3402 en tot ,494 en tot ,5416 en tot ,2148 en tot ,4918 de hoofden;7218 en tot Jojarib3114 en tot ,494 de leraars;995 8688 En ik gaf6680 8762 hun853 bevel3318 8686 aan5921 ,112 het hoofd7218 in de plaats4725 ;3703 en ik leide7760 8799 de woorden1697 in hun mond,6310 om te zeggen1696 8763 tot413 ,112 zijn broeder,251 [en] de ,5411 8675 5411 in de plaats4725 ,3703 dat zij ons brachten935 8687 dienaars8334 8764 voor het huis1004 onzes .430 En zij brachten935 8686 ons, naar de goede2896 hand3027 onzes Gods430 over5921 ons, een man376 van verstand,7922 van4480 de kinderen1121 van ,4249 den zoon1121 van ,3878 den zoon1121 van ;3478 namelijk ,8274 met zijn zonen1121 en broederen,251 achttien;8083 6240 En ,2811 en met853 hem ,3470 van4480 de kinderen1121 van ,4847 [met] zijn broederen,251 en hun zonen,1121 twintig;6242 En van4480 ,5411 die 1732 en de vorsten8269 ten dienste5656 der Levieten3881 gegeven hadden,5414 8804 tweehonderd3967 en twintig6242 ,5411 die allen3605 bij namen8034 genoemd werden.5344 8738 Toen riep ik7121 aldaar8033 een vasten6685 uit7121 8799 aan5921 de rivier5104 ,163 opdat wij ons verootmoedigden6031 8692 voor het aangezicht6440 onzes ,430 om van4480 te verzoeken1245 8763 een rechten3477 weg,1870 voor ons, en voor onze kinderkens,2945 en voor al3605 onze have.7399 Want3588 ik schaamde mij954 8804 van4480 den koning4428 een heir2428 en ruiters6571 te begeren,7592 8800 om ons te helpen5826 8800 van den vijand,341 8802 op den weg;1870 omdat3588 wij tot den koning4428 hadden gesproken,559 8804 zeggende:559 8800 De hand3027 onzes Gods430 is ten goede2896 over5921 allen,3605 die zoeken,1245 8764 maar sterkte5797 en toorn639 over5921 allen,3605 die verlaten.5800 8802 Alzo vastten wij;6684 8799 en verzochten1245 8762 zulks5921 2063 van4480 onzen God;430 en liet zich van ons verbidden.6279 8735 Toen scheidde ik914 8686 twaalf8147 6240 uit van4480 de oversten8269 der priesteren:3548 ,8274 ,2811 en tien6235 van4480 hun broederen251 met5973 hen. En ik woog hun toe8254 8799 het zilver,3701 en het goud,2091 en de vaten,3627 zijnde de offering8641 van het huis1004 onzes Gods430 die de koning4428 en zijn raadsheren,3289 8802 en zijn vorsten,8269 en gans3605 ,3478 die er gevonden werden,4672 8737 geofferd hadden;7311 8689 Ik woog8254 8799 aan5921 hun hand3027 zeshonderd8337 3967 en vijftig2572 talenten3603 zilvers,3701 en honderd3967 zilveren3701 vaten3627 in talenten;3603 aan goud,2091 honderd3967 talenten;3603 En twintig6242 gouden2091 bekers,3713 tot duizend505 drachmen;150 en twee8147 vaten3627 van blinkend6668 8716 goed2896 koper,5178 begeerlijk2532 als goud.2091 En ik zeide559 8799 tot413 hen: Gij859 zijt heilig6944 den HEERE,3068 en deze vaten3627 zijn heilig;6944 ook dit zilver3701 en dit goud,2091 de vrijwillige gave,5071 den HEERE,3068 den God430 uwer vaderen.1 Waakt8245 8798 en bewaart8104 8798 het, totdat5704 gij het opweegt,8254 8799 in tegenwoordigheid6440 van de oversten8269 der priesteren3548 en ,3881 en der vorsten8269 der vaderen1 van ,3478 te ,3389 in de kameren3957 van des HEEREN3068 huis.1004 Toen ontvingen6901 8765 de priesters3548 en de Levieten3881 het gewicht4948 des zilvers3701 en des gouds,2091 en der vaten,3627 om te brengen935 8687 te ,3389 ten huize1004 onzes .430 Alzo verreisden wij5265 8799 van4480 de rivier5104 ,163 op den twaalfden8147 6240 der eerste7223 maand,2320 om te gaan3212 8800 naar ;3389 en de hand3027 onzes Gods430 was1961 8799 over5921 ons, en redde5337 8686 ons van4480 de hand3709 des vijands,341 8802 en desgenen, die [ons] lagen leide693 8802 op5921 den weg.1870 En wij kwamen935 8799 te ;3389 en wij bleven3427 8799 aldaar8033 drie7969 dagen.3117 Op den vierden7243 dag3117 nu werd gewogen8254 8738 het zilver,3701 en het goud,2091 en de vaten,3627 in het huis1004 onzes ,430 aan5921 de hand3027 van ,4822 den zoon1121 van ,223 den priester,3548 en met5973 hem ,499 de zoon1121 van ;6372 en met5973 hen ,3107 de zoon1121 van ,3442 en ,5129 de zoon1121 van ,1131 de .3881 Naar het getal4557 en naar het gewicht4948 van dat alles;3605 en het ganse3605 gewicht4948 werd ter zelfder1931 tijd6256 opgeschreven.3789 8735 [En] de weggevoerden,1121 1473 die uit4480 de gevangenis7628 gekomen waren,935 8802 offerden7126 8689 den God430 Israels3478 brandofferen;5930 twaalf8147 6240 varren6499 voor5921 gans3605 ,3478 zes8337 en negentig8673 rammen,352 zeven7651 en zeventig7657 lammeren,3532 twaalf8147 6240 bokken6842 ten zondoffer;2403 alles3605 ten brandoffer5930 den HEERE.3068 Daarna gaven zij5414 8799 de wetten1881 des konings4428 aan des konings4428 stadhouders323 en landvoogden6346 aan deze zijde5676 der rivier;5104 en zij bevorderden5375 8765 het volk5971 en het huis1004 .430