Genesis 1:17
“En God430 stelde5414 8799 ze853 in het uitspansel7549 des hemels,8064 om licht te geven215 8687 op5921 de aarde.776”
Genesis 1:17 — Statenvertaling (1637)
Verse 17 of 31 in Genesis chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Genesis 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))
In den beginne7225 schiep1254 8804 God430 den853 hemel8064 en de853 aarde.776 De aarde776 nu was1961 8804 woest8414 en ledig,922 en duisternis2822 [was] op5921 6440 den afgrond;8415 en de Geest7307 Gods430 zweefde7363 8764 op5921 6440 de wateren.4325 En God430 zeide:559 8799 zij1961 8799 licht!216 en daar werd1961 8799 licht.216 En God430 zag7200 8799 het853 licht,216 dat3588 het goed2896 [was]; en God430 maakte scheiding914 8686 tussen996 het licht216 en tussen996 de duisternis.2822 En God430 noemde7121 8799 het licht216 dag,3117 en de duisternis2822 noemde Hij7121 8804 nacht.3915 was1961 het avond6153 geweest,1961 8799 en het was1961 morgen1242 geweest,1961 8799 de eerste259 dag.3117 En God430 zeide:559 8799 zij1961 8799 een uitspansel7549 in het midden8432 der wateren;4325 en dat make1961 8799 scheiding914 8688 tussen996 wateren4325 en wateren!4325 En God430 maakte6213 8799 dat uitspansel,7549 en maakte scheiding914 8686 tussen996 de wateren,4325 die834 onder8478 het uitspansel7549 [zijn], en tussen996 de wateren,4325 die834 boven5921 het uitspansel7549 [zijn]. En het was1961 8799 alzo.3651 En God430 noemde7121 8799 het uitspansel7549 hemel.8064 was1961 het avond6153 geweest,1961 8799 en het was1961 morgen1242 geweest,1961 8799 de tweede8145 dag.3117 En God430 zeide:559 8799 de wateren4325 van onder8478 den hemel8064 in413 een259 plaats4725 vergaderd worden,6960 8735 en dat het droge3004 gezien worde!7200 8735 En het was1961 8799 alzo.3651 En God430 noemde7121 8799 het droge3004 aarde,776 en de vergadering4723 der wateren4325 noemde Hij7121 8804 zeeen;3220 en God430 zag,7200 8799 dat3588 het goed2896 [was]. En God430 zeide:559 8799 de aarde776 uitschiete1876 8686 grasscheutjes,1877 kruid6212 zaadzaaiende,2233 2232 8688 vruchtbaar6529 geboomte,6086 dragende6213 8802 vrucht6529 naar zijn aard,4327 welks834 zaad2233 daarin zij op5921 de aarde!776 En het was1961 8799 alzo.3651 En de aarde776 bracht voort3318 8686 grasscheutjes,1877 kruid6212 zaadzaaiende2233 2232 8688 naar zijn aard,4327 en vruchtdragend6529 6213 8802 geboomte,6086 welks2233 zaad daarin was, naar zijn aard.4327 En God430 zag,7200 8799 dat3588 het goed2896 [was]. Toen was1961 het avond6153 geweest,1961 8799 en het was1961 morgen1242 geweest,1961 8799 de derde7992 dag.3117 En God430 zeide:559 8799 er lichten3974 zijn1961 8799 in het uitspansel7549 des hemels,8064 om scheiding te maken914 8687 tussen996 den dag3117 en tussen996 den nacht;3915 en dat zij zijn1961 8799 tot tekenen226 en tot gezette tijden,4150 en tot dagen3117 en jaren!8141 En dat zij zijn1961 8799 tot lichten3974 in het uitspansel7549 des hemels,8064 om licht te geven215 8687 op5921 de aarde!776 En het was1961 8799 alzo.3651 God430 maakte6213 8799 die twee8147 grote1419 lichten;3974 dat grote1419 licht3974 tot heerschappij4475 des daags,3117 en dat kleine6996 licht3974 tot heerschappij4475 des nachts;3915 ook de sterren.3556 En God430 stelde5414 8799 ze853 in het uitspansel7549 des hemels,8064 om licht te geven215 8687 