Genesis 12:8
“En hij brak op6275 8686 van4480 daar8033 naar het gebergte,2022 tegen het oosten6924 van Beth-el,1008 en hij sloeg5186 zijn tent168 op,5186 8799 zijnde Beth-el1008 tegen4480 het westen,3220 en Ai5857 tegen4480 het oosten;6924 en hij bouwde1129 8799 daar8033 den HEERE3068 een altaar,4196 en riep7121 den Naam8034 des HEEREN3068 aan.7121 8799”
Genesis 12:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 20 in Genesis chapter 12 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
2 threads run through this chapter
Genesis 12 — full chapter (Statenvertaling (1637))
De HEERE3068 nu had tot413 87 gezegd:559 8799 Ga gij3212 8798 uit4480 uw land,776 en uit4480 uw maagschap,4138 en uit4480 uws vaders1 huis,1004 naar413 het land,776 dat834 Ik u wijzen zal.7200 8686 En Ik zal u tot een groot1419 volk1471 maken,6213 8799 en u zegenen,1288 8762 en uw naam8034 groot maken;1431 8762 en wees1961 8799 een zegen!1293 En Ik zal zegenen,1288 8762 die u zegenen,1288 8764 en vervloeken,779 8799 die u vloekt;7043 8764 en in u zullen alle3605 geslachten4940 des aardrijks127 gezegend worden.1288 8738 En 87 toog heen,3212 8799 gelijk834 de HEERE3068 tot413 hem gesproken had;1696 8765 en 3876 toog3212 8799 met854 hem; en 87 1121 was vijf2568 8141 en zeventig7657 jaren8141 oud,1121 toen hij uit4480 2771 ging.3318 8800 En 87 nam3947 8799 ,8297 zijn huisvrouw,802 en ,3876 zijns broeders251 zoon,1121 en al3605 hun have,7399 die834 zij verworven hadden,7408 8804 en de zielen,5315 die834 zij verkregen hadden6213 8804 in ;2771 en zij togen uit,3318 8799 om te gaan3212 8800 naar het land776 ,3667 en zij kwamen935 8799 in het land776 .3667 En 87 is doorgetogen5674 8799 in dat land,776 tot5704 aan de plaats4725 ,7927 tot5704 aan het eikenbos436 ;4176 en de Kanaanieten3669 [waren] toen ter tijd227 in dat land.776 Zo verscheen7200 8735 de HEERE3068 aan413 ,87 en zeide:559 8799 uw zaad2233 zal Ik dit2063 land776 geven.5414 8799 bouwde hij1129 8799 aldaar8033 een altaar4196 den HEERE,3068 hem413 verschenen was.7200 8737 En hij brak op6275 8686 van4480 daar8033 naar het gebergte,2022 tegen het oosten6924 van -el,1008 en hij sloeg5186 zijn tent168 op,5186 8799 zijnde -el1008 tegen4480 het westen,3220 en 5857 tegen4480 het oosten;6924 en hij bouwde1129 8799 daar8033 den HEERE3068 een altaar,4196 en riep7121 den Naam8034 des HEEREN3068 aan.7121 8799 Daarna vertrok5265 8799 ,87 gaande1980 8800 en trekkende5265 8800 naar het zuiden.5045 En er was1961 8799 honger7458 in dat land;776 zo toog3381 87 af3381 8799 naar ,4714 om daar8033 als een vreemdeling te verkeren,1481 8800 dewijl3588 de honger7458 zwaar3515 [was] in dat land.776 En het geschiedde,1961 8799 als834 hij naderde,7126 8689 om in Egypte4714 te komen,935 8800 dat hij zeide559 8799 tot413 ,8297 zijn huisvrouw:802 Zie2009 toch,4994 ik weet,3045 8804 dat3588 gij859 een vrouw802 zijt, schoon3303 van aangezicht.4758 En het zal geschieden,1961 8804 als3588 u853 de Egyptenaars4713 zullen zien,7200 8799 zo zullen zij zeggen:559 8804 Dat2063 [is] zijn huisvrouw;802 en zij zullen mij853 doden,2026 8804 en u853 in het leven behouden.2421 8762 Zeg559 8798 toch:4994 Gij859 [zijt] mijn zuster;269 opdat4616 het mij wel ga3190 8799 om5668 u, en mijn ziel5315 om uwentwil1558 leve.2421 8804 En het geschiedde,1961 8799 als 87 in Egypte4714 kwam,935 8800 dat de Egyptenaars4713 deze vrouw802 zagen,7200 8799 dat3588 zij1931 zeer3966 schoon3303 [was]. Ook zagen7200 8799 haar853 de vorsten8269 van ,6547 en prezen1984 8762 haar853 bij413 ;6547 en die vrouw802 werd weggenomen3947 8714 naar het huis1004 van .6547 En hij deed3190 87 goed,3190 8689 om harentwil;5668 zodat hij had1961 8799 schapen,6629 en runderen,1241 en ezelen,2543 en knechten,5650 en maagden,8198 en ezelinnen,860 en kemelen.1581 Maar de HEERE3068 plaagde5060 8762 Farao6547 met grote1419 plagen,5061 ook zijn huis,1004 ter5921 oorzake1697 van ,8297 Abrams87 huisvrouw.802 Toen riep7121 8799 Farao6547 ,87 en zeide:559 8799 Wat4100 [is] dit,2063 [dat] gij mij gedaan hebt?6213 8804 waarom4100 hebt gij mij niet3808 te kennen gegeven,5046 8689 dat3588 zij1931 uw huisvrouw802 [is]? Waarom4100 hebt gij gezegd:559 8804 Zij1931 [is] mijn zuster;269 zodat ik haar mij tot een vrouw802 zoude genomen hebben?3947 8799 en nu,6258 zie,2009 [daar] [is] uw huisvrouw;802 neem3947 8798 [haar] en ga henen!3212 8798 En Farao6547 gebood6680 8762 [zijn] mannen582 vanwege5921 hem, en zij geleidden7971 8762 hem,853 en zijn853 huisvrouw,802 en alles3605 wat834 hij had.