Ezra 9:3

“Als ik nu deze2088 zaak1697 hoorde,8085 8800 scheurde ik7167 8804 mijn kleed899 en mijn mantel;4598 en ik trok4803 van4480 het haar8181 mijns hoofds7218 en mijns baards2206 uit,4803 8799 en zat3427 verbaasd8074 8789 neder.3427 8799”

Ezra 9:3 — Statenvertaling (1637)

Verse 3 of 15 in Ezra chapter 9 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezra 9 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Als nu deze428 dingen voleind waren,3615 8763 traden5066 de vorsten8269 tot413 mij toe,5066 8738 zeggende:559 8800 volk5971 ,3478 en de priesters,3548 en de ,3881 zijn niet3808 afgezonderd914 8738 van4480 de volken5971 dezer landen,776 naar hun gruwelen,8441 [namelijk] van de ,3669 de ,2850 de ,6522 de ,2983 de ,5984 de ,4125 de Egyptenaren4713 en de .567 Want3588 zij hebben van4480 hun dochteren1323 genomen5375 8804 voor zichzelven en voor hun zonen,1121 zodat zich vermengd hebben6148 8694 het heilig6944 zaad2233 met de volken5971 dezer landen;776 ja, de hand3027 der vorsten8269 en overheden5461 is de eerste7223 geweest1961 8804 in deze2088 overtreding.4604 Als ik nu deze2088 zaak1697 hoorde,8085 8800 scheurde ik7167 8804 mijn kleed899 en mijn mantel;4598 en ik trok4803 van4480 het haar8181 mijns hoofds7218 en mijns baards2206 uit,4803 8799 en zat3427 verbaasd8074 8789 neder.3427 8799 Toen verzamelden zich622 8735 tot413 mij allen,3605 die voor de woorden1697 van den God430 Israels3478 beefden,2730 om5921 de overtreding4604 der weggevoerden;1473 doch ik589 bleef3427 verbaasd8074 8789 zitten3427 8802 tot aan5704 het avondoffer.6153 4503 En omtrent het avondoffer6153 4503 stond ik op6965 8804 uit4480 mijn bedruktheid,8589 als ik nu mijn kleed899 en mijn mantel4598 gescheurd had;7167 8800 en ik boog mij3766 8799 op5921 mijn knieen,1290 en breidde6566 mijn handen3709 uit6566 8799 tot413 den HEERE,3068 mijn God;430 En ik zeide:559 8799 God,430 ik ben beschaamd954 8804 en schaamrood,3637 8738 om mijn aangezicht6440 tot413 U op te heffen,7311 8687 mijn God;430 want3588 onze ongerechtigheden5771 zijn vermenigvuldigd7235 8804 tot boven4605 [ons] hoofd,7218 en onze schuld819 is groot geworden1431 8804 tot aan5704 den hemel.8064 Van4480 de dagen3117 onzer vaderen1 af zijn wij587 in grote1419 schuld819 tot op5704 dezen2088 dag;3117 en wij zijn om onze ongerechtigheden5771 overgegeven,5414 8738 wij,587 onze koningen4428 [en] onze priesters,3548 in de hand3027 van de koningen4428 der landen,776 in zwaard,2719 in gevangenis,7628 en in roof,961 en in schaamte1322 des aangezichts,6440 gelijk het is te dezen2088 dage.3117 En nu2658 is er1961 , als een klein4592 ogenblik,7281 een genade8467 geschied1961 8804 van4480 den HEERE,3068 onzen God,430 om ons een ontkoming6413 over te laten,7604 8687 en ons een nagel3489 te geven5414 8800 in heilige6944 plaats,4725 om onze ogen5869 te verlichten,215 8687 o onze God,430 en om ons een weinig4592 levens4241 te geven5414 8800 in onze dienstbaarheid.5659 Want3588 wij587 zijn knechten;5650 doch in onze dienstbaarheid5659 heeft ons onze God430 niet3808 verlaten;5800 8804 maar heeft weldadigheid2617 tot5921 ons geneigd5186 8686 voor het aangezicht6440 der koningen4428 van ,6539 dat ons [een] [weinig] levens4241 gave,5414 8800 om het huis1004 onzes Gods430 te verhogen,7311 8788 en de woestigheden2723 van hetzelve op te richten,5975 8687 en om ons een tuin1447 te geven5414 8800 in Juda3063 en te .3389 En nu,6258 wat4100 zullen wij zeggen,559 8799 o onze God!430 na310 dezen?2063 Want3588 wij hebben Uw geboden4687 verlaten,5800 8804 Die834 geboden hadt6680 8765 door den dienst3027 knechten,5650 de profeten,5030 zeggende:559 8800 land,776 waar834 gijlieden859 inkomt,935 8802 om dat te erven,3423 8800 is een vuil5079 land,776 door de vuiligheid5079 van de volken5971 der landen,776 om hun gruwelen,8441 waarmede834 zij dat vervuld hebben,4390 8765 van4480 het ene einde6310 tot413 het andere einde,6310 met hun onreinigheid.2932 Zo zult gij nu6258 uw dochteren1323 niet408 geven5414 8799 aan hun zonen,1121 en hun dochteren1323 niet408 nemen5375 8799 voor uw zonen,1121 en zult hun vrede7965 en hun best2896 niet3808 zoeken,1875 8799 tot in5704 eeuwigheid;5769 opdat4616 gij sterk wordt,2388 8799 en het goede2898 des lands776 eet,398 8804 en uw kinderen1121 doet erven3423 8689 tot in5704 eeuwigheid.5769 En na310 alles,3605 wat over5921 ons gekomen is,935 8802 om onze boze7451 werken,4639 en om onze grote1419 schuld,819 omdat3588 ,859 o onze God!430 belet hebt,2820 8804 [dat] [wij] [niet] te onder4295 zijn vanwege4480 onze ongerechtigheid,5771 en hebt ons een ontkoming6413 gegeven,5414 8804 als deze2063 is; Zullen wij nu wederkeren,7725 8799 om Uw geboden4687 te vernietigen,6565 8687 en ons te verzwageren2859 8692 met de volken5971 dezer428 gruwelen?8441 niet3808 tegen ons toornen599 8799 tot5704 verterens3615 8763 toe, dat er geen369 overblijfsel7611 noch ontkoming6413 zij?369 O HEERE,3068 God430 van !3478 Gij589 zijt rechtvaardig;6662 want3588 wij zijn overgelaten7604 8738 ter ontkoming,6413 als het is te dezen2063 dage.3117 ,2009 wij zijn voor Uw aangezicht6440 in onze schuld;819 want3588 er is niemand,369 die voor Uw aangezicht6440 zou kunnen bestaan,5975 8800 om5921 zulks.2063

Every verse in Ezra 9

Chapter navigation

0:000:00