op5921 de aarde.776 En om te heersen4910 8800 op den dag,3117 en in den nacht,3915 en om scheiding te maken914 8687 tussen996 het licht216 en tussen996 de duisternis.2822 En God430 zag,7200 8799 dat3588 het goed2896 [was]. Toen was1961 het avond6153 geweest,1961 8799 en het was1961 morgen1242 geweest,1961 8799 de vierde7243 dag.3117 En God430 zeide:559 8799 de wateren4325 overvloediglijk voortbrengen8317 8799 een gewemel8318 van levende2416 zielen;5315 en het gevogelte5775 vliege5774 8787 boven5921 de aarde,776 in5921 6440 het uitspansel7549 des hemels!8064 En God430 schiep1254 8799 de grote1419 walvissen,8577 en alle3605 levende2416 wremelende7430 8802 ziel,5315 welke834 de wateren4325 overvloediglijk voortbrachten,8317 8804 naar haar aard;4327 en alle3605 gevleugeld3671 gevogelte5775 naar zijn aard.4327 En God430 zag,7200 8799 dat3588 het goed2896 [was]. En God430 zegende1288 8762 ze,853 zeggende:559 8800 vruchtbaar,6509 8798 en vermenigvuldigt,7235 8798 en vervult4390 8798 de wateren4325 in de zeeen;3220 en het gevogelte5775 vermenigvuldige7235 8799 op de aarde!776 Toen was1961 het avond6153 geweest,1961 8799 en het was1961 morgen1242 geweest,1961 8799 de vijfde2549 dag.3117 En God430 zeide:559 8799 De aarde776 brenge3318 levende2416 zielen5315 voort,3318 8686 naar haar aard,4327 vee,929 en kruipend,7431 en wild gedierte2416 der aarde,776 naar zijn aard!4327 En het was1961 8799 alzo.3651 En God430 maakte6213 8799 het wild gedierte2416 der aarde776 naar zijn aard,4327 en het vee929 naar zijn aard,4327 en al3605 het kruipend gedierte7431 des aardbodems127 naar zijn aard.4327 En God430 zag,7200 8799 dat3588 het goed2896 [was]. En God430 zeide:559 8799 Ons6213 mensen120 maken,6213 8799 naar beeld,6754 naar gelijkenis;1823 en dat zij heerschappij hebben7287 8799 over de vissen1710 der zee,3220 en over het gevogelte5775 des hemels,8064 en over het vee,929 en over de gehele3605 aarde,776 en over al3605 het kruipend gedierte,7431 dat op5921 de aarde776 kruipt.7430 8802 En God430 schiep1254 8799 den mens120 naar beeld;6754 naar het beeld6754 van God430 schiep Hij1254 8804 hem;853 man2145 en vrouw5347 schiep Hij1254 8804 ze.853 En God430 zegende1288 8762 hen,853 en God430 zeide559 8799 tot hen: Weest vruchtbaar,6509 8798 en vermenigvuldigt,7235 8798 en vervult4390 8798 de aarde,776 en onderwerpt haar,3533 8798 en hebt heerschappij7287 8798 over de vissen1710 der zee,3220 en over het gevogelte5775 des hemels,8064 en over al3605 het gedierte,2416 dat op5921 de aarde776 kruipt!7430 8802 En God430 zeide:559 8799 ,2009 Ik heb ulieden al3605 het zaadzaaiende2233 2232 8802 kruid6212 gegeven,5414 8804 dat834 op5921 6440 de ganse3605 aarde776 [is], en853 alle3605 geboomte,6086 in hetwelk834 zaadzaaiende2233 2232 8802 boomvrucht6086 6529 is; het zij1961 8799 u tot spijze!402 Maar aan al3605 het gedierte2416 der aarde,776 en aan al3605 het gevogelte5775 des hemels,8064 en aan al3605 het kruipende gedierte7430 8802 op5921 de aarde,776 waarin834 een levende2416 ziel5315 [is], [heb] [Ik] al3605 het groene3418 kruid6212 tot spijze402 [gegeven]. En het was1961 8799 alzo.3651 En God430 zag7200 8799 al3605 wat834 gemaakt had,6213 8804 en ziet,2009 [het] [was] zeer3966 goed.2896 was1961 het avond6153 geweest,1961 8799 en het was1961 morgen1242 geweest,1961 8799 de zesde8345 dag.3